inleiding

  
18 ha.  
terug naar natuurkaart  

Teeselinkven

regio: Achterhoek en Oost-Veluwe
gemeente: Neede
plaats: Neede
verwervingsjaar: 1967
Korte kenschets

Uit natuuroogpunt zeer waardevol terrein met vennen en poelen, vochtig heideveldje en een tweetal bosjes.

Cultuurhistorie algemeen

In het goederenregister van graaf Hendrik van Dahlen, heer van Diepenheim, dat vanaf 1188 is aangelegd, wordt ´Thescelinc´ een hof genoemd. Dit geeft aan dat er een vrij grote boerderij moet hebben gestaan. In 1716, wanneer Teeselink eigendom is van de provincie Overijssel, vindt een afzonderlijke houttaxatie plaats van de provinciale goederen en blijkt dat Teeselink na de Wanninkhof en Renger in Gelselaar het omvangrijkste bomenbezit heeft. In 1832 behoorde Teeselink toe aan de grootgrondbezitter Waander Teeselink. Het Teeselinkven, dat ten westen van de boerderij ligt, behoorde in die tijd grotendeels tot de 'woeste gronden', waar vee geweid werd, heideplaggen gestoken en hout gehaald werd. Op een kaart uit 1870 zijn alleen de bouwlandjes op de zandruggen in gebruik als landbouwgrond. Het noordelijk deel van het terrein was overwegend hakhout en het zuidelijk deel natte heide. Door het zuidelijk deel lag een weg met houtwallen erlangs. De weg is inmiddels verdwenen, maar de houtwallen zijn nog herkenbaar aanwezig. Het ven is pas daarna ontstaan door 'kluunen'. Dit is het uitscheppen van humusrijke modder, die samen met struikheide gedroogd, zwarte turf of 'kluun' opleverde. Dit wordt ook wel baggerturf genoemd. Rond de Tweede Wereldoorlog werd het ven tot de huidige contouren verder uitgegraven als ijsbaan met in het midden een eilandje.

Landschap

Er liggen geen paden door het Teeselinkven, zodat het terrein niet toegankelijk is. Op mooie avonden in mei zijn echter de boomkikkers tot in de verre omtrek te horen en voegen zo een geheel eigen dimensie toe aan het aantrekkelijke landschap rond het Teeselinkven.

Flora

Na het uitgraven van verdroogde en verlande vengedeelten in 2000 ontkiemden op de oevers hiervan vele moerasplanten als wateraardbei, oeverkruid, vottende bies en ongelijkbladig fonteinkruid. Plaatselijk ontwikkelde zich massaal moerashertshooi, een plant met fluwelige frisgroene blaadjes en gele bloempjes die alleen open gaan als de zon schijnt. Verrassend was de vondst van moerassmele, een uiterst zeldzame grassoort, die er ondanks zijn onopvallende voorkomen in slaagt botanici tot flinke opwinding te brengen. Ook loos blaasjeskruid, een insectenetend waterplantje is zeer zeldzaam. In het niet onder handen genomen gedeelte van het ven domineert de gele lis; prachtig bloeiend en zeer algemeen langs voedselrijke slootkanten. Daartussen vinden we veldjes galigaan, een plant die er uit ziet als stug grijsgroen riet met scherpe bladranden, maar die tot de cypergrassen behoort. Ook de bruine snavelbies die we samen met kleine zonnedauw aantreffen op de plagplekken op het aangrenzende vochtige heideveldje behoort tot deze familie. De beenbreek, een geel lelietje met diep oranje meeldraden, breidt zich hier uit en ook de verdwenen klokjesgentiaan verscheen zelfs weer. Langs de randen van de heide groeit opvallend veel gagel, een struikje dat kenmerkend is voor de vrij voedselarme moerassen waar de Achterhoek vroeger zo rijk aan was. De bladeren geuren heerlijk zoet-kruidig.

Fauna

Het gebied is uit natuuroogpunt van grote betekenis. Na terreiningrepen in de jaren tachtig en negentig nam het aantal boomkikkers gestaag toe en werd het Teeselinkven een van de belangrijkste gebieden van ons land voor deze zeldzame en sterk bedreigde soort. De roep van boomkikkermannetjes klinkt als een doordringend en langdurig aangehouden 'kčkkčkkčkkčk', een geluid dat op windstille avonden tot op een kilometer afstand te horen is. Ook twee andere bijzonderheden die hier voorkomen, de medicinale bloedzuiger en de gerande oeverspin, die onder meer kleine visjes verschalkt, profiteerden van het herstel van het ven. Onder de vele libellensoorten zijn de weidebeekjuffer en de zeldzame gevlekte witsnuitlibel. Het verder bruinachtige mannetje hiervan is onmiskenbaar door het heldergele zevende achterlijfsegment. In het ven broedt af en toe de dodaars en in de overgangen van heide naar bos de boompieper en de geelgors. Op de heide zien we 's zomers veel heideblauwtjes.

Visie/ toekomstbeeld

Het Teeselinkven is kerngebied voor de Boomkikker. De eisen die deze soort aan zijn leefomgeving stelt zijn leidraad bij het beheer van het terrein. De Boomkikker houdt van een rijk en gevarieerd landschap, dus in het kielzog van de Boomkikker kunnen ook een heleboel andere zeldzame planten en dieren een plekje vinden.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl