inleiding

  
1,5 ha.  
terug naar natuurkaart  

Nederhemert

regio: Rivierengebied en Zuid-Veluwe
gemeente: Zaltbommel
plaats: Nederhemert-Zuid, Wijk en Aalburg
verwervingsjaar: 1962
Korte kenschets

Middeleeuws kasteel waarvan de oudste delen dateren uit circa 1300, liggend binnen de restanten van een 16de-eeuwse fortificatie. Herstel van de zware beschadigingen uit de Tweede Wereldoorlog kon in 2001 van start gaan.

Geo(morfo)logie

Nederhemert ligt op een oeverwal in de Doornwaard aan een oude bocht van de Maas. Nederhemert lag hier op een strategische plek, tussen de Maas (nu afgedamde Maas), die in de Waal uitstroomt en de Bergse Maas, die in de Biesbosch uitstroomt. Het kon op die manier deze twee belangrijke rivieren controleren. Sinds de Maas ten oosten van Nederhemert is afgedamt stroomt er geen water meer door de Doornwaard. Het is echter nog een gave uiterwaard, met een zeldzaam complex van richels en droge geulen en enkele moerassige oude Maasbeddingen. In het landschap is het verschil tussen de hoge, droge oeverwal, met daarop Nederhemert, en de lager gelegen natte Doornwaard nog goed te zien. Je kunt je Nederhemert zo voorstellen temidden van een zee van rivierwater en de vijand voor de deur.

Archeologie

In 1960, toen Nederhemert nog in eigendom was van het Rijk, werd archeologisch onderzoek gedaan. In later tijd volgden nog enkele opgravingen. De belangrijkste vondsten dateren uit de 16de eeuw: een dolk, een tinnen schotel vervaardigd in ´s Hertogenbosch en twee trechterbekers van grijs steengoed, vervaardigd in het Duitse Siegburg. Op deze bekers zijn de wapens van kasteelbewoners aangebracht: Torck-van Wittenhorst en Van Merode-Torck.

Verwervings geschiedenis

Na de dramatische brand in 1945 besloot de familie Van Wassenaer Nederhemert in 1957 te verkopen aan de staat. Vervolgens was het beheer in handen van Staatsbosbeheer. In 1962 heeft Staatsbosbeheer Nederhemert met het terrein binnen de gracht in langdurige erfpacht overgedragen. In 2003 volgde de overdracht van het eigendomsrecht.

Kastelen en landhuizen

Het in 1945 geheel uitgebrande kasteel Nederhemert was het laatste grote oorlogsschadegeval van ons land. Het schilderachtig gelegen kasteel, verscholen in het groen, heeft 56 jaar liggen wachten op de restauratie die het middeleeuwse gebouw moest redden van verder verval. Uiteindelijk kon die restauratie, mogelijk gemaakt door een kanjersubsidie van het Rijk, in 2001 van start gaan. Vier jaar is nodig om het L-vormige restant van het kasteel te herstellen. De geschiedenis van Nederhemert gaat terug tot omstreeks 1300, toen de woontoren werd gebouwd. De bouwgeschiedenis is er een van langzame uitbreiding met zijvleugels en toevoeging van drie torens. Door de gestage groei werd Nederhemert een van de grotere middeleeuwse kastelen van ons land. Gedurende zes eeuwen ontwikkelde Nederhemert zich van een verdedigbare woontoren tot een veelhoekig bewoond complex. Het oudste gedeelte van Nederhemert, een rechthoekige woontoren uit omstreeks 1300, bevindt zich in het zuidoostelijke deel van het kasteel. Boven de kelderverdieping had deze toren twee verdiepingen, onderling verbonden door muurtrappen. De ingang bevond zich aan de tegenwoordige achterkant van het gebouw. Tijdens het tweede kwart van de 14de eeuw werd een binnenplaats ommuurd met de genoemde woontoren op de zuidoosthoek, een rechthoekige toren op de noordoosthoek en een ronde toren op de noordwesthoek. Omstreeks 1350 verrees een zaalbouw tussen woontoren en de noordelijke vleugel en kreeg de ronde toren zijn huidige omvang. In de 15de eeuw verrees op de zuidwesthoek van het plein een zeshoekige toren. De bebouwing op het binnenplein werd aan het begin van de 19de eeuw gewijzigd. Deze bebouwing met zuidvleugel en zeshoekige toren is in 1945 verloren gegaan en wordt tijdens de restauratie niet herbouwd. Van het resterende L-vormige complex is het muurwerk overeind gebleven, met uitzondering van de 16de-eeuwse traptoren die in 1966 vrijwel geheel instortte. Daarop werd het hoofdgebouw voorzien van een nooddak en van muurverankeringen. De noordvleugel kreeg al wel zijn bovenste balklaag en een met pannen gedekte kap. Nederhemert is in handen geweest van een groot aantal geslachten. De eigenaren waren in de loop der tijden de families Van Hemert, Torck (1546), Van Quadt (1655), Van Vittinghof gen. Schell (1697), Van Lynden (1726), Bentinck (1791), Van Nagell (1814) en Van Wassenaer (1910).

Interieur/ collectie

De woontoren die omstreeks 1300 is gebouwd, bevat tal van belangwekkende bouwsporen. Muurtrappen, kaarsnissen, bogen en bouwnaden zijn stille getuigen van zes en een halve eeuw bewoning die in 1945 ten einde kwam. De kelder onder dit deel van het kasteel heeft een zeldzaam Boheems gewelf: een bolvormig gewelf op een vierkant grondvlak. Over de inrichting van Nederhemert voor de fatale brand van 1945 is het een en ander bekend door een fotoserie die in 1943 is gemaakt. Fameus was het bed van de Gelderse veldmaarschalk Marten van Rossem. Er was een kamer met een 18de-eeuws geschilderd linnen behangsel met Chinese voorstellingen. De zaal krijgt na voltooiing van de restauratie een representatieve functie. Deze wordt ondersteund door acht levensgrote portretten van de 17de-eeuwse bewoners Van Quadt-Torck en hun nazaten. Deze portretserie kon in 2001 voor dit doel worden aangekocht. Het portret van Maria Torck uit deze reeks toont op de achtergrond kasteel Nederhemert.

Tuin/park

Binnen de restanten van de 16de-eeuwse fortificatie was aan het begin van de 19de eeuw sprake van een aanleg in landschapsstijl, met een slingerpad. Het terrein binnen de gracht was later deels omhaagd. De twee bwaard gebleven Sequoiadendrons giganteum werden volgens overlevering geplant door baron van Nagell, nadat hij in 1816 met het zaad ervan was teruggekeerd uit St. Petersburg, waar hij de huwelijksvoltrekking had bijgewoond tussen Willem II en Anna Pauwlona. Aan het eind van de 19de eeuw werden deze bomen opgenomen in de tuinaanleg rond het kasteel die bestond uit rechte paden en bloemperken met ondermeer rozen. Bij het toegangshek stonden twee geschoren taxussen. De structuur van deze aanleg ging geheel verloren toen aan het eind van de jaren vijftig door Staatsbosbeheer een gemengd bos werd aangeplant van inlandse eik, essen en esdoorn.

Bouwwerken

Vlak bij het kasteel heeft een 19de-eeuws koetshuis gestaan. Er zijn plannen om dit koetshuis te herbouwen na de voltooiing van de restauratie van het kasteel.

Flora

Naast de voor ons pand imposante sequoiadendrons zijn er enkele mispels, die in Nederland vrij zeldzaam zijn. De stinzenflora die nog steeds aanwezig is herbergt soorten als dubbele sneeuwklok, italiaanse aronskelk en tapijten van winteraconietjes. Deze soort komt oorspronkelijk niet uit Nederland, maar gedijt hier goed. Het groeit in de tweede helft van de winter met kleine gele bloempjes, wat als het heeft gesneeuwd een prachtig gezicht is.

Fauna

In de kelders van het kasteel zijn de laatste jaren voor de restauratie gemiddeld 40 overwinterende vleermuizen geteld; vooral baard- en watervleermuizen met daarnaast ook de gewone grootoorvleermuis en franjestaart. Er zijn maatregelen getroffen om tijdens en na de restauratie voldoende winterverblijven voor vleermuizen te behouden. Het gaat onder meer om isolatie en om herbouw van een ijskelder. Ter financiele ondersteuning is hiertoe in 2003 een inzamelingsactie gehouden onder de donateurs.

Visie/ toekomstbeeld

Na de voltooiing van de restauratie van het kasteel zullen het park en de tuin worden hersteld. Tot die tijd wordt het huidige bos beheerd als parkbos. Dit houdt in dat de mooiste bomen worden vrijgesteld van concurrentie bomen.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl