Rottumeroog en Rottumerplaat. Twee onbewoonde eilandjes in de verte, hoog boven de Groninger waddenkust. Ooit de uitvalsbasis van zeerovers en piraten. Nu een en al rust en ruimte voor wadvogels en zeehonden. Op Rottum is het menselijke belang volledig ondergeschikt aan dat van de natuur. En dat leidt in augustus en september tijdens de najaarstrek tot zo’n 150.000 vogels per eiland. Rottum: ‘Oog’ en ‘Plaat’. Liefde op afstand.
Rottumeroog is veruit de oudste van de twee. ‘Oog’, wat eiland betekent, duikt voor het eerst op in de vroege middeleeuwen. Het is door monniken in cultuur gebracht vanuit een klooster in het Groningse dorp Rottum. Sindsdien is het eilandje voortdurend van plaats en van vorm veranderd. Een enkele reis naar het oosten. ‘Oog’ bestaat uit drie eilandjes: het ‘hoofdeiland’, het schiereilandje Vuurtorenduin en het door een ondiepe geul, het Oostschild, gescheiden Zuiderduin.
Plaat
In de jaren ‘50 van de vorige eeuw werd op de Boschplaat tussen ‘Oog’ en Schiermonnikoog een stuifdijk geplaatst en helmgras geplant. Er ontstaat een compleet nieuw eiland: Rottumerplaat. Inmiddels alweer twee keer zo groot. Ook ‘Plaat’ heeft drie delen: het hoofdeiland, de zuidelijk gelegen Boschplaat en de Westerduinen.
Broedvogels
De meeste broedvogels van Rottumeroog en Rottumerplaat zijn typische kustbewoners. Erg kritisch in de keuze van hun nestplaats. Rust en ruimte zijn van levensbelang. Sterns en plevieren zijn zo gevoelig voor verstoring dat ze de meest afgelegen plekken op de grens van land en water uitzoeken. Ze nemen het risico voor lief dat hun legsels onder stuivend zand bedolven raken. Of door een hoge vloed worden verzwolgen.
Pitstop
Massa’s trekvogels maken op Rottum een pitstop. Ganzen, eenden, steltlopers. Allemaal strijken ze neer op zoek naar rust en voedsel. Helemaal vanuit Noord-Siberië komen zilverplevieren en kanoetstrandlopers. Anderen moesten juist nog op weg naar de westkust van Afrika. Bij laag water zijn de drooggevallen wadplaten een lopend buffet. ‘Oog’ en ‘Plaat’ zijn bij vloed vluchtplaatsen. Tienduizenden vogels wachten hier op de ‘volgende gang’. Verstoring betekent opvliegen. En vliegen kost energie. Terwijl ze Rottum juist aandoen om bij te tanken.
Kraamkamers
Voor zeehonden zijn de zandbanken van Rottum vooral kraamkamers. In de zomer werpen en zogen de vrouwtjes hier hun jongen. Verstoring kan in deze periode fataal zijn. Als zeehonden op de vlucht slaan, kunnen moeder en jong elkaar kwijtraken. En als de moeders het zogen van hun jong te vaak moeten onderbreken, begint de kleine met te weinig vetreserves aan zijn zelfstandig bestaan.
De tweede uitbraak van het zeehondenvirus in in juni 2002 maakte in Europa meer dan twintigduizend slachtoffers. In Nederland stierf de helft. De zeehondenpopulatie kan zich alleen herstellen als ze met rust wordt gelaten.