Korte kenschets
Overgangsgebied tussen hoger gelegen bos en soortenrijke heide met vennen en de lager gelegen heischrale graslanden met veentjes, poeltjes, brongebieden, kwelbeekjes en slootjes.
Historische geografie
De Tongerense Heide is een restant van een uitgestrekt heideveld, dat waarschijnlijk gemeenschappelijk bezit was van de boeren uit de buurtschap Tongeren en later onder hen is verdeeld. De heide maakte onderdeel uit van het landbouwkundig systeem van de buurtschap, waarin dicht bij de boerderijen akkers en hakhoutbosjes lagen, in de nattere dalen hooilanden en de heide gebruikt werd om het vee op te weiden en om plaggen te steken.
Ook het Tongerense Veen en het Wisselse Veen maakten deel uit van dit systeem. Beide terreinen liggen in laagtes tussen uitlopers van de hoge Veluwe, waardoor water dat daar in de grond zijgt in deze veengebieden als kwelwater aan de oppervlakte komt.
Het Tongerense Veen ligt dicht bij de buurtschap. Hier werd dit zeer zuivere water daarom al vroeg nuttig gemaakt. Er werden beken gegraven, zoals de Paalbeek, Vlasbeek en Dorpse beek, die het water afvingen, zodat het gebruikt kon worden om de weilanden te bevloeien, molens aan te drijven en als waswater. Tevens werd daardoor het Tongerense Veen droger, zodat het beter geschikt werd als wei- en hooiland. Er werden percelen in gemaakt, die omgeven werden door slootjes en houtsingels.
Het Wisselse Veen lag veel verder van de bewoonde wereld. Hier werd al die moeite niet gedaan. De beek die in het Wisselse Veen ontspringt wordt daarom de Verloren Beek genoemd: het water werd niet nuttig gebruikt en was dus 'verloren'.
Op de moerassige delen na werd het Wisselse Veen wel gebruikt om te hooien en vee te weiden, maar het werd niet in aparte percelen verdeeld. Waarschijnlijk werd het net als de heide gemeenschappelijk gebruikt.
Tussen 1850 en 1900 maakte de landbouw een paar grote sprongen voorwaarts door onder andere de uitvinding van de kunstmest en betere ontwateringsmogelijkheden. De heide werd toen grotendeels ontgonnen tot bos. De veengebieden werden ontwaterd en omgezet in landbouwgrond.
In 1993 is in het Wisselse Veen een natuurherstelproject uitgevoerd, dat tot doel had de natuurwaarden van voor de ontginning terug te brengen.
Landschap
De terreinen vormen nu een landschappelijk en ecologisch zeer waardevol geheel. Hoog en droog ligt de Tongerense Heide, bestaande uit een afwisseling van heide en bos. Door ondoorlatende lagen in de ondergrond zijn er ondanks de hoge ligging natte plekken en vennen, die een extra domensie aan het landschap toevoegen.
Op de overgang met het Wisselse Veen wordt het terrein steeds natter en verandert van heide naar heischraal grasland, moeras en open water. Op de overgang ligt de Boerweg, vanwaar men een prachtig weids uitzicht heeft over enerzijds de droge Tongerense Heide en anderzijds het natte Wisselse Veen.
Meer naar het noorden, langs de Tongerense Beek, Paalbeek en Vlasbeek heeft het landschap een kleinschaliger en cultuurlijker karakter door de opgeleide beken en de door bosjes of singels omgeven graslanden.
Verwervings geschiedenis
Van de Tongerense Heide was 33 ha eigendom van de gemeente Epe, die dit bezit in 1943 schonk aan Het Geldersch Landschap, onder het beding dat de stichting de oppervlakte binnen 20 jaar zou verdubbelen. Binnen vijf jaar was aan deze voorwaarde al ruimschoots voldaan.
Bij de verdeling van de gemeenschappelijke gronden was de heide opgedeeld in smalle strookjes met allemaal een andere eigenaar, zodat er erg veel kleine aankopen van soms maar een paar hectare gedaan moesten worden om deze verdubbeling te realiseren.
Later zijn nog vele kleine enclaves binnen het bezit verworven, die na snipperverkaveling in de jaren zestig waren gekocht door mensen die er een zomerhuisje hoopten te kunnen neerzetten. Maar de planologische bescherming van de centrale Veluwe, die in dezelfde tijd gestalte kreeg, ontnam hen deze illusie.
Flora
De Tongerense Heide is vooral van belang om zijn afwisselende heidevegetaties. Op de arme, droge grindrijke koppen komt een struikheidegemeenschap voor. Door een ondoorlatende laag in de bodem zijn er in de lage delen vennen te vinden met onder andere diverse veenmossen, moerasrus, veelstengelige waterbies en veenpluis. Tussen deze twee uitersten liggen diverse typen dopheidegemeenschappen, sommige met veel korstmossen, andere met veel veenmossen en soorten als veenbies en blauwe zegge. Waar het iets droger is komt heischraal grasland voor met soorten als klokjesgentiaan, kleine zonnedauw, witte en bruine snavelbies.
In het begin van de 20ste eeuw was het Wisselse Veen één van de schatkamers van de Nederlandse wilde flora. Het dankte zijn rijkdom aan wilde planten aan velerlei geleidelijke overgangen tussen hoog en laag, nat en droog, voedselarm en minder voedselarm. Een belangrijke factor hierbij was het opkwellen van Veluws grondwater.
Er zijn enkele waardevolle restanten overgebleven, zoals 'het landje van Jonker'. Hier komen zeldzaamheden als armbloemige waterbies en wateraardbei voor in een dik tapijt van allerlei veenmossen.
Na de natuurontwikkeling zijn in het Wisselse Veen bijzondere soorten teruggekomen zoals bruine snavelbies, klimopwaterranonkel, duizendknoopfonteinkruid, heidekartelblad, diverse soorten glanswieren, moeraswolfsklauw, klokjesgentiaan, stekelbrem, stijve ogentroost, vlottende bies, ronde zonnedauw, gevlekte orchis en teer kransblad. Zeer recent zijn ook armbloemige waterbies, padderus en galigaan aangetroffen.
Fauna
De Tongerense Heide is het leefgebied van edelherten en wilde zwijnen en ook de das heeft er een burcht. In het bos broeden havik, buizerd en ransuil. Op de heide komen nachtzwaluw, geelgors, roodborsttapuit en boomleeuwerik voor. 's Winters verblijft er vaak een klapekster. Andere bijzondere vogelsoorten van de Tongerense Heide zijn blauwe kiekendief en boomvalk.
De heide herbergt nog redelijke aantallen adders. Ook de kleine hagedis, zandhagedis en hazelworm leven er. In de paartijd, rond eind maart, zijn flinke groepen heikikkers te zien en te horen en sinds kort ook de rugstreeppad.
Dank zij de aanwezigheid van klokjesgentianen is er een redelijke populatie gentiaanblauwtjes. De klokjesgentiaan fungeert als waardplant, maar de rupsen zijn bovendien afhankelijk van bepaalde soorten knoopmieren. Die nemen de rupsjes als deze halfvolgroeid zijn mee naar hun nest, waar ze overwinteren en zich verpoppen.
Bijzonder is ten slotte ook het voorkomen van twee niet eerder in ons land waargenomen cicadesoorten die in relatie met eenarig wollegras leven.
In de beekjes en slootjes rond het Wisselse Veen en Tongerense Veen komen bermpje, rivierdonderpad, beekprik en elrits voor, vissoorten die kenmerkend zijn voor natuurlijke stroompjes met schoon water.
In het Wisselse veen leeft de rugstreeppad.
Voor insecten is het Wisselse veen een belangrijk gebied, er komen onder andere veel dagvlinders voor en ook diverse zeldzame libellensoorten, zoals vroege glazenmaker, venwitsnuitlibel, bruine winterjuffer en bruine korenbout.
Broedvogels van het Wisselse veen zijn onder andere watersnip, waterral en rietgors. De geelgors komt voor in de omringende cultuurgronden.
Visie/ toekomstbeeld
Waar de Tongerense Heide en het Wisselse Veen aan elkaar grenzen willen we een zo natuurlijk mogelijk gebied ontwikkelen waar alle gradie"nten van hoog en droog naar laag en nat zo optimaal mogelijk ontwikkeld zijn. Wel willen we dat het gebied open blijft, omdat juist in de grazige en heideachtige vegetaties de hoogste natuurpotenties voor het gebied liggen. Daarom laten we gedeelten begrazen met een kudde Schoonebeeker schapen en maaien we sommige delen. Ook verwijderen we opslag van struiken en bomen.
In de meer noordelijk gelegen delen van het Wisselse Veen en in het Tongerense Veen zijn ook de cultuurwaarden van belang. Hier vindt het beheer meer perceelsgewijs plaats, door maaien en/of begrazen.