Korte kenschets
Afwisselend landschap van loofbos, houtwallen en -singels, en landbouwgronden. Centraal een 19de eeuws landhuis met klein park.
Historische geografie
Voor de bedijking van de Zuiderzee, aan het eind van de middeleeuwen, liep het noordelijk deel van de Schouwenburg geregeld onder water. Dit is nog zichtbaar aan de kleilaag boven in de bodem.
Over de ontstaansgeschiedenis van de Schouwenburg is niets bekend, waarschijnlijk was het oorspronkelijk een boerderij. De plek maakt deel uit van een keten van boerderijen op de overgang tussen de Veluwe en de lage gronden langs de Zuiderzee. Het zuidelijk deel werd het eerst ontgonnen, in een onregelmatige blokverkaveling van akkers en weiden die door houtwallen omgeven werden.
Toen de Zuiderzee was bedijkt werd het noordelijke deel ontgonnen in een regelmatige blokverkaveling.
Cultuurhistorie algemeen
De naam Schouwenburg komt al aan het begin van de 14de eeuw voor, maar niets wijst er op dat er toen een kasteel heeft gestaan. De aanduiding ´burg´ zal eerder naar een natuurlijke hoogte in het veen hebben verwezen. In 1544 werd Schouwenburg door de weduwe van Otto van Haeften verkocht aan Aert van Arler. Er volgden vele verschillende eigenaren: allereerst de geslachten Saeghman, Heeck, Van Zuylen van Nyevelt, Van Dedem en MacLeod. In 1808 kreeg de familie Van Spaen het landgoed opnieuw in handen. Frederik Adolf baron van Spaen was vanaf 1812 burgemeester van Oldebroek. In 1821 kocht hij de Zwaluwenburg, zodat de twee aan elkaar grenzende landgoederen in een hand waren. Zijn voorkeur ging echter toch uit naar de Schouwenburg, want in 1836 verkocht hij de Zwaluwenburg weer. Hierna volgden weer enige eigenaren voordat het in 1867 werd gekocht door mr. J.G.W.H. baron van Sytzama, die pas tot kantonrechter was benoemd in Elburg. Tot 1877 fungeerde de zaal van het huis als rechtszaal. De familie Van Sytzama bleef meer dan honderd jaar eigenaar van de Schouwenburg, waarna het van hen kon worden aangekocht.
Verwervings geschiedenis
Bij de aankoop van de Schouwenburg in 1976 van de familie van Sytzama waren de boerderijen uitgezonderd. Deze bleven in particuliere handen en verloren hun schilderachtige karakter. Op de Schouwenburg ging daardoor -anders dan op het tegenoverliggende Zwaluwenburg- de landschappelijke eenheid binnen het landgoed verloren.
Kastelen en landhuizen
Huis Schouwenburg heeft een 19de-eeuws uiterlijk, maar een oudere oorsprong. Het huis dateert grotendeels uit 1750-1760, maar bij de bouw werd een vroeg 17de- of vroeg 18de-eeuws huis als kern benut. Uit de midden 18de-eeuwse bouwfase bleef het stucplafond in de zaal bewaard. Het huidige, gepleisterde uiterlijk kreeg het huis in 1820. In 1842-1843 volgen ingrijpende wijzigingen. Aan de linkerzijde werd het huis uitgebreid met een vleugel, die in 1868 weer verdween. Een boerderij en het stalgebouw ten noordwesten van het huis werden gesloopt en het nieuwe koetshuis en de dienstwoning op de zichtas werden gebouwd. Gelijktijdig werd de nog aanwezige geometrische aanleg ten noorden van het huis veranderd in een landschapspark. In 1911, toen M.P.D. baron van Sytzama eigenaar was, werd het huis uitgebreid en gemoderniseerd naar plannen van de Zwolse architect M. Meyerink. Het huis kreeg een nieuwe kap. De dienstvleugel werd toegevoegd en de bekroning van de voorgevel aangepast.
Interieur/ collectie
Uit de belangrijke bouwfase omstreeks 1750-1760 dateert het fraaie stucwerk in de grote zaal. De vier hoekornamenten geven steeds een arend weer, die een atrribuut in de snavel klemt dat verwijst naar de vier seizoenen: een bloem (lente), een korenaar (zomer), een wijnrank (herfst) en een kale tak (winter).
Veel van de interieurdecoratie, waaronder het stucwerk in de vestibule, dateert uit de periode van de eerste verbouwing aan het begin van de 19de eeuw en werd in neo-classicistische stijl uitgevoerd. De decoratie van een van de schouwen vertoont overeenkomsten met ornamentiek toegepast op huis Bellevue in Kleef, dat tot 1814 in bezit was van de vader van Frederik Adolph van Spaen.
De grote zaal heeft vensterbanken die in gebogen vorm zijn uitgevoerd. Deze zijn ofwel laat 19de-eeuws of pas in 1911 toegevoegd.
De dienstvleugel uit 1911, het enige deel van het huis dat onderkelderd is, heeft nog zijn oorspronkelijke vorm. In deze vleugel werd een diensttrappenhuis aangelegd en er werden de keuken, bijkeuken en in de kapverdieping de mangelkamer gevestigd. Toen het huis omstreeks 1930 werd aangesloten op de waterleiding, werden de slaapkamers op de bovenverdieping voorzien van rijke, marmeren wastafels.
Tuin/park
Tussen 1700 en 1800 werd de Schouwenburg ingericht in een barokke stijl, met lange rechte lanen en daartussen rechthoekige blokken met bos of blokken akkers of weiland. In de blokken bos lagen ook weer lanenkruizen.
In de tweede helft van de 19e eeuw werden delen van de Schouwenburg heringericht in landschappelijke stijl. Het merendeel van de rechte lanen en blokken verdween en werd vervangen door gebogen vormen en paden. Ook de rechte gracht werd op enkele plekken verlandschappelijkt.
Vlak bij het huis kwam een parkje met diverse soorten exotische bomen, zoals moseik, tulpenboom en japanse noteboom.
Bouwwerken
Het koetshuis van huis Schouwenburg werd gebouwd in 1842, waarna een jaar later het oudere koetshuis werd gesloopt. Het nieuwe koetshuis kreeg twee inrijpoorten. De indeling van het koetshuis en de paardenstal voor vier paarden zijn nog grotendeels oorspronkelijk. De originele tuigenkast bleef gedeeltelijk bewaard. In de stal zijn de hardstenen drinkbak en de gietijzeren ruiven behouden, waarvan er twee nog voorzien zijn van de houten omtimmering die het vullen van de ruiven vanaf de hooizolder eenvoudiger moest maken. Ook is een van de houten stalpalen nog aanwezig. Aan de westzijde van het koetshuis bevindt zich een personeelswoning, waarin de originele bakoven bewaard bleef. De gevel van deze dienstwoning valt op vanaf de oprijlaan.
Flora
Het bos bestaat voornamelijk uit eik met in de struiklaag vuilboom en vlier. In de houtwallen en singels treffen we ook Gelderse roos, hazelaar, sleedoorn en meidoorn aan. Kenmerkend voor de houtwallen in deze omgeving zijn de Amerikaanse krenteboompjes met hun witte bloesem en hun rode en gele herfstkleuren. In de onderbegroeiing vinden we hop, heggerank, eikvaren, salomonszegel, dalkruid, klaverzuring, helmkruid en nagelkruid.
Fauna
Van de fauna in het gebied is weinig bekend. Door het structuurrijke bos en de houtwallen is het rijk aan zangvogels. Buizerd en Havik hebben er territoria en soms laat een ooievaar zich zien.
De oude bomen zijn rustplaats voor diverse soorten vleermuizen.
Rond de gracht wordt de ijsvogel gezien die daar visjes komt vangen. Ook de bunzing, die amfibieen op z'n menu zet, komt op de Schouwenburg voor. In de winter slaapt hij in de boerderijen in de omgeving.
Visie/ toekomstbeeld
Het landgoedkarakter met het huis en bijgebouwen, het park en de omringende landbouwgronden en bossen staat bij het beheer voorop.
Op de landbouwgronden zien we het liefst biologische landbouw en de bossen proberen we structuurrijk en soortenrijk te maken.