Korte kenschets
Overgangsgebied van de Veluwe naar de bovenloop van de Smallertse beek. Gemengd bos met een restant vochtige heide en schrale graslanden rond de beekloop.
Archeologie
In het oosten van het Pollense Veen ligt een restant van een Celtic Fieldcomplex uit de ijzertijd (ongeveer 2.000-3.000 jaar geleden). Celtic Fields zijn akkertjes van ongeveer 40 bij 40 meter, omgeven door walletjes. Ze zijn nu nog als verkleuringen in de bodem of als lichte glooiingen te zien. Voor meer over Celtic Fields zie ook Wekeromse Zand.
Historische geografie
Na de IJzertijd werden de akkertjes verlaten en veranderde het gebied door begrazing langzamerhand in schraal grasland en heide. Volgens een kaart uit 1870 bestond het huidige Wildlust toen vrijwel geheel uit heide. Het Pollense Veen bestond uit grasland, maar was nauwelijks verkaveld. Aan de lage kant van het veen, bij Schaveren, ontsprong de Smallertse Beek.
Kaarten van rond 1900 laten zien dat in die periode de ontginning van het gebied een aanvang had genomen. Door het Pollense Veen is de Pollenseveenweg aangelegd, met de eerste huizen erlangs. De Smallertse beek is verder naar het westen toe uitgegraven om het veen te ontwateren en heide en veen zijn in percelen verdeeld. Een deel van de heide was toen al bebost.
Dit proces heeft zich in de 20ste eeuw voortgezet, zodat nu vrijwel alle heide is omgezet in bos en het voormalige veen in grasland.
Landschap
Het Pollense Veen is nu een landschappelijk zeer fraai beekdal. Het is grotendeels niet meer in agrarisch gebruik, waardoor het voor een deel op een natuurlijk beekdal lijkt. Het dal is niet zo breed, waardoor het overzichtelijk is en een fraaie afwisseling in vegetaties laat zien. Staande op de Pollenseveenweg op de ene flank van het dal en kijkend in de richting van Wildlust op de andere flank is dit goed te zien. Drogere graslandvegetaties gaan hier geleidelijk over in nattere types, oever- en beekvegetaties en dan weer via steeds droger wordende graslandtypen uiteindelijk in de droge bostypen op Wildlust.
Verwervings geschiedenis
Wildlust werd in 1992 gekocht van J.B. Hugenholtz.
Flora
Voor de ontginning kwamen in het Pollense Veen door kwel gevoede schraalgraslandvegetaties en veenachtige vegetaties voor die zeer waardevol waren. Door ontwatering en bemesting zijn die grotendeels verdwenen. Aan het voorkomen van onder andere holpijp in de sloten is te zien dat er nog wel degelijk potenties liggen voor kwelvegetaties. Door natuurontwikkeling en verschraling wordt getracht iets van de vroegere rijkdom terug te brengen.
Wildlust bestaat voornamelijk uit droge, arme bossen. De aanwezigheid van eikvaren duidt erop dat er zich een bosbodem en bosklimaat aan het ontwikkelen zijn. Deze soort komt voornamelijk voor in oudere bossen.
Fauna
Beekdalen zijn goede leefgebieden voor de das. In de hoger gelegen zandige bossen heeft hij zijn burcht, terwijl hij zijn voedsel, onder andere regenwormen, zoekt in de nattere graslanden rond de beek. Dassen gebruiken altijd een vaste route tussen beide gebieden. De routes zijn goed te volgen in het gras, ze bestaan uit smalle platgetreden paadjes.
Een bijzondere bewoner de bossen is de boommarter. Deze leeft in holle bomen en heeft een zeer groot leefgebied. Hij wordt af en toe in Wildlust gesignaleerd.
Visie/ toekomstbeeld
In het Pollense Veen wordt samen met enkele particulieren gewerkt aan het verhogen van de natuurwaarden door het ontwikkelen van schrale natte vegetaties.
In Wildlust wordt toegewerkt naar een inheems bos met een rijke ondergroei van kruiden en struiken.