Bij de inpoldering van Zuid-Flevoland bleef de noordwestelijke hoek langer dan het omliggende deel onder water staan. Hierdoor kwam een uniek gebied tot ontwikkeling met zoetwaterplassen, riet, moeras en moerasbos. De natuurlijke waarden van de Oostvaardersplassen werden al snel zichtbaar en nog net op tijd werd besloten niet tot ontginning over te gaan. Het gebied werd daarna als natuurgebied behouden en beheerd. De Oostvaardersplassen kennen een ongekende vogelrijkdom. Maar liefst 11 vogelsoorten, waarvan er twee ook broeden, komen er in internationaal belangrijke aantallen voor. In de Oostvaardersplassen bevindt zich de grootste kolonie van lepelaars binnen Nederland. Voorts komen hier roerdomp, grote zilverreiger, bruine kiekendief, blauwe kiekendief, porseleinhoen en blauwborst tot broeden. In het voor- en najaar doen veel sterns en steltlopers het gebied aan, hoewel de waterstand er soms zo hoog is dat voor deze soorten geen foerageer- of rustgebieden te vinden zijn. Voor ruiende grauwe ganzen is het een van de belangrijkste gebieden in Noordwest-Europa. In de winter kunnen grote aantallen eenden (wintertaling, krakeend, pijlstaart, slobeend, tafeleend en kuifeend) de plassen bevolken.
Ligging
Ten zuiden van de Oostvaardersdijk tussen Almere en Lelystad.
Beheer
Staatsbosbeheer.