Korte kenschets
Negen terreintjes met een grote landschappelijke verscheidenheid en rijke flora in het jonge heideontginningsgebied ten noordoosten van de Ratumse Beek. Zeer gevarieerd loofbos langs de beken, bloemrijke schraallandjes, heide met jeneverbessen en gagel.
Geo(morfo)logie
De bodem van Winterswijk is erg bijzonder, omdat hier afzettingen van voor de ijstijden dicht aan de oppervlakte liggen. In het grootste deel van Nederland bestaat het bovenste deel van de ondergrond uit afzettingen die van na of tijdens de ijstijden zijn.
Aan de zuidzijde van de terreinen Masterveld en Beerninkhoek stroomt de Ratumse Beek. Deze beek is deels natuurlijk, deels gegraven. Er werd bijvoorbeeld door dekzandruggen en -koppen heen gegraven.
Grote delen van de beek meanderen, met steile oevers, meanderbanken, kolkgaten, etc. In de steile oevers zijn de oude afzettingen goed te zien. Je kunt hier een kleilaag uit het Jura tijdperk (ongeveer 190 miljoen jaar geleden) vinden, met daarin pyriet (een ijzersulfideverbinding die glinstert als goud), gips en fossielen.
Archeologie
Op de Muggenhoek zijn archeologische vondsten gedaan die wijzen op bewoning in de Steentijd. Ook zijn er sporen van bewoning uit de late bronstijd tot vroege ijzertijd en een urnenveld uit dezelfde tijd. Door deze vondsten heeft het terrein een hoge archeologische waarde.
In de periode van de steentijd tot de ijzertijd ging de mens over van een jagende/verzamelende levenswijze naar het leven op een min of meer vaste plek. Door het kappen van bossen voor de aanleg van akkers en het weiden van vee veranderden het landschap in die periode geleidelijk van een boslandschap in een heidelandschap. Als de akkers uitgeput waren kapte men een nieuw stukje bos. Door het vee te weiden op de verlaten akkers kon het bos niet terugkeren, waardoor er heidevelden ontstonden.
Historische geografie
Later ontdekte men dat men de akkers ook kon bemesten met een mengsel van heideplaggen en mest en zo een grotere opbrengst kon halen zonder de bodem uit te putten. Toen ontstonden de eerste echte permanente boerderijen, vaak op de overgang van de droge naar de natte gronden. De uitgestrekte heidevelden werden een belangrijk onderdeel van het landbouwsysteem: als plaggenleverancier en als weidegrond voor vee.
Het Masterveld was een van de grootste heidevelden in de omgeving van Winterswijk. Het strekte zich uit tot aan Vreden en sloot in het westen aan bij het Meddose Veld en de heidevelden ten oosten van Vreden. In het oosten sloot het aan op de heidevelden tussen Vreden en Stadtlohn.
De grens was in die tijd niet meer dan een rijtje grenspalen op de heide, als er al palen stonden.
Sommige delen van dit heidegebied hadden een eigen naamsaanduiding. In Winterswijk werden deze vaak 'Hoek' genoemd, in Duitsland vaak 'Mark' of 'Hook'. De Muggenhoek en de Beerninkhoek zijn twee van die streeknamen.
Het Masterveld is vrij laat, pas na 1900, ontgonnen. Er werd een rationele verkaveling in aangebracht en de heide werd omgezet in landbouwgrond of bos.
Van het eens uitgestrekte heidegebied tussen Winterswijk en Vreden zijn kleine delen aan de ontginning ontsnapt. Vooral natte terreinen langs de grens vond men het al snel niet de moeite waard. Een voorbeeld is het Zwillbrocker Venn.
Landschap
Het landschap van de heideontginningen vormt een contrast met het Scholtegoederenlandschap. De verkaveling is rechthoekig, de bossen van oorsprong vaak eentoniger, een rationele aanplant. De heideterreintjes op de Muggenhoek zijn een laatste restant van het eens zo uitgestrekte heidegebied.
Flora
Van het Masterveld is vooral het bosgebied de Elzen zeer waardevol. Hier vinden we op de vruchtbare beekbezinkingsgronden aan weerszijden van de Vennevertlose Beek weelderig eiken-haagbeukenbos met in de struiklaag onder meer tweestijlige meidoorn en zoete kers. In de kruidlaag vallen groot heksenkruid en gulden boterbloem op.
Langs de oevers van de beek groeit de slanke sleutelbloem, die al begin april bloeit.
Verschralen en plaggen schiep in het weilandje in het zuidwesten ruimte voor tal van bijzondere planten zoals vleeskleurige en breedbladige orchis, duizendguldenkruid, echte koekoeksbloem en kleine zonnedauw. De klokjesgentiaan en blauwe knoop verschenen zelfs massaal. In het minder voedselrijke noorden van dit terreingedeelte is een vochtig heideterreintje met onder andere moeraswolfsklauw en bruine snavelbies.
Het oostelijke terreintje van muggenhoek aan de duitse grens bestaat uit oud vliegdennenbos, waarin vochtige heideveldjes liggen met klokjesgentiaan en jeneverbes. Opvallend is het gagelstruweel met zijn goudbruine bloemen. Na het afplaggen van een weiland en het graven van een poel is een zeer waardevolle vegetatie ontstaan. Bijzondere soorten zijn blonde zegge, stijve ogentroost, geelhartje, welriekende nachtorchis, gewone vleugeltjesbloem, bevertjes en witte waterranonkel.
Fauna
Het structuurrijke loofbos langs de beken is zeer rijk aan vogels. De ijsvogel die in de beken vist graaft z'n nestholte in de steile oever, terwijl de grote gele kwikstaart, die insecten vangt langs de waterlijn, de voorkeur geeft aan holtes in gebouwen of onder bruggetjes. Op en langs de halfopen heide en het schraalland vertoont zich af en toe de grauwe klauwier. In diverse gegraven poelen plant zich onder meer de zeldzame kamsalamander voort.
Visie/ toekomstbeeld
In de jonge heideontginningen staan voor de toekomst de natuurwaarden voorop. De Vennevertlose beek mag weer meanderen en de heidevelden en schraallanden worden vernat en verschraald. De beekbegeleidende bossen worden niet meer beheerd, zodat ze zich natuurlijk kunnen gaan ontwikkeling. Ter verdere verhoging van de natuurwaarden worden extra poelen aangelegd en worden enkele bosstroken als hakhout beheerd.