inleiding

  
255 ha.  
terug naar natuurkaart  

Mariëndaal, Boschveld en Lichtenbeek

regio: Rivierengebied en Zuid-Veluwe
gemeente: Arnhem, Renkum
plaats: Arnhem, Oosterbeek
verwervingsjaar: 1936
Korte kenschets

Zuidelijk deel van het landgoederencomplex Mariënborn. Drie fraaie aaneengesloten landgoederen op de zeer heuvelachtige zuidrand van de Arnhemse stuwwal. Afwisselend landschap met landhuis, bijgebouwen, boerderijen graslanden, akkers en bossen. Verder een beukenloofgang 'Groene Bedstee', sprengen, beekjes en vijvers en Christuskoepel. Vergezichten tot over de Betuwe.

Geo(morfo)logie

De drie landgoederen Marie"ndaal, Boschveld en Lichtenbeek liggen op de stuwwal van Arnhem. De top van de stuwwal, tevens de waterscheiding, ligt ongeveer tussen Lichtenbeek en Boschveld. Op Marie"ndaal vinden we een heel stelsel van droogdalen. Hierin ontspringt de Slijpbeek, die uiteindelijk in de Rosandepolder in de Rijn uitkomt. Omdat Lichtenbeek en Boschveld min of meer op de top van de stuwwal liggen is het relief hier meer glooiend. Marie"ndaal ligt op de flank van de stuwwal en is daardoor steiler en door de droogdalen meer geaccidenteerd.

Archeologie

Op Lichtenbeek ligt een grafheuvel van ca. 4000 jaar oud en op Boschveld liggen er twee. Op Marie"ndaal liggen langs de beek de vermoedelijke resten van het klooster Marie"ndaal, daterend uit de Late Middeleeuwen. Van het klooster rest nog weinig. De Stenen Tafel is gemaakt van een grafplaat die vermoedelijk uit het klooster afkomstig is.

Historische geografie

In 1392 werd even ten noordoosten van het huidige landhuis Mariëndaal een Augustijnerklooster gesticht met de naam 'Domus Fontis Beatae Mariae': het huis bij de bron van de Heilige Maria. Tot kort voor de reformatie beleefde het een grote bloei, daarna raakte het in verval, om in 1580 te worden opgeheven. De gebouwen werden gesloopt en de buitenbezittingen verkocht. Het enige dat van het klooster over is, zijn enkele grafzerken, waarvan er één boven aan de Middellaan is opgesteld als stenen tafel. Vermoedelijk zijn op Mariëndaal vanouds bronnen geweest, die werden uitgegraven tot sprengen om watermolens aan te drijven. De vijvers op het landgoed zijn voormalige molenvijvers en waar nu de waterval is, stond tot 1840 een papiermolen. In 1845 deelde de aanleg van de Rijnspoorlijn het landgoed in tweeën. Tot eerste helft van de 17de eeuw lagen ten noorden van Marie"ndaal aan weerszijden van de huidige Amsterdamseweg uitgestrekte heidevelden en eikehakhoutbossen. Omstreeks 1651 werd hier een buitenplaats gesticht. Deze kreeg na enige tijd de naam Lichtenbeek, naar de sprengebeek op de latere Vijverberg. Aanvankelijk was dit nog heide met enkele bronnen, die tot spreng werden uitgegraven en benut voor de aanleg van waterpartijen.

Cultuurhistorie algemeen

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog maakte het Marie"ndaalse veld op Lichtenbeek deel uit van het slagveld van de Slag om Arnhem. De oudere bomen in dit gebied zitten vol granaatscherven en als je weet waar je moet kijken kun je de, inmiddels dichtgegooide, loopgraven nog zien.

Landschap

Vanaf de Tafellaan in het noorden van Marie"ndaal heeft men een prachtig uitzicht over het landgoed en over de Betuwe. Het 19de eeuwse karakter van de landgoederen brengt een grote afwisseling mee van golvende bouw- en weilanden met vee, lanen, bossen, sprengen, beekjes en vijvers. Temidden daarvan liggen diverse aardige boerderijen en oude huisjes.

Verwervings geschiedenis

In 1870 breidde de familie Van Eck Mariëndaal uit met het in het westen aangrenzende Boschveld. De hekposten met de naam ´Marie¨ndaal´ bij de voormalige boswachterwoning op de hoek van de Van Limburg Stirumweg getuigen hier nog van. In 1936 werd het landgoed in twee delen publiek geveild. Het oude Marie¨ndaal ten oosten van de Schelmseweg werd door ons verworven. Het andere deel, grotendeels overeenkomstig met het vroegere Boschveld, werd aangekocht door baronesse van Nagell van Ampsen. Later erfde C.W.J.baron van Boetzelaer dit bezit. Van hem werd dit gedeelte aangekocht, met uitzondering van het landhuis en de theekoepel. Een gedeelte van het oorspronkelijke landgoed Lichtenbeek is in 1940 aangekocht van de erven L.G.A. graaf van Limburg Stirum.

Kastelen en landhuizen

Na de sloop van de kloostergebouwen in 1587 werd Marie¨ndaal verpacht, en in 1735 verkocht aan Johan Brantsen, die er een huis liet bouwen. In 1791 vererfde het landgoed aan de Arnhemse burgemeester mr. J.N. van Eck, waarna het in handen van zijn nazaten bleef tot 1936. In 1857 werd het 18de-eeuwse huis ingrijpend verbouwd en vergroot tot het huidige huis, dat in erfpacht is uitgegeven. Omstreeks 1651 stichtten Wilhelm Creyvenger en Bernt Harscamp een buitenplaats, die enige tijd later Lichtenbeek ging heten. De naam verwijst naar de sprengebeek op het aangrenzende Vijverberg, een gebied dat vanaf 1685 deel uitmaakte van landgoed Lichtenbeek. Waarschijnlijk is er in die periode ten zuiden van de Amsterdamseweg een buitenhuis gebouwd en een park aangelegd met rechte lanen en geschoren heggen. In 1834 kocht Jan Trakranen het landgoed van de Weduwe Van Hasselt, geboren gravin van Rechteren. In 1835 en 1836 breidde hij zijn bezit uit met het landgoed Boschveld, dat later bij Marie¨ndaal ging horen. Uit de tijd van Jan Trakranen dateert het statige huis Lichtenbeek, dat in de Tweede Wereldoorlog door onvoorzichtigheid met vuur afbrandde. Het koetshuis, de oranjerie, de tuinmuur en twee siervazen die de toegang tot het buiten markeren bleven wel bewaard. De siervazen zijn in Lodewijk XV-stijl uitgevoerd en dateren uit het derde kwart van de 18de eeuw. Het koetshuis met drie inrijpoorten heeft rijk gesneden windveren, karakteristiek voor de bouwperiode omstreeks 1880. Het interieur heeft een klinkervloer en twee authentieke tuigkasten. De tuinmuur is iets ouder, deze werd omstreeks 1840 aangelegd. De voormalige oranjerie is verbouwd tot woning.

Tuin/park

Het huidige park op Marie"ndaal dateert van rond 1857. Men heeft hierbij dankbaar gebruik gemaakt van een van de sprengebeken. Op de helling tegenover het huis legde men vijvertjes met fonteintjes aan, die door watervalletjes met elkaar waren verbonden. Helaas gingen zij in de Tweede Wereldoorlog verloren. Hogerop, tot aan de diepe sprengkop, kreeg het beekdal een romantisch 'Klein Zwitserland'-karakter. Voorbij de spreng is omstreeks 1865 de kronkelende berceau of loofgang van beuken geplant, die in de wandeling de 'Groene Bedstee' wordt genoemd. Deze is uitgegroeid tot een indrukwekkende groene tunnel. In het oostelijk deel van het landgoed werd een sterrebos aangelegd. Men wierp hier ook een kunstmatige heuvel op, waar een belvédère heeft gestaan. Hier is in 1939 op initiatief van een anonieme schenkster door de architect J. Kropholler de zogenoemde Christuskoepel gebouwd, naar aanleiding van de oproep van koningin Wilhelmina tot geestelijke en morele herbewapening. Vermoedelijk is er rond 1700 rond de Lichtenbeek een park aangelegd met rechte lanen en geschoren heggen. Later is dit landgoed geleidelijk vergroot en verfraaid door verdergaande ontginning en bebossing. De rechte structuren verdwenen toen grotendeels en werden in de loop der tijd verlandschappelijkt, wanneer precies is onbekend.

Bouwwerken

De tot het landgoed Lichtenbeek horende woning (Amsterdamseweg 270) is omstreeks 1870 gebouwd als dienstwoning. Het pand heeft enkele karakteristieke vensterindelingen en een erf met authentiek bijgebouw. De naast het koetshuis gelegen boswachterswoning/boerderij (Amsterdamseweg 461) werd gelijktijdig met het koetshuis, omstreeks 1880, gebouwd. Voor het woonhuis ligt een witgepleisterd bakhuisje.

Flora

De beukenbossen op Marie"ndaal zijn grotendeels aangelegd tussen 1870 en 1900 en zijn nu in het hallenbosstadium. Een hallenbos wordt zo genoemd omdat de rijen dikke beukenstammen met het dichte bladerdak erboven het bos het aanblik geven van een imposante hal, of kathedraal, met pilaren en een gewelfd plafond. Onder het dichte bladerdak kan door gebrek aan licht en door concurentie van de beukenwortels weinig groeien. Op de Lichtenbeek hebben de bossen een rijkere ondergroei, omdat dit bos voornamelijk bestaat uit voormalig eikenhakhout, dat meer licht doorlaat. Er zijn een paar soortenrijke graslandjes, bijvoorbeeld langs de Groene Bedstee, met onder andere grasklokje en St. Janskruid, en de natte graslandjes langs de Slijpbeek. Op enkele akkers op Boschveld verbouwt de stichting onder EKO-merk granen en andere gewassen. In de randen van de akkers is ruimte voor akkerflora, zoals koerenbloemen en klaprozen. In het uit weilanden en akkers bestaande gedeelte ten zuiden van de Utrechtseweg staat een solitaire eik die in 1949 is geplant ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Mr. S. baron van Heemstra, mede-oprichter en van 1929 tot 1960 voorzitter van Het Geldersch Landschap.

Fauna

Door de afwisseling van bossen en landbouwgronden is de Das een vaste bewoner. Onder de Amsterdamse weg zijn dassentunnels aangelegd om te voorkomen dat ze worden overreden. De oude dikke bomen met holtes worden bewoond door boommarters, een van de zeldzamere zoogdieren in Nederland. Deze bomen zijn ook van belang voor diverse holenbroeders en vleermuizen. De vleermuizen maken in de winter ook graag gebruik van de ijskelder op Marie"ndaal. Bijzondere vogels die voorkomen op de landgoederen zijn onder andere ijsvogel en grote gele kwikstaart bij de sprengen, de groene specht in de oude bossen en de patrijs langs de akkers en weilanden.

Visie/ toekomstbeeld

Uitgangspunt bij het beheer van de landgoederen is de cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Dit houdt in dat het landgoedkarakter met mooie gebouwen, parkelementen, bossen, lanen en landbouwgronden behouden wordt. Binnen deze doelstelling willen we de natuurwaarden verhogen door geintegreerd bosbeeer, ecologische landbouw en randenbeheer.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl