inleiding

  
513 ha.  
terug naar natuurkaart  

Wekeromse Zand

regio: Noord- en West-Veluwe en de Gelderse Vallei
gemeente: Ede
plaats: Meulunteren, Wekerom
verwervingsjaar: 1956
Korte kenschets

Levend stuifzandgebied met interessante overgangen naar korstmosrijke buntgrasvegetaties en heide, omgeven door oud grove-dennenbos, jongere naaldhoutbebossingen, heide en bouwland met Celtic fields.

Geo(morfo)logie

De kern van het Wekeromse Zand bestaat uit een overwegend open gebied van ruim 100 ha, met actief stuivend zand, diep uitgestoven laagten en begroeide 'forten'. Actief stuivend zand komt in Noord-West Europa buiten Nederland bijna niet meer voor. Dit maakt het Wekeromse Zand aardkundig, ecologisch en cultuurhistorisch zeer waardevol. De heidevelden ten westen van Wekerom waren vanaf de middeleeuwen gemeenschappelijk bezit van de bewoners van deze buurtschap. Zij lieten er hun schapen weiden en staken plaggen. Men gaf de heide echter onvoldoende gelegenheid om te herstellen, waardoor de bodem ging stuiven. De noordoostrand van het Wekeromse Zand bestaat uit een hoge randwal, die ontstaan is door inwaaiing van zand in begroeiing. Deze begroeiing is opzettelijk aangebracht, ter bescherming van de erachter liggende landbouwgronden: de Wekeromse Eng en de Wekeromse Meent. In delen van het Wekeromse zand is het zand weggeblazen tot onder de grondwaterspiegel. Hier treffen we vennetjes aan. Het verschil tussen het uitgangsmateriaal (dekzand) en verstoven materiaal is aan de kleur te zien: dekzand is helder geel omdat het geen humusdeeltjes bevat. Stuifzand is vuilgeel omdat het wel humusdeeltjes bevat, afkomstig van verstoven bodems. Tussen het dekzand en het erboven liggende stuifzand is in de bodem soms nog een donker gekleurde laag aan te treffen. Dit is een podzollaag. Dit duidt erop dat hier een begroeide bodem is overstoven. De donkere kleur komt door organisch materiaal, gevormd door korte vegetaties als heide en gras. In de afgelopen 200 jaar is de zandverstuiving langzaam dichtgegroeid. In 1800 omvatte de zandverstuiving ongeveer 300 ha, in 1900 was daar circa 170 ha van over, in 1960 nog 40 ha en begin 1993 nog maar 14 ha.

Archeologie

Het Celtic Fieldcomplex van Wekerom is een van de grootste van ons land, minimaal 80 ha groot. Celtic Fields zijn akkertjes uit de ijzertijd. Ze bestonden uit vierkante veldjes van ongeveer 40 bij 40 meter, omgeven door walletjes. De eerste landbouwers hadden in die tijd een voorkeur voor zandgrond. Zandgrond was schraal en leverde relatief weinig op, maar was met de middelen die zij tot hun beschikking hadden te bewerken. De bodem werd bewerkt met een eergetouw, een puntige stok met een handvat. Dit gereedschap trok de bodem voldoende los om te kunnen zaaien. Als de akker uitgeput raakte ging men naar een nieuw veldje. De walletjes ontstonden waarschijnlijk doordat daar stobben en ander afval neergelegd werd. Op de walletjes werden ook struiken geplant om stuifzand buiten en vee binnen te houden. De akkertjes werden licht bemest door vee en organisch materiaal van elders. De grond was zeer bewerkelijk en bracht maar weinig op; waarschijnlijk kon het hele complex van Wekerom maar twee tot drie families van voedsel voorzien. Er zijn ook resten van boerderijen op enkele akkertjes gevonden, waarschijnlijk bouwde men als de boerderij vervallen was hem elders op het complex weer op. Het oude erf werd weer een akkertje. Ergens rond de jaartelling werd de ijzeren keerploeg geintroduceerd. Hiermee konden lemiger gronden bewerkt worden. Deze gronden leverden een veel hogere productie op dan de zandgronden en langzaam aan werden de Celtic Fields verlaten voor de lemiger gronden dichter bij de beekdalen. Eeuwenlang lag het Celtic Field vrijwel onaangetast in het bos of op de hei. Pas in de middeleeuwen vond aantasting plaats doordat door overexploitatie van de heide een deel van het complex verstoof. Een andere aantasting vond plaats eind 19de, begin 20ste eeuw, toen de heide grotendeels ontgonnen werd en de Celtic Fields ondergeploegd werden. De walletjes zijn nu alleen nog op luchtfoto's te herkennen en als zeer lichte welvingen in het land. In het bos is het Celtic Field nog het beste bewaard gebleven. Langs de Vijfsprongweg is een reconstructie gemaakt van een Celtic Fieldcomplex zoals het er in de ijzertijd uitzag.

Verwervings geschiedenis

Het is aan notaris Mr. R. Dinger te Lunteren te danken dat het stuifzand ongerept in stand bleef. Hij kocht bij stukjes en beetjes de kern van het gebied aan. In 1930 verkocht de hij het terrein aan E.H. Kerkhoven, die eveneens het behoud van de zandverstuiving nastreefde. Hij bracht het bezit onder in een N.V. en wist het uit te breiden van 350 tot 420 ha. In 1956 werden alle aandelen van de N.V. gekocht, waarmee het Wekeromse Zand verworven werd.

Flora

Het stuifzand vormt een zeer extreme biotoop met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, vaak is er droogte omdat water nauwelijks wordt vastgehouden en bij storm is er de geseling van het zand. Dit alles maakt dat maar weinig organismen hier kunnen overleven. In het centrale gedeelte van het gebied kan men alle successiestadia van de natuurlijke vastlegging van het zand waarnemen. Tot de eerste plantensoorten die zich in het kale zand wagen behoren buntgras en zandzegge. Daarna volgt het ruig haarmos, dat prachtige roodbruine tapijten vormt. Hiermee is het milieu wat rustiger geworden en kunnen zich vele soorten korstmossen vestigen. Ook éénjarigen als heidespurrie en klein tasjeskruid nemen nu hun kans waar en uiteindelijk kan een ontwikkeling tot heide optreden. De heidevelden zelf hebben weer hun eigen vegetaties. Er groeien diverse soorten wolfsklauwen. Ook groeit het parasitaire plantje klein warkruid hier. Diverse korstmossen dragen bij aan de waarde van dit gebied, alsook vele paddestoelen, waaronder zeldzame, zoals gele ridderzwam, witbruine ridderzwam, dennesatijnzwam en sparrestinktaailing.

Fauna

Op de heideterreinen en het stuifzand zorgt een kudde moeflons voor het kort houden van de vegetatie en het openhouden van het stuifzand. Op het stuifzand houdt zich onder andere de mierenleeuw op, een insect waarvan de larve in een valkuil in het zand op voorbijkomende onfortuinlijke insecten wacht. De bijenwolf is een kever wiens larven zich in nesten van bijen tegoed doen aan de bijenpoppen. Ook de kleine heivlinder profiteert van de aanwezigheid van zowel heide als stuifzand. De laatste jaren breiden de mieren zich uit; er worden steeds meer hopen van de rode bosmier gesignaleerd. Vele vogels houden zich in het gebied op, allen met hun eigen voorkeur voor hun leefomgeving. Met name de heideterreinen en zandverstuivingen herbergen bijzondere soorten; klapekster, nachtzwaluw en geelgors toeven hier graag. Ook de raaf is een vaste bewoner van het gebied. Een aantal van deze vogelsoorten zijn teruggekomen na herstelmaatregelen in het stuifzand in 1993. Op het terrein zijn twee dassenburchten gevestigd met een stabiele populatie dassen. Verder leven er wilde zwijnen en worden er regelmatig edelherten gezien.

Visie/ toekomstbeeld

De unieke combinatie van hoge natuurwaarden in het stuifzand en hoge cultuurhistorische waarden in het Celtic Fieldscomplex er omheen maken het gebied bijzonder waardevol. Streven is het stuifzandgebied verder uit te breiden en de natuurwaarden van de bossen en andere gronden eromheen te verhogen. Het Celtic Fieldcomplex zal beschermd worden door bodemverstorende activiteiten achterwege te laten.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl