Korte kenschets
Gevarieerd landschap met loof- en naaldbossen, oude boerderijen en door houtwallen en lanen omzoomde weilanden, graan- en kruidenakkers. Het huis Zwaluwenburg is particulier eigendom.
Historische geografie
De Zwaluwenburg ligt op de overgang tussen het hoge land en de lage vruchtbare gronden langs de voormalige Zuiderzee. Vanaf ongeveer 1200 begon de zeespiegel te rijzen en stroomde het land periodiek onder omdat er nog geen dijken waren. Het zeewater kwam bijna tot het huidige huis. De bodem heeft hier daarom ook een kleihoudende bovengrond. De naam van de boerderij Vloedeinde herinnert aan de overstromingen.
De eerste permanente bewoning in het gebied vond waarschijnlijk plaats in het centrum van het gebied. Hier lagen lage dekzandruggen die gebruikt werden als akkers, er was water in de buurt en lage gronden als weiland en hooiland. De verkaveling van deze eerste ontginningen is onregelmatig en de percelen worden omgeven door houtwallen. De heide van de Veluwe leverde plaggen en werd als weide gebruikt. Plaatselijk was de heide-exploitatie te intensief, waardoor er verstuivingen ontstonden. In de 13de eeuw verordonneerde de hertog van Gelre daarom dat er houtwallen aangelegd moesten worden. Delen van deze wallen zijn langs de Bovenweg en de Bovenheigraaf terug te vinden.
Pas na de bedijkingen in de late middeleeuwen werden ook de lage gronden in cultuur gebracht. Dit werd gedaan in strakke rechte blokken. Het noordelijk deel van Zwaluwenburg werd op deze manier ontgonnen.
Cultuurhistorie algemeen
Het huidige huis Zwaluwenburg is gebouwd op de plaats van een ouder huis: kasteel Wijnbergen. In 1326 werd het goed beleend aan het geslacht Van Wijnbergen. Het kwam in 1582 in handen van de familie Van Haersolte door huwelijk van Johanna van Wijnbergen met Rutger van Haersolte, burgemeester van Harderwijk. Rutger van Haersolte behoorde tot het gezantschap, dat koningin Elisabeth van Engeland in 1585 de heerschappij over de Verenigde Nederlanden aanbood. Zijn nazaat Anthony Zwier van Haersolte liet, met zijn vrouw Coenradina van Dedem, in 1728 het huidige huis bouwen. Vanaf het eind van de 18de eeuw volgden verschillende eigenaren elkaar op. Zo was Zwaluwenburg onder andere in handen van Jan van de Polder, die zijn kapitaal als koopman bij de VOC had verdiend met de opiumhandel in het Verre Oosten.
Landschap
Het contrast tussen het hoge deel met veel bos en een wat 'rommelige' verkaveling en het lage deel met de door lanen en singels omzoomde rechthoekige blokken is groot.
Op de Zwaluwenburg wordt mileuvriendelijk geboerd, zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen en mèt ruimte voor akkeronkruiden. Op een deel van de akkers worden onder EKO-merk granen en aardappelen verbouwd, een ander deel is verpacht aan Kwekerij De Kruismaten die geneeskrachtige kruiden teelt voor Biohorma in Elburg. Dat levert fraaie bloemenvelden op met purperen rode zonnehoed en geel St. Janskruid, die veel insekten en vlinders aantrekken.
Verwervings geschiedenis
In 1959 kwamen het huis en het resterende landgoed in verschillende handen. Het landhuis kwam in bezit van particulieren, terwijl het landgoed werd gekocht door enkele instellingen. Deze wilden er een verpleeginrichting met verspreide bebouwing vestigen. Voor deze bouwplannen verleende de overheid gelukkig geen vergunning. Uiteindelijk is de Zwaluwenburg, met uitzondering van het huis en zijn directe omgeving, in 1973 overgedragen.
Kastelen en landhuizen
Huis Zwaluwenburg is, met de omgrachte tuin en het terrein voor het huis, particulier bezit. In 1728 lieten Anthony Zwier van Haersolte en zijn vrouw Coenradina van Dedem het huis bouwen, dat wordt beschouwd als een van de gaafste en fraaiste 18de-eeuwse landhuizen van Gelderland. De kwartronde verbindingen tussen het hoofdhuis en de bouwhuizen zijn bijzonder. Aan de rechterzijde gaat achter de muur een gang schuil, waardoor een overdekte verbinding is ontstaan tussen het huis en de keuken in het bijgebouw. Aan de linkerzijde is de verbinding niet meer dan een blinde muur, met schijnvensters. Het interieur onderging diverse aanpassingen, waarbij onder meer stucwerk in Lodewijk XV-stijl werd toegevoegd.
De tuin werd in 1919-1921 aangelegd naar ontwerp van D.F. Tersteeg en H.A.C. Poortman.
Tuin/park
In de 18de eeuw werd op de Zwaluwenburg een stelsel aangelegd van rechte lanen met daartussen blokken bos en blokken grasland en bouwland. Uit deze tijd zijn nog enkele lanen en de zichtas voor het huis over.
In de tweede helft van de 19de eeuw werden elementen van de landschapsstijl toegevoegd aan het landgoed. Opvallend is dat op de Zwaluwenburg, in tegenstelling tot vele parken elders, de verlandschappelijking alleen werd toegepast binnen de vlakken uit de formele aanleg. De weide voor het huis kreeg afgeronde hoeken en enkele losse boomgroepen. In de nabijheid van het huis werd 'Klein Zwitserland' aangelegd. Nadat het was dichtgeplant is vanaf 1988 deze landschappelijke aanleg hersteld. Kenmerkend is het centrale grasveld waaromheen boomgroepen en slingerende paadjes zijn aangelegd in de opgehoogde delen. Onder de bomen zijn monumentale platanen, moseiken en rode beuken. Rhododendrons en azalea's omzomen het grasveld, waarin stinzeplanten voorkomen als boerenkrokus, sneeuwklokje en salomonszegel.
Bouwwerken
Bij de overdracht van Zwaluwenburg waren ook acht boerderijen op het landgoed inbegrepen. Hierdoor is het mogelijk geweest de landschappelijke kwaliteiten van het landgoed te behouden en de traditionele aanblik van deze boerderijen te bewaren. De boerderijen hebben allemaal het voor de Noord-Veluwe karakteristieke hoge dak gedekt met riet, meestal voorzien van afschuiningen aan de kopse einden: de wolfeinden. De naam van boerderij Vloedeinde geeft weer dat Zwaluwenburg op de grens van de hogere zandgronden en de het lage overstromingsgebied van de Zuiderzee lag. De aparte wagenloods bij Vloedeinde heeft het voor deze streek kenmerkende laag aangekapte dak. Het bouwjaar van deze boerderij is op een muuranker te vinden: 1853. Daarmee is dit de jongste van de boerderijen. De oudste twee boerderijen zijn 18de-eeuws; boerderij Welgelegen heeft op het erf nog een karakteristieke wagenloods en een bakhuis. Ook hoeve Westbroek dateert waarschijnlijk uit de 18de eeuw. Bij deze boerderij zijn oude hooibergen bewaard gebleven. Het zijn twee- en drieroedige hooibergen met een in deze omgeving veel toegspast golfplaten dak. Ook boerderij Berghorst heeft dergelijke hooibergen. Deze boerderij uit de eerste helft van de 19de eeuw geeft een goed beeld van een kleine boerderij op de zandgronden van de noordwest Veluwe. Westbroek en Berghorst zijn samengevoegd tot eŽeŽn erf en zijn thans in gebruik als zorgboerderij. Boerderij Ruimzicht uit de eerste helft van de 19de eeuw is wat rijker van uitvoering door de sierranden in het mestelwerk in de voorgevel en de deurpartij die van een decoratie is voorzien. Van een minder gebruikelijk boerderijtype in deze streek is het gepleisterde boerderijtje (Zwaluwenburg 2) uit 1813. Het woonhuis is hier dwars voor de stal gebouwd en op het rieten schilddak staan twee hoekschoorstenen. Ook boerderij Zwaluwenburg wijkt van het gebruikelijke type af door de uitgebouwde zijkamer met pannen schilddak. Hoewel de boerderij is voorzien van het jaartal 1794, is deze waarschijnlijk gebouwd in de eerste helft van de 19de eeuw.
Behalve deze boerderijen is ook de eenvoudige poort- of rentmeesterswoning (Broekdijk 9) uit omstreeks 1930 overgedragen, die bestemd was voor de portier van het landgoed.
Flora
De houtwallen en het parkbos rond het huis Zwaluwenburg, vertonen een rijke flora. In het parkbos domineren forse zomereiken en beuken. Verder groeien er onder meer Spaanse aak, taxus, hazelaar, hulst, maagdenpalm en robertskruid. Enkele aangeplante exoten als plataan en moseik zijn uitgegroeid tot monumentale bomen.
Op greppelranden in het bos komt dubbelloof voor. Langs de beukenlanen vinden we plekken met dalkruid en mooie plakkaten kussentjesmos. In de herfst is de stinkzwam vaak te ruiken, en na enig zoeken ook te zien.
In de houtwallen vinden we onder andere hop en kamperfoelie en in de kruidlaag salomonszegel en grootbloemige muur. Langs enkele houtwallen groeit bovendien de vrij zeldzame koningsvaren.
Fauna
Door de grote landschappelijke verscheidenheid is de Zwaluwenburg rijk aan vogels. In de houtwallen broeden grasmus, braamsluiper en geelgors en in het parkbos fluiter, wielewaal en kleine en grote bonte specht. Ook de bosuil, havik, buizerd, groene specht en zwarte specht broeden op het landgoed.
De kruidenakkers trekken veel vlinders aan, waaronder atalanta, koolwitje, gehakkelde aurelia en kleine vos.
De Zwaluwenburg is bijzonder rijk aan vleermuizen, door de vele oude bomenlanen. Onder andere de rosse veermuis, gewone dwergvleermuis, baardvleermuis en watervleermuis komen voor.
De holle bomen zijn ook de slaapplaats van boommarters.
Visie/ toekomstbeeld
De cultuurhistorische waarden zijn op de Zwaluwenburg het belangrijkst. Deze bestaan vooral uit het landgoedkarakter met het kasteel, parkbos, boerderijen, landbouwgronden en bossen. Landbouw en bosbouw maken onderdeel uit van het karakter van het landgoed, maar we streven wel naar natuurvriendelijke vormen daarvan.