De Wieden vormt het zuidelijk deel van het natte vergraven veenlandschap in Overijssel. In De Wieden liggen enkele grote meren, zoals de Belter- en Beulakerwijde. Rond de plassen ligt een kleinschalig moerasgebied met trekgaten en legakkers, waarin grasland, rietland, ruigte en moerasbos elkaar afwisselen. In de Wieden komen talrijke zeldzame vegetaties voor, waaronder trilvenen, blauwgraslanden, veenheiden, drijftillen van waterscheerling, dottergraslanden en veenmosrietlanden. In de verlande sloten vindt men nog krabbescheer. Deze waterplant biedt nestgelegenheid aan de zwarte stern. De Wieden is het op één na belangrijkste broedgebied van de zwarte stern in Nederland. Ook voor de roerdomp zijn de moerassen van de Wieden één van de belangrijkste in Nederland. In het Kippenest (bij de Bakkerskooi) is een broedkolonie van aalscholvers, die zowel de plassen in het gebied als wateren daarbuiten (oa Zwarte Meer en Ketelmeer) gebruiken als voedselgebied. Verder komen purperreiger, bruine kiekendief, porseleinhoen, watersnip, paapje, snor, rietzanger en grote karekiet in redelijke aantallen voor. Buiten de broedtijd is het gebied van belang als rust- en foerageergebied voor onder andere kleine zwaan, kolgans, grauwe gans en nonnetje.
Ligging
Tussen Steenwijk en Meppel/Zwartsluis.
Beheer
Natuurmonumenten.