inleiding

  
109 ha.  
terug naar natuurkaart  

De Voorst

regio: Achterhoek en Oost-Veluwe
gemeente: Gorssel
plaats: Zutphen, Eefde
verwervingsjaar: 1988
Korte kenschets

Huis de Voorst met tuin en park en afwisselende omgeving met boerderijen, landbouwgronden en bos. Statige lanen, schilderachtige paadjes, bosvijvers, houtwallen en solitaire bomen.

Archeologie

In 2002 zijn op enkele honderden meters ten zuiden van het huidige huis in de bodem de resten aangetroffen van het middeleeuwse huis De Voorst. Deze liggen dicht onder de oppervlakte, daarom wordt geprobeerd om dit perceel in overleg met de pachter van bouwland om te zetten in grasland, zodat de kans op beschadiging van deze historische resten wordt verkleind.

Cultuurhistorie algemeen

Huis De Voorst heeft een middeleeuwse voorloper gehad, die in de 16de eeuw overging in handen van het geslacht Van Keppel. De Voorst behoort dan tot een ring van havezates rond Zutphen en is van geringe betekenis. Daar komt verandering in als Arnold Joost van Keppel eigenaar wordt. Hij steeg al op jeugdige leeftijd in de gunst van koning-stadhouder Willem III, die het huis in 1695 mede financierde en er over vertrekken kon beschikken.

Landschap

Landgoed De Voorst is een gevarieerd cultuurlandschap, met een afwisseling van bos, cultuurgrond en boerderijen. Er zijn statige lanen en schilderachtige laantjes, bosvijvers, weidepoelen, houtwallen en solitaire bomen en boomgroepen. In het terrein en aan veel van deze elementen is de historische aanleg nog duidelijk te herkennen.

Verwervings geschiedenis

In 1951 werd het landgoed, met inbegrip van de ruïne van het huis, gekocht door de Stichting Pensioenfonds van de Nederlandsche Heidemaatschappij. In 1957 werd Geldersche Kasteelen eigenaresse van het huis, met als doel subsidie te kunnen krijgen voor de restauratie. Het huis werd na de restauratie voor een symbolisch bedrag verhuurd aan de Heidemij. Van het omliggende landgoed kon in 1988 het belangrijkste deel worden aangekocht.

Kastelen en landhuizen

Het hoogtepunt in de geschiedenis van het landgoed vormt de bouw van het Huis De Voorst en de aanleg van park en tuinen rond 1695, door Arnold Joost van Keppel. Hij wist de bekendste ontwerpers van zijn tijd in te schakelen: de stadhouderlijke architect Jacob Roman, die ook Het Loo bouwde en de ontwerper Daniel Marot die werd ingeschakeld voor het interieur en de tuinen. Het huis had met zijn collonades, zijn bijzonder rijke interieurs en indrukwekkende tuinaanleg een on-Nederlandse allure. Reeds vijftig jaar na de bouw werd De Voorst verkocht, waarna het in handen komt van de geslachten Van Lynden, Bentinck en Van Neukirchen. In 1846 treedt het verval in, als het bezit wordt geveild en de speculant Gerrit Hesselink de zijvleugels, het koepeldak en delen van het interieur sloopt. Herstel volgde toen in de familie Vo¨lcker van Soelen eigenaar werd. In 1875 en 1909 werd het hoofd-gebouw gerestaureerd en de vleugels en colonnades weer opgebouwd door J.J. en M.A. van Nieukerken. Door brand gingen het hoofdhuis met de restanten van het bijzonder rijke en onvervangbare interieur in 1943 definitief verloren. Nog tijdens de Tweede Wereloorlog leverde M.A. van Nieukerken plannen voor het herstel. Na de verwerving in 1957 kon de restauratie van start gaan, die in 1960 werd voltooid. In 1996-1998 werden de brug en twee hekken hersteld. De restauratie van de kademuren volgde in 2003, waarbij de de muurflora die bestaat uit muurleeuwenbek, muurvaren en bosrank in stand wordt gehouden.

Interieur/ collectie

Van de uitzonderlijke rijkdom van het oorspronkelijke interieur is in het huidige huis niets over. Deuromlijstingen en schouwen waren van gedetailleerd snijwerk voorzien. Stucwerk en schilderingen sierden wanden en plafonds. De schilderingen in het trappenhuis waren in dezelfde trant als op Het Loo uitgevoerd. De vergulde deursloten en de uitzonderlijke meubilering spraken tot ieders verbeelding. Het verval begon in 1741, toen de inventaris van het huis werd geveild. In 1846 verkocht Gerrit Hesselink tal van interieur-onderdelen, waaronder betimmeringen, vloerstenen, spiegels, lambrizeringen en plafondstukken. Daarna betekende de brand van 1943 het definitieve einde voor hetgeen nog restte van de allure van huis De Voorst.

Tuin/park

Park en tuinen werden aangelegd in de formele stijl die aan het eind van de 17de eeuw in zwang was. Arnold Joost van Keppel schakelde bij de aanleg dezelfde ontwerpers in die tien jaar eerder bij de bouw en de tuinaanleg van Het Loo waren betrokken: Jacob Roman en Daniël Marot. Op de lange centrale middenas, afgesloten door een halfronde boog, waren twee waterbassins aangelegd. Ter weerszijden waren symmetrische vakken gegroepeerd met parterres en, verder van het huis verwijderd, omhaagde moestuinen. Nog aanwezige elementen van deze aanleg vormen de Voorster Allee en Kapperallee, en de in zuidelijke richting lopende dwarslaan, die overgaat in de hoofdas van het aangrenzende 't Velde. Het verval van deze fraaie tuinen trad al in 1741 in, het jaar waarin de weduwe van Arnold Joost van Keppel overleed. Vanaf omstreeks 1800 werd de inmiddels ouderwetse aanleg aan de smaak van de tijd, de landschapsstijl, aangepast. De grote ronde weide, het parkbos, de verspreide bomen en boomgroepen, de bosvijvers en de slingerende paden zijn kenmerken hiervan. In 1908 werden de tuinvakken achter de bouwhuizen in ´architectonische´ stijl opnieuw aangelegd door Leonard A. Springer.

Bouwwerken

Op het voormalige landgoed staan diverse boerderijen en dienstwoningen die van oorsprong tot Huis De Voorst horen. Deze werden hoofdzakelijk gebouwd omstreeks 1880 en rond 1910. In deze twee perioden was het eerst Hendrik Gerard Johan Völcker van Soelen die De Voorst een nieuwe impuls gaf door veel boerderijen terug te kopen. Zijn zoon Eduard Constant Carel Völcker van Soelen spaarde kosten nog moeite om het landgoed weer in oude luister te herstellen. De in erfpacht uitgegeven tuinmuur en voormalige fruitschuur Eikenhof werden in de tweede helft van de 19de eeuw gebouwd. De tuinmuur wordt in vakken verdeeld door witgepleisterde pijlers en horizontale banden en is afgedekt met rode Hollandse dakpannen. Op de pijlers staan bollen met een smeedijzeren spits geplaatst. Het boerderijcomplex Boombosch grenst direct aan de lange zichtas naar De Voorst. De sluitsteen in het achterhuis geeft het bouwjaar weer: 1885. Het is een in traditonele stijl gebouwde T-boerderij, met latere aanbouwen. Op het erf ligt de gelijktijdig gebouwde arbeiderswoning Altena. Door het gezamenlijke toegangspad is de ruimtelijke samenhang bewaard gebleven. Altena is een verkleinde uitvoering van Boombosch, met eenzelfde dwarsgeplaatst voorhuis. Berkeloord dateert van omstreeks 1875 en ligt aan de rand van het bosgebied, een geëigende plek voor een boswachterwoning. Het heeft verschillende karakteristieken die ook bij de andere dienstwoningen zijn te zien: gietijzeren sierankers en accentuering van de hoeken van de gevels door geblokte pilasters. Opvallend aan Berkeloord zijn de rondom in de gevels aangebrachte banden van gele bakstenen. In de keuken is de oorspronkelijke betegelde schouw bewaard en in het voorhuis zijn nog de bedsteedeuren. De jachtopzienerswoning Jachtlust werd rond 1880 gebouwd. Aanvankelijk had de woning een boerderijgedeelte, dat aan het begin van de 20ste eeuw werd verbouwd tot woonhuis. Het huis heeft een T-vormige plattegrond. Karakteristiek zijn de decoraties van de dakranden en goten en de geblokte pilasters op gevelhoeken. Het voorhuis heeft nog de oorspronkelijke indeling en een betegelde schouw die identek is aan de schouw in Berkeloord. Aan de Kapperallee ligt de witgepleisterde stalmeesterswoning Albemarle die volgens de bewaard gebleven bouwtekeningen uit 1909 dateert. In dat jaar werd de oranjerie gebouwd op de plaats van de oorspronkelijke rechtervleugel van het huis. Classicistische stijlelementen van huis De Voorst zijn in eenvoudige vorm in deze dienstwoning herhaald, zoals de dakvorm, de dakkapellen en de galerij. Ook hier vallen de geblokte pilasters op de hoeken van de gevels op.

Flora

Op het landgoed de Voorst komen verschillende bos- en vegetatietypen voor. Ten zuiden van de gracht groeien in het bos breedbladige wespenorchis en het maarts- en blauwsporig viooltje. Over het hele terrein is een fraaie paddestoelenvegetatie aanwezig. De groene knolameniet is dodelijk giftig. In het najaar van 2002 trok een zeer fraai exemplaar van de zeldzame goudhoed veel aandacht. De hoed van deze mooie geelgouden paddestoel had een doorsnede van 25 cm. In de herstelde zichtas van het parkbos groeit de zeldzame driehoeksvaren. Langs de gracht groeien in de kademuur diverse soorten muurplanten, waaronder tongvaren, muurvaren en grasklokjes. Bij de restauratie van de kademuur worden deze zo veel mogelijk gespaard. Langs de binnenzijde van de muur groeit weidegeelster. In en langs de bosvijver groeit een keur aan oever- en waterplanten zoals drijvend fontijnkruid.

Fauna

In de gerestaureerde ijskelder van het landgoed overwinteren vele vleermuizen. De meeste soorten worden als kwetsbaar aangemerkt in Nederland, zoals de franjestaart en de grootoorvleermuis. De naam van de laatste geeft al aan waar de soort aan te herkennen is. In de zomer verplaatsen ze zich van de ijskelder naar boomholtes en nestkasten om te rusten. De verscheidenheid aan landschapstypen levert voor vele soorten vogels een goed leefmilieu. In de bossen komen vele mezensoorten voor en andere bossoorten als holenduif en de zwarte specht. De houtwallen zijn een goed leefgebied voor het kleine winterkoninkje met zijn vrolijk wippende staart. Langs de gracht maakt de ijsvogel regelmatig zijn opwachting. Ook zijn er op het landgoed 12 verschillende soorten libellen geteld, waaronder de minder algemene groene libel en weidebeekjuffer.

Visie/ toekomstbeeld

Op De Voorst zijn de cultuurhistorische waarden bepalend voor het beheer. Allereerst zijn daar natuurlijk het huis met een tuin en park die als monument in stand worden gehouden. In de daar omheen liggende bossen en landbouwgronden vormden van oudsher landbouw en bosbouw de economische pijlers onder het totale landgoed. Dat wordt door ons voortgezet, zij het dat wij streven naar duurzame vormen daarvan, zoals ecologische landbouw en geintegreerd bosbeheer.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl