In 1970 werd het Haringvliet ter hoogte van Stellendam door een dam met sluizen van de zee afgesloten. De getijdenwerking ging daardoor grotendeels verloren en het zoute karakter verdween. Het Haringvliet is nu een groot zoetwaterbekken. Vanaf 2005 zullen de Haringvlietsluizen op een kier worden gezet (voor 10% geopend) zodat een groot brakwatergebied ontstaat. Tot dit Belangrijke Vogelgebied behoort niet alleen het water van het Haringvliet, maar ook de buitendijkse gorzen (schorren) en slikken. De belangrijkste hiervan zijn het Quackgors, de Beninger Slikken, de Korendijkse Slikken (ganzen en weidevogels), de Blanken Slikken op het eiland Tiengemeten, de Ventjagersplaten, de Scheelhoek en de Grasgorzen van de Westplaat, de Meneersche Plaat en de Bommelse Gorzen. Elk gebied heeft zijn eigen karakteristiek waarbij de invloed van het water een allesbepalende rol speelt. De gorzen bestaan behalve uit vochtige graslanden vooral uit biezen- en rietvelden met ruigten en laag wilgenbos. Door de afsluiting van zee is de vogelbevolking sterk veranderd. Steltlopers zijn nagenoeg verdwenen, de ganzen en eenden daarentegen zijn gebleven. Van de steltlopers resteren alleen nog redelijke aantallen weidevogels. Op de Scheelhoek en de Ventjagersplaten pleisteren lepelaars (afkomstig uit de broedkolonie in het Voornes Duin). De Ventjagersplaten is 's zomers in gebruik als ruiplaats voor onder meer grauwe gans en krakeend. Met name op eilanden in het westelijk deel (o.a. Slijkplaat, Scheelhoek) nestelen visdieven. Deze visdieven foerageren vooral in de Voordelta. In het gebied bevinden zich diverse slaapplaatsen van ganzen, ook de smient rust in het gebied. Verder komen kleine zilverreiger en blauwborst in relatief grote aantallen in het gebied voor.
Ligging
Ten zuiden van Voorne-Putten, ten noorden van Goeree-Overflakkee, westelijke begrenzing Haringvlietsluizen, oostelijke begrenzing Haringvlietbrug (Ventjagersplaten).
Beheer
Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten.