Boswachterij Ruinen was 65 jaar geleden nog een woestenij. Met moerassig veen, woeste heide en zandverstuivingen. In 1940 zijn naaldbomen geplant, zoals grove dennen. Snelle groeiers met rechte stammen. Ze leverden prima stuthout voor de Limburgse kolenmijnen. Houtoogst vindt nog steeds plaats in boswachterij Ruinen, maar de natuur heeft er veel meer ruimte gekregen. Dode bomen blijven staan. Spechten hakken daar nestholtes in. Afgevallen takken raken bevolkt met insecten, paddestoelen en mossen. Er verschijnen steeds meer loofbomen, vooral in de bosranden.
Aan de westkant van de boswachterij ligt het Echtenerzand. Hier is nog iets van de heide van weleer bewaard. Er ligt een stuk stuifzand, en een ven. Staatsbosbeheer houdt het waterpeil in het gebied hoog, waardoor oorspronkelijke hoogveenplanten kunnen opschieten. In mei en juni bloeit het veenpluis. Het is een prachtig gezicht als de wind over zo’n veld wattenbollen strijkt. Jeneverbessen en kraaiheide maken het schilderachtige decor compleet. Ook de Gijsselter plassen, in het oostelijke deel van de boswachterij, mogen er zijn.