De IJssel is een noordelijke aftakking in het stroomgebied van de Rijn die water afvoert naar het IJsselmeer. Doorgaans zijn de uiterwaarden niet breder dan enkele honderden meters, plaatselijk echter meer dan een kilometer. Het mondingsgebied behoort tot een van de weinige plekken in de grote rivieren met een soortenrijke waterplantenvegetatie. De uiterwaarden bestaan uit grasland, rietmoeras en open water. Vooral op de dijken komen plaatselijk fraaie bloemrijke graslandvegetaties voor. Voor kleine en wilde zwaan is het een uiterst belangrijk overwinteringsgebied, voor de laatste zelfs het belangrijkste van Nederland. Kolgans, smient en meerkoet komen verspreid in het gebied in grote aantallen voor. Wanneer elders veel wateren zijn dichtgevroren nemen de aantallen eenden in het gebied fors toe. Tussen Wijhe en Zwolle worden grote aantallen pleisterende grutto's waargenomen. Na het IJsselmeer en Ketelmeer en Vossemeer is de IJssel het belangrijkste gebied voor de reuzenstern, waar de soort vooral in het mondingsgebied voorkomt. De uiterwaarden van de IJssel behoren tot de belangrijkste gebieden in Nederland voor de kwartelkoning. Recent zijn een aantal natuurontwikkelingsprojecten uitgevoerd die het rivierenlandschap in oude luister moeten herstellen(Duursche Waarden (1989), Engelse Werk (1992), Ossenwaard (1996) en Koppelerwaard (1996)).
Ligging
IJssel tussen Deventer en Ketelmeer (Deventer, Olst, Wijhe, Hattem, Zwolle, Kampen).
Beheer
Staatsbosbeheer, Het Geldersch Landschap, Natuurmonumenten.