Flevoland is gezegend met vele bossen. Verreweg het grootste is het Horsterwold. Je vindt er torenhoge populieren. Varens, mossen en slingerplanten geven ze een sprookjesachtig tintje. Het wemelt er van de vogels, paddestoelen en reeën. In het Horsterwold is ruimte voor iedereen. Je kunt er mountainbiken of rustig van de natuur genieten. Avontuurlijke wandelaars komen volop aan hun trekken in De Stille Kern. Een uitgestrekte wildernis waar paden ontbreken.
Vanaf de buitenkant oogt het Horsterwold wat saai. Een hoge groene muur langs een kaarsrechte weg. Maar wie het bos betreedt gaat een andere wereld binnen. Reusachtige populieren ruisen in de wind. Fluweelzachte mossen bedekken de stammen van omgevallen bomen. Overal ritselen vogels in de struiken. Op open bosweiden grazen reeën. Als de avond valt, klinkt de roep van de bosuil.
Vogels en paddestoelen
Bijzonder aan het Horsterwold is dat je er vooral loofbomen vindt. Populieren en wilgen, maar ook eiken, essen en kastanjes. Zo’n uitgestrekt loofhoutbos komt nergens in Nederland voor. Er zijn honderden soorten vogels geteld. Tientallen vrijwilligers zijn in de weer om ze in de gaten te houden. Blauwborsten broeden er, en grauwe klauwieren. ’s Winters tref je klapeksters en ruigpootbuizerds.
Ook voor paddestoelen is het Horsterwold een paradijs. Er groeien wel 1100 soorten. Vele daarvan zijn heel erg zeldzaam. De paddestoelen luisteren naar prachtige namen, zoals geurige schijnridder en verslippige aardster.
Geheimzinnige wildernis
Midden in het Horsterwold ligt De Stille Kern. Er lopen geen paden, hooguit wat sporen die paarden en koeien hebben getrokken. Na de inpoldering was dit akkerbouwgebied. In 1996 is het aan Staatsbosbeheer overgedragen. Sindsdien mag de natuur er haar eigen gang gaan. Oude wegen zijn overwoekerd. Het is al flinke wildernis geworden. Wandelaars mogen er naar hartelust rondstruinen. Trek een lange broek aan, want je zult je soms een weg door de struiken moeten banen.