Korte kenschets
De 15de-eeuwse poorttoren van het sinds de 18de eeuw verdwenen kasteel Poelwijk.
Archeologie
Bij opgravingen in 1959-1960 van een gedeelte van het terrein werden restanten gevonden van het kasteelcomplex. Er werden fundamenten aangetroffen van een 13de-eeuwse omgrachte woontoren en van een tweede toren die in de 15de eeuw op de gedempte gracht van de eerste toren was gebouwd. Er werd enig muurwerk van de voorburcht en van twee bruggen blootgelegd.
Verwervings geschiedenis
Na verschillende eigenaren werd Poelwijk in 1864 verkocht aan de familie Breunissen, waarvan het in 1959 werd verworven.
Kastelen en landhuizen
Vanaf 1275 is het geslacht Van Poelwijck in Gendt bekend en mogelijk gaf deze familie de naam aan het kasteel. Poelwijk was Gelders leen sedert 1441, toen behoorde het huis echter aan de familie Collart.
De toren van Poelwijck maakt de indruk uit de 15de eeuw te dateren. Van oorsprong had de toren waarschijnlijk een borstwering met kantelen boven het boogfries dat nog bewaard is gebleven. De dichtgemetselde boogopeningen zijn herkenbaar en geven duidelijk weer dat de toren als poorttoren is gebouwd.
Vanaf 1551 komt het kasteel door huwelijk opnieuw in handen van de familie Van Poelwijck. Daarna volgt in 1598 het geslacht Van Wely. In 1667 wordt Poelwijck verkocht aan Van Wichen en in 1702 vererft het aan Johan Maurits van de Poll.
Op een tekening die Cornelis Pronck maakte in 1731 is te zien dat Poelwijk toen bestond uit de huidige toren met een aanbouw. De hoofdburcht was toen al gesloopt en de poorttoren was reeds verbouwd tot woontoren door het dichten van de doorgang. De aangebouwde vleugel is in de tweede helft van de 16de- of het begin van de 17de eeuw ontstaan.
De familie Breunissen liet de boerderij naast de toren bouwen. De aanbouw aan de toren moest daarvoor wijken.
Nadat in 1940 nog herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd, liep de toren in de winter van 1944-1945 veel schade op als gevolg van oorlogshandelingen. Nadat de overdracht in 1959 had plaatsgevonden, werd gelijk een begin gemaakt met het herstel. De restauratie van de toren werd in 1960 voltooid.
Interieur/ collectie
Johan Maurits van de Poll heeft tussen 1702 en 1722 de trompe-l'oeil beschilderingen laten aanbrengen in het benedenvertrek. Deze schilderingen zijn in slechte toestand maar de voorstelling is nog herkenbaar als een tempeltje met doorkijkjes op een landschap en beelden die Hoop, Geloof, Liefde etc. voorstellen. Zijn wapen liet hij op de schoorsteenboezem aanbrengen. In het vertrek op de eerste verdieping, dat alleen via de houten buitentrap te bereiken is, bevindt zich een laat-gotische gemetselde schouw met haardstenen uit de bouwtijd. In de wanden van dit vertrek zijn enkele kaarsnissen aangebracht.
Visie/ toekomstbeeld
De toren wordt in stand gehouden en regelmatig geinspecteerd.