Zwerven langs de rivieren. Door ooibos, bloemrijke graslanden en uiterwaarden vol water- en weidevogels. De Bommelerwaard, misschien wel op z’n mooist vanaf de dijken. Niet het Nederland van boven of onder de rivieren, maar de dynamische en robuuste natuur ertussen. Omarmd door Maas en Waal. Eeuwenoude verdedigingswerken met Slot Loevestein als parel op de kroon. Uitkijkend over de natuur van de toekomst. De Bommelerwaard, een landschap in beweging.
Het 'eiland', zoals De Bommelerwaard vroeger werd genoemd, kent een rijke historie door de unieke en strategische ligging tussen Maas en Waal. Het verleden van de haat-liefdeverhouding met de rivieren. Rampspoed bij overstromingen, voorspoed van het water als middel van bestaan.
Slot Loevestein
In het uiterste westpuntje van Gelderland ligt slot Loevestein, deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het heeft de Tachtigjarige Oorlog doorstaan en Hugo de Groot in zijn boekenkist laten ontsnappen. Rond het slot heeft Staatsbosbeheer de Gandelwaard, met graslanden, moerassen en weelderige wilgenwouden, afgewisseld met open water.
Breemwaard
De Breemwaard, tussen Zuilichem en Nieuwwaal, geeft vanaf de dijken weidse vergezichten over de traag stromende rivier. Er is moeras en er zijn ruigten en wilgenbos. Mooie rietkragen en watervenkel vol witte bloemen zijn te zien in de strang, de oude rivierloop.
Gamerense Waard
Het zijn de nevengeulen die de Gamerense Waard tot een bijzonder natuurgebied maken. Voor veel vissoorten zijn de geulen een ideale paaiplaats. De rivier heeft hier greep op de uiterwaarden, waaroor aanzanding en erosie voor een enorme variatie aan planten en dieren zorgen. De zomerkaden zijn door kenmerkende stroomdalflora als wilde marjolein en veldsalie een waar bloemenparadijs.
Buitenpolder Heerewaarden
Hier raken de milde Maas en de wilde Waal elkaar op verschillende plaatsen. Verdedigingswerken, zoals Fort Sint Andries, herinneren aan de grote strategische waarde van het gebied voor militairen en voor de handel. Doordat hier wordt gewerkt aan nieuwe natuur, ontstaat een steeds beter wandelgebied. Vanuit een vogelobservatiepunt zijn de oeverzwaluw en allerlei steltlopers te bespieden. In de lage uiterwaarden komen typerende verschillen tussen zand en klei, hoog en laag en voedselarm of voedselrijk mooi tot uiting.