Nationaal Park de Meinweg is een goed bewaard geheim. Wie op zoek gaat, vindt het bij de grens met Duitsland. In het hart van Limburg. Het is één van de mooiste nationale parken van ons land. Uitgestrekte heidevelden, blinkende vennen en bossen vol wild. Hier heerst de stilte, ook in de zomer. U kunt er uren ronddolen zonder iemand tegen te komen. Een paradijs voor rustzoekers.
Overal in De Meinweg golft het landschap en stuit u op steile hellingen. Dit is het land van de ‘horsten en slenken’. De hoogteverschillen zijn ontstaan door bewegingen in de aardkost. En door het water van de Maas en Rijn, dat vroeger door het land schuurde. De aarde is nog steeds in beweging. De aardbeving van 1992 heeft flinke scheuren achtergelaten.
Zonnebaden in het struweel
Mulle zandpaden voeren door bos en hei, langs moerassen en beken. Op de ruige heide staan groepjes eiken en er liggen prachtige vennen. De Rolvennen bijvoorbeeld, ontstaan door de turfstekerij.
Dat er veen ligt, ziet u aan de plantjes. Veenmos, wollegras en zonnedauw groeien er. En tussen pollen pijpenstrootje en gagelstruiken voelt de adder zich thuis. De Meinweg is bekend om zijn adders. Ze zijn giftig, maar zo schuw dat u van geluk mag spreken als u ze tegenkomt. De kans is het grootst in het voorjaar, als ze zich opwarmen in de zon.
Klimmen en dalen
Wandelaars en fietsers kunnen hun hart ophalen op de glooiende zandpaden. Houd rekening met zwaar terrein. Routes zijn verkrijgbaar bij het
bezoekerscentrum.
In het gebied loopt een kudde paarden. Ze zijn heel nieuwsgierig, maar voer hen alstublieft niet. Dat verstoort hun natuurlijk gedrag.