inleiding

  
109 ha.  
terug naar natuurkaart  

Zandhegge

regio: Noord- en West-Veluwe en de Gelderse Vallei
gemeente: Apeldoorn
plaats: Wiesel
verwervingsjaar: 1977
Korte kenschets

Vliegdennenbos en heide, door stuifwal gescheiden van aangeplant naald- en loofbos, hakhout en cultuurgrond met lanen en singels.

Geo(morfo)logie

De naam Zandhegge heeft betrekking op de haag van eikenstek waarmee de vroegere bewoners zich beschermden tegen het stuifzand. In de loop van de tijd is deze barrière uitgegroeid tot een imposante wal. De eerste oorsprong van de wal is waarschijnlijk nog ouder; de wal maakt onderdeel uit van een langgerekt complex van dekzandduinen, opgestoven in en vlak na de laatste ijstijd.

Archeologie

Ten zuiden van de Zandhegge liggen langs de weg twee grafheuvels van ongeveer 4000 jaar oud. Op de Wieselse Enk werden ijzertijdaardewerk en vuursteenafslagen gevonden. Onder het Esdek gaan waarschijnlijk nog meer overblijfselen uit het verleden schuil.

Historische geografie

Op de overgang tussen de hoge droge Veluwe en de lagere nattere gronden in de dalen vestigden zich de eerste mensen in dit gebied. Hier was alles voor handen om te kunnen leven: water, weilanden en heide voor vee, hogere gronden voor akkers en bos en hakhout voor bouw- en brandhout. De schapenhouderij heeft in dit gebied een grote rol gespeeld, er hebben in het verleden veel schaapskooien gestaan, nu staat er nog een. De schapen werden geweid op de heide, waar ook plaggen werden gestoken voor in de stallen. Door overexploitatie van de heide ging deze verstuiven. Om de akkers en graslanden tegen het zand te beschermen werd een haag aangeplant. Doordat er steeds meer zand inwoei werd deze geleidelijk aan steeds hoger. Nu is het een hoge wal, die als een boog om de vroegere akkers ligt.

Landschap

De Zandhegge is nu een fraai afwisselend landschap, waarin het verleden herkenbaar is gebleven. De gronden hebben alleen een ander gebruik gekregen. De heide en het stuifzand zijn nu bos en ook het grote akkercomplex is grotendeels beplant met bos. Er wordt geen graan meer geteeld, maar de voormalige akkers zijn nog herkenbaar door hun bolle ligging. De voormalige hakhoutwallen zijn nu volwassen bomenrijen, maar het kleinschalige karakter bleef behouden.

Verwervings geschiedenis

De Zandhegge werd in 1977 gekocht van mevrouw M.A.H. de Bruijn-Dobbelman.

Bouwwerken

De schaapskooi aan de Greutelseweg verwijst naar de belanrijke rol die de schapenhouderij speelde binnen Wiesel. De schapen werden overdag via schapendriften naar de heidevelden geleid. ´s Avonds keerden de schapen terug in de schaapskooi waar hun mest werd verzameld. Vermoedelijk dateert de schaapskooi van de Zandhegge uit de tweede helft van de 19de eeuw, toen deze vorm van schapenhouderij nog een belangrijk onderdeel vormde van het landbouwsysteem in Wiesel. De schaapskooi heeft een traditionele opbouw. Daarbij horen het met riet gedekte schilddak en de brede deuren aan de kopse gevels die tot doel hadden de schapen snel in en uit de kooi te kunnen leiden. Ook de afgeschuinde hoeken van deze gevels fungeerden ter vergemakkelijking van het naar buiten geleiden van de schapen.

Flora

Ten noorden van de stuifwal ligt vliegdennenbos op voormalige heide en stuifzand, dat zich spontaan mag ontwikkelen. De uitgestoven laagte is zeer voedselarm. Dit gebied is rijk aan mossen en korstmossen en berk en grove den groeien hier moeizaam. De opgestoven delen zijn rijker, omdat ze humus bevatten. Hier groeien bosbes, vossebes, kraaiheide, dopheide, pijpestrootje en een enkele jeneverbes. Op een heideterreintje tegen het Kroondomein aan groeit de zeldzame veenbies. Ten zuiden van de wal liggen door loofhoutwallen en -singels omgeven landbouwgronden. Opvallende soorten hierin zijn kamperfoelie, adelaarsvaren, eikvaren en veelbloemige salomonszegel.

Fauna

Dank zij de rust en de ligging naast het grote aaneengesloten bos- en natuurgebied van het Kroondomein, bezit de Zandhegge een rijke fauna. Er zitten relatief veel reeen en veel verschillende soorten vogels, waaronder diverse roofvogels en uilen. In het bos ten noorden van de stuifwal zijn veel hopen van de rode bosmier geteld. Rode bosmieren zijn het hoofdvoedsel van de groene specht, een zeldzame vogel die op de Zandhegge voorkomt. Dit bos mag zich natuurlijk ontwikkelen, waardoor dood hout en oude bomen toenemen. Daardoor zijn in de afgelopen jaren de soorten die hiervan afhankelijk zijn, zoals boommarter, kleine bonte specht en glanskop, toegenomen.

Visie/ toekomstbeeld

Ten noorden van de stuifwal willen we de natuur zoveel mogelijk zijn eigen gang laten gaan. Ten zuiden van de stuifwal zullen de cultuurhistorische waarden het belangrijkst zijn. Op de voormalige akkers willen we weer graan gaan telen, terwijl zich in de lagere delen vochtige graslanden kunnen ontwikkelen. Stuifwal, wildwallen en hakhoutwallen zullen in goede conditie worden gehouden, zoals men in het verleden ook deed.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl