Korte kenschets
Uiterwaardgraslanden met oude rivierloop, omzoomd door rietkragen en knotwilgen.
Geo(morfo)logie
Landschap
De Veesserwaarden liggen in de buitenbocht van een grote IJsselmeander tussen Olst en Wijhe. Met het aantrekkelijke silhouet van het dorp Veesen achter de dijk en de grotendeels beboste binnenbocht bij Fortmond aan de overzijde van de IJssel heeft het gebied een grote landschappelijke waarde.
In de uiterwaard ligt een oude rivierloop, de Hank genoemd, die deels nog bestaat uit open water. De Hank wordt in tweee"n gedeeld door een dam, die de Kozakkenkrib genoemd wordt, omdat de Kozakken ten tijde van Napoleon de IJssel via deze krib zouden zijn overgestoken.
De uiterwaard biedt een afwisselende aanblik, met open water, ritkrage, grazige vegetaties en enkele groepjes wilgenstruiken.
Flora
Binnen de Veesserwaarden komt de gradie"nt van nat naar droog goed tot uitdrukking, hoewel de verschillende plantengemeenschappen niet volledig ontwikkeld zijn. In de oude nevengeul vinden we waterlelie, watergentiaan en gele plomp. Dan komt een moeraszone met veel bloeiende planten zoals moerasspirea, zwanebloem en kattestaart. Waar het grasland regelmatig onder water staat vinden we soortenarme graslandtypen. Waar het iets droger is komen kamgras, geoorde zuring, engelse alant en kleine bevernel voor.
In een wilgenbosje komt het zeldzame groot warkruid voor, dat parasiteert op brandnetel. Ook komt hopwarkruid voor, dat op dauwbraam leeft.
Fauna
De Veesserwaarden zijn vooral van belang als pleisterplaats voor water- en moerasvogels, waaronder dodaars, kleine zwaan, watersnip en waterpieper. De grauwe gans doet het goed als broedvogel.
Weidevogels komen minder voor, maar proberen het wel, met als meest bijzondere vertegenwoordigers de kwartelkoning en gele kwikstaart.
In 2001 werden ijsvogel en porseleinhoen gezien.
Tot de broedvogels horen kleine karekiet, rietgors, baardmannetje, blauwborst en snor.
In voorjaar en zomer zijn lepelaar en ooievaar geregelde gasten en ook de grote zilverreiger is al eens gezien.
Tot de roofvogels die het gebied gebruiken horen smelleken en slechtvalk.
Visie/ toekomstbeeld
Om de variatie van het gebied en daarmee de natuurwaarden in stand te houden en te ontwikkelen worden delen van het gebied gehooid en begraasd. Het water, de bosjes en de rietkragen worden niet beheerd.