Samen met de Westerschelde is de Oosterschelde het belangrijkste overgebleven getijdengebied in de Delta, niet in de laatste plaats doordat het omzoomd is met inlagen op Schouwen en Noord-Beveland. Absolute aanrader voor vogelliefhebbers is het natuurontwikkelingsproject in de Prunjepolder, ten noorden van de Flauwersinlaag op Schouwen, uitgevoerd in het kader van Plan Tureluur. Door de aanleg van de stormvloedkering en de dammen heeft het wel aan waarde ingeboet, maar nog steeds is de Oosterschelde erg belangrijk voor steltlopers, ganzen en eenden (onder meer grauwe gans, brandgans, rotgans, bergeend, smient, pijlstaart, slobeend, brilduiker, scholekster, bontbekplevier, zilverplevier, kanoetstrandloper, bonte strandloper, rosse grutto, wulp, zwarte ruiter, tureluur, steenloper). De grote zand- en slikplaten zoals de Roggenplaat bij Schouwen, de Slikken van den Dortsman bij Tholen en het Verdronken Land van Zuid-Beveland zijn belangrijke voedselgebieden. Bij hoogwater zijn grote groepen vogels te zien langs de randen van het water, vooral in de typische inlagen en karrevelden (met name op Schouwen, Noord-Beveland en de zuidkust van Tholen). Daar vinden we ook broedende sterns, meeuwen en kluten. Dwergsterns broeden alleen nog op Neeltje Jans, het voormalige werkeiland halverwege de stormvloedkering. Dit is tevens de enige plaats binnen de Delta waar eidereenden met zekerheid tot broeden komen. Op Neeltje Jans zijn enkele natuurbouwprojecten uitgevoerd, waarbij een duinlandschap en een slufter zijn aangelegd. De inlagen van Schouwen (onder andere de Flaauwers- en Weeversinlaag) hebben een duidelijk zout karakter met zeekraal en schorrekruid, terwijl de inlagen van Noord-Beveland worden gekenmerkt door zoete vegetatie met onder meer riet.
Ligging
Tussen Schouwen-Duiveland en Noord en Zuid-Beveland; westelijk begrenzing Stormvloedkering, oostelijk Philipsdam, Tholen en Sint Philipsland en de Oesterdam.
Beheer
Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Het Zeeuwse Landschap.