Het hart van de boswachterij is een samenzwering van zand en wind: het Kootwijkerzand. In deze verdwaalde woestijn waan je je de eerste bezoeker ooit. Reeën en edelherten in de avondschemering. Sporen van het geheime leven van de nachtdieren. Bos en brede lanen met oude beuken. De heide bij Stroe is al eeuwen onveranderd. Kilometers ver kijken. Een schaapskudde aan de horizon bij Hoog Buurlo. De Veluwe zoals de Veluwe er vroeger ook uitgezien moet hebben.
De boswachterij Kootwijk bestaat uit het Kootwijkerveen, de bossen van Kootwijk en heidevelden bij Stroe en Hoog Buurlo. Het hart is het Kootwijkerzand. Een natuurreservaat van zevenhonderd hectare. De helft ervan stuift, de andere helft is begroeid met mossen en grassen. De wandelaar mag er gaan en staan waar hij wil.
Mini-Sahara
Sierlijke ribbels in het blinkende zand. Als de zee op het droge. Nadat het heeft gewaaid, lijkt het alsof hier nog nooit iemand is geweest. En net als de ‘echte’ woestijn kent ook het Kootwijkerzand extreme temperatuurverschillen.
Op een mooie zomerdag kan het op de zuidhellingen wel vijftig graden worden. Het kwik tuimelt dan ’s nachts tot wel veertig graden naar beneden.
Bijzondere planten
Het ruig haarmos is een van de unieke planten die zich aan deze bizarre omstandigheden heeft aangepast. Prachtig groen in de herfst en winter, een bloeiend rood tapijt in het vroege voorjaar. En dan verdrogen om de zinderende zomer te overleven. Op de windluwe plekken groeien meer planten die nergens anders op de wereld voorkomen, zoals heidespurrie en zandzegge.
Op stelten
Kenmerkend voor het Kootwijkerzand zijn de bizar gevormde vliegdennen. Vernoemd naar het gevleugelde zaad dat spontaan is komen aanwaaien. Vaak zijn ze meer dan een eeuw oud. Door wind en zand gegeseld, zijn de wortels dan vaak kaalgestoven. Ze lijken op stelten in het kale landschap te staan.