Het Westerkwartier is voor veel mensen onbekend terrein. Wie de streek eenmaal leert kennen, staat versteld van de variatie. Er zijn veenweiden, petgaten, poelen, elzensingels, bossen en zelfs heide.
Erfgoed
Staatsbosbeheer beheert verschillende gebieden in de streek. Op de hogere zandgronden in het uiterste zuidwesten liggen de bossen van De Haar en Trimunt. Ten noorden van het Van Starkenborghkanaal, het Humsterland, strekken zich open graslanden en akkers uit. Wierden, kromme sloten en kronkelende wegen geven dit gebied een speciaal karakter. Zo speciaal dat het is voorgedragen voor de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Zandruggen
In het zuidelijk deel wisselen laaggelegen veengronden en hoger gelegen zandruggen elkaar af. De eerste bewoners vestigden zich op die hogere plekken. Nog steeds liggen de dorpen als langgerekte linten op de zandruggen, die gasten worden genoemd. U vindt ze terug in plaatsnamen als Grootegast en Lutjegast. Her en der liggen petgatencomplexen, ontstaan door de turfwinning. Moerasvogels als waterral en rietzanger voelen zich er thuis. Reeën maken dankbaar gebruik van de beschutting en de rust van de moerasbosjes.
Blote voeten
In de buurt van het Reitdiep ligt bij Ezinge de Middeleeuwse Allersmaborg. ’s Zomers gaat het gebouw schuil achter weelderig groen. Op het borgterrein zijn kolonies van blauwe reigers en roeken, en er groeien stinsenplanten. Wandelroutes voeren langs de mooiste plekken in Westerkwartier. Wie de natuur heel direct wil ervaren, kan zijn schoenen uittrekken en het blote voetenpad lopen.