Korte kenschets
Kern van het oude landgoed Rosendael met kasteel en park. In het park bevinden zich onder andere de 'bedriegertjes', de schelpengalerij, rozentuin, oranjerie, vijvers, sprengebeekjes, kettingbrug, bijzondere bomen en oud parkbos. Het kasteel is in historische trant ingericht.
Geo(morfo)logie
Rosendaal ligt op de stuwwal van Arnhem. Het ligt in een in de laatste ijstijd gevormd smeltwaterdal. In deze dalen zijn sprengkoppen gegraven, die de vijvers van het park van water voorzien. Uiteindelijk vormt dit water de Rosendaelse Beek, die langs de Koningsberg richting Velp stroomt. De Koningsberg is een stuwwalrestant tussen twee droogdalen.
Archeologie
In 1985 heeft een onderzoek in de eerste vijver van Rosendael plaatsgevonden. Er werden uitgestrekte muurresten aangetroffen van de middeleeuwse kasteelaanleg, voornamelijk uit de 14de en 15de eeuw. Aan de westzijde, direct aansluitend op het hoofdcomplex bevond zich een rechthoekige aanleg, bestaande uit een weermuur en twee ronde hoektorens. Ten zuiden van het kasteel liep een kademuur als begrenzing van de kasteelgracht. In de muur was een poortgebouw opgenomen. Tevens werden vondsten gedaan van voornamelijk 14de en 15de-eeuws aardewerk.
In de kasteelvijver zijn de keermuren van de vroegere rechthoekige vijver nog te zien onder het wateroppervlak.
Historische geografie
De beekdalen behoren tot de vroegste bewoningsplaatsen. Het dal van de Rozendaalse beek was daarop geen uitzondering. Water was bij de vestiging essentieel: als verdediging, om te drinken, te bevloeien, te wassen, om molens aan te drijven en voor tuinen en parken. Om meer water te krijgen, met een groter verval, werden er zelfs sprengen gegraven om de beek te verlengen. De sprengkoppen boorden het zeer schone grondwater onder de Veluwe aan.
Op een kaart van rond 1650 lagen er langs de Rozendaalse beek zeven watermolens: zes papiermolens en een korenmolen. De molens werden al in de 16de eeuw genoemd. Het is aannemelijk dat er toen ook al molenvijvers lagen, de voorlopers van de huidige vijvers.
Een van de bovenste molens, ter hoogte van de Bedriegertjes, werd in 1685 buiten gebruik gesteld voor de aanleg van het park. Een tweede stond ter hoogte van de huidige tuinmanswoning.
Aan beide zijden van het beekdal lag een Wildgraaf, een stelsel van greppels en wallen met hakhout erop, die de landbouwgronden in het beekdal tegen wildvraat moesten beschermen. Deze wallen zijn gedeeltelijk nog aanwezig.
Cultuurhistorie algemeen
Landschap
Vooral vanaf de Kalenberg kan men genieten van prachtige vergezichten.
Verwervings geschiedenis
In 1977 kwam een einde aan een periode van bewoning van het kasteel van bijna 700 jaar. Na het overlijden van W.F.T. baron van Pallandt werd Rosendael in eigendom overgedragen. Het was de wens van de laatste bewoner dat huis en park na zijn dood als eenheid in stand zouden worden gehouden.
Kastelen en landhuizen
De oudste vermelding van kasteel Rosendael dateert uit 1314. Vanaf het ontstaan was Rosendael ruim tweehonderd jaar residentie van de graven en later hertogen van Gelre. Nadat Rosendael in 1516 door de hertogen van Gelre was verpand aan Gerrit van Scherpenzeel, kwam het in 1536 in handen van Willem van Scherpenzeel. Vervolgens werd in 1579 Dirk van Dorth eigenaar. Sindsdien is Rosendael bijna 400 jaar door ververving eigendom geweest van de families Van Arnhem, Torck en Van Pallandt.
Van het grote middeleeuwse complex, dat een in het water gelegen voorburcht, hoofdburcht en donjon omvatte, heeft alleen de grote donjon de latere moderniseringen overleefd. Deze ronde toren met muren van vier meter dik is de grootste in zijn soort die in Nederland is overgeleverd. Door het echtpaar Van Dorth-toe Boecop werd in 1616 een nieuw, tweebeukig huis gebouwd. Jan van Arnhem heeft, hoewel hij te boek staat als een liefhebber van bouwkunst, weinig aan het huis veranderd. Het aanzien van kasteel Rosendael wijzigde sterk toen in 1722 Lubbert Adolf Torck het tweebeukige huis veranderde in een blokvormig bouwlichaam. Tegelijk kreeg de donjon een lichtkoepel en er verrezen twee enorme bouwhuizen. Vervolgens duurde het weer een eeuw voordat het aanzien van Rosendael wijzigde. Nadat A.L. Adolph Torck in 1834 eigenaar werd, gaf hij opdracht voor ingrijpende wijzigingen aan het huis. De oude bouwhuizen werden afgebroken en vervangen door het huidige koetshuis en stal. Deze aan de noordzijde in de zijvleugel ondergebracht. De laatste veranderingen aan het huis betroffen belangrijke wijzigingen in het interieur die omstreeks 1860 in historiserende trant werden uitgevoerd door de Arnhemse architect L.H. Eberson, in opdracht van het echtpaar Van Pallandt-Torck.
De restauratie van het kasteel werd uitgevoerd in 1986-1989.
Interieur/ collectie
Na de restauratie van het kasteel werd Rosendael in 1990 heringericht. Daarbij werd er naar gestreefd de laatste bloeiperiode van bewoning tussen 1900 en 1940 te laten herleven en de vertekken hun oorspronkelijke functies terug te geven. Oorspronkelijke interieuronderdelen waaronder een marmeren wandfontein en het 19de-eeuwse stalinterieur waren gelukkig behouden gebleven.
Na het overlijden van W.F.T. baron van Pallandt in 1977 werd het kasteel ontruimd. Slechts enkele 19de-eeuwse voorwerpen en het restant van de kasteelbibliotheek bleven achter. De bibliotheek hoort tot de ruimte met de meeste authentieke inrichtingsstukken. Behalve het restant van het boekenbezit was hier ook het 19de-eeuwse meubilair achtergebleven, waaronder het biljart. Deze in zwaar gehavende toestand bewaard gebleven inboedel kon worden hersteld en geeft de architectonisch imposante ruimte zijn authentieke sfeer. Gelukkig bleven de familieportretten bijeen. Deze werden veiliggesteld door de overdracht aan de Bransten van de Zyp Stichting en zijn na de restauratie op Rosendael teruggekeerd. De voorwerpen die Rosendael nu weer een bewoond karakter hebben gegeven, zijn afkomstig uit bruikleengevingen en schenkingen van elders.
Tuin/park
In de 17de eeuw liet Jan van Arnhem rondom het huis tuinen met vijvers, fonteinen en cascades aanleggen in formele stijl. Deze tuinen genoten grote bekendheid.
Onder Lubbert Adolf Torck werd deze aanleg rond 1722 verfraaid, waarvoor hij de bekende ontwerper Daniel Marot inschakelde. Uit deze periode dateren de schelpengalerij, de bedriegertjes, de theekoepel en de waterval met de beelden van twee stroomgoden.
De formele tuinen werden vanaf 1780 al op onderdelen gewijzigd en in 1837 is de gehele aanleg veranderd in een landschappelijk park naar ontwerp van J.D. Zocher jr. De 'tuinsieraden' uit het ontwerp van Marot werden echter in het nieuwe park opgenomen. Ook het 17de-eeuwse lanenstelsel van eiken en beuken is goeddeels intact gelaten. Door Zocher werd een nieuwe oranjerie ontworpen en deze is thans de grootste oranjerie in ons land die nog als winterberging voor kuipplanten functioneert. Tijdens de tweede wereldoorlog raakte de oranjerie zwaar beschadigd, maar in 1990 kon herbouw plaatsvinden.
Ten zuiden van de Kerklaan ligt de heuvelachtige Koningsberg. Hier werd rond 1875 door R.J.C. baron van Pallandt een park aangelegd in landschapsstijl, naar een ontwerp van D. Wattez.
Rond 1905 is voor de oranjerie een rozentuin aangelegd. In die tijd was het park een geliefde toeristische trekpleister. Vanaf 1945 begon een periode van verval.In deze periode was het wel mogelijk de schelpengalerij te herstellen, waartoe W.F.T. baron van Pallandt in 1972 de opdracht gaf. De bedriegertjes en het schelpengrotje zijn in de jaren negentig hersteld. Intussen was de verdwenen rozentuin opnieuw aangelegd en werden ook de waterlopen in het park hersteld. In 2003 werd de boomgaard opnieuw aangelegd. De restauratie van het interieur van de theekoepel vormt het sluitstuk van dit omvangrijke herstelprogramma.
Bouwwerken:
De bij het kasteel gelegen boerderij (Rosendael 2/3) is een goed bewaarde hoeve met rieten schilddak uit het begin van de 19de eeuw. Van het midden van de 19de eeuw dateert de woning (Kerklaan 2) die van oorsprong tot het landgoed hoorde. Van oorsprong werd deze als boerderij opgetrokken, ten dele uit hergebruikte oude moppen. In de voorgevel vallen de neogotische spitsbogen in de vensters op.
Flora
In het grootste deel van het park wordt intensief parkonderhoud gepleegd. Desondanks zijn er plekken waar bijzondere planten voorkomen.
Op kwelplekken langs de middenvijver staan soorten als sterzegge, kleverige ogentroost en in toenemende mate rietorchis.
Op de droge graslanden boven de Schelpengalerij komt onder andere grasklokje voor.
Door het schone kwelwater komen er in diverse vijvertjes bijzondere waterplanten voor, zoals klein fonteinkruid en glanzig fonteinkruid.
Fauna
In het park leven enkele reeën en ringslangen, terwijl incidenteel das, hert, boommarter, hermelijn en wezel worden waargenomen. In de vorstvrije ruimtes zoals de schelpengalerij, de theekoepel en de wildkelder overwinteren onder andere watervleermuis, franjestaart, grootoorvleermuis en baardvleermuis.
Het park is rijk aan vogels. Vooral soorten van oud loofbos en beken zijn goed vertegenwoordigd, zoals bosuil, kleine bonte specht, gekraagde roodstaart, groene specht, ijsvogel en grote gele kwikstaart. Af en toe is de waterspreeuw te zien bij de watervalletjes.
Visie/ toekomstbeeld
Bij het beheer van Rosendael staat de geschiedenis van het kasteel en zijn omgeving centraal. Iedere bewoner heeft zijn stempel gedrukt op het kasteel en het park en al die lagen geschiedenis willen we zichtbaar houden. Voor de gebouwde elementen is dit al gelukt. In het park zijn delen waar de oude aanleg verwaterd is en waar nog gewerkt gaat worden aan herstel.