Korte kenschets
Noordelijk deel van het landgoederencomplex Mariënborn. Drie aaneengesloten landgoederen en een heideterrein. Herbouwd landhuis met bijgebouwen, gerestaureerde oranjerie en terrassentuin. Oud parkbos met lanenzesster, sprengen, beekjes en vijvers. Verder boerderijen, graslanden en akkers. In het noorden heiderestanten.
Geo(morfo)logie
Hoog Erf en het zuidelijk deel van Warnsborn en Vijverberg liggen op de noordhelling van de stuwwal van Arnhem.
Westerheide en het noordelijk deel van Warnsborn en Vijverberg liggen in een grote, vrij vlakke, laagte, die van oost naar west verloopt. Dit vlakke gebied is ontstaan door de afzetting van een enorme puinwaaier (een zogenaamde Sandr) door ijssmeltwater dat vanuit het IJsseltongbekken werd aangevoerd. Bij Terlet ligt het hoogste punt van de Sandr. Hier stroomde het ijssmeltwater over de Oost-Veluwse stuwwal heen. Het laagste punt ligt bij Renkum, waar nu de Rijn loopt.
Deze puinwaaier is de grootste van Nederland en daarom erg waardevol.
Op Warnsborn en Vijverberg ontspringen diverse beekjes en sprengen. Het water hiervan loopt via diverse vijvers naar het noorden, wat voor je gevoel vreemd aandoet, met de Rijn nog geen 4 km zuidelijker. Na een aantal vijvers verdwijnt het water weer in de grond. Dit bijzondere verschijnsel is een gevolg van de grote doorlatendheid van de Sandr.
Het water stroomt vervolgens ondergronds door de Sandr, om uiteindelijk op een lager punt bij Wolfheze in de Heelsumse Beek weer aan de oppervlakte te komen. De Heelsumse Beek stroomt bij Renkum in de Rijn uit en zo is het water van Warnsborn en Vijverberg via een omweg dan toch nog in de Rijn terecht gekomen.
Archeologie
Dit gebied was al vroeg druk bewoond, getuige de vele archeologische resten. Op de Vijverberg liggen zeven grafheuvels van ongeveer 4000 jaar oud en op Warnsborn liggen er vijf.
Historische geografie
De naam Warnsborn, die duidt op de aanwezige bronnen, werd al in de 15de eeuw gebruikt. De benaming had toen echter betrekking op het huidige Hoge Erf, dat behoorde tot het Klooster Mariëndaal. Het noordwestelijk daaraan grenzende Lage Erf was al voor 1500 eigendom van het St. Agnietenconvent in Arnhem.
In die tijd lagen deze gebieden als een landbouwenclave met bebouwing temidden van een uitgestrekte heide. De enclave was gesitueerd rond de spreng ter hoogte van de huidige boerderij Hoog Erf en was omzoomd met bomen. In de omgeving lagen diverse schaapsdriften, die de heide verbonden met de schaapskooien die hier talrijk aanwezig waren.
In het begin van de 19de eeuw werd het gebied langzaam aan verfraaid en kreeg meer het karakter van een landgoed. Er kwam meer bos, de Cirkelweg werd aangelegd en een landhuis werd gebouwd. Op Hoog Erf werd een Sterrenbos aangelegd.
In de tweede helft van de 19de eeuw werd ook de heide ten noorden van de Cirkelweg ontgonnen en kwamen hier boerderijen.
Gelukkig zijn enkele stukken heide gespaard gebleven, onder meer bij de Kleine Kweek en langs de oude schaapsdrift tussen Vijverberg en Warnsborn.
Cultuurhistorie algemeen
Op het heideveld in het noordoosten herinnert een monumentje aan het feit dat hier de luchtvaartpionier Clement van Maasdijk in 1910 verongelukte.
Langs de oprijlaan naar het hotel staat een bronzen borstbeeld van Mr. S. baron van Heemstra (1879 - 1960), commissaris van de koningin in Gelderland, mede-oprichter en 30 jaar lang voorzitter van Het Geldersch Landschap.
Landschap
Het gebied vormt nu een afwisselend geheel door golvende akkers en graslanden met boerderijen en fraaie fraaie gebouwen met tuinen en parken, oude bossen en heide.
Verwervings geschiedenis
In 1929 kwam Warnsborn in handen van de N.V. 'Thorhem' te Doorn, dat tevoren ook de Vijverberg had aangekocht.
Deze maatschappij wilde deze terreinen verkavelen tot villaterrein. De juist opgerichte Stichting Het Geldersch Landschap trachtte daarom deze gebieden aan te kopen, maar de vraagprijs was veel te hoog. De daarop volgende bezwarenprocedure leidde tot een letterlijk unieke overwinning voor de natuurbescherming, namelijk onteigening ten behoeve van het behoud van natuur en landschapsschoon. Dankzij de krachtige verdediging door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw, Jhr. Mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck kwam de speciale onteigeningswet met één stem meerderheid door de Eerste Kamer.
Hoog Erf was in 1894 in publieke veiling te koop aangeboden. Het Arnhemse gemeentebestuur, toen al beducht voor verkaveling en bebouwing, besloot tot aankoop, maar Gedeputeerde Staten van Gelderland en de Kroon weigerden hun toestemming te geven. Een van de wethouders, F.H. Baron van Verschuer, hielp de gemeenteraad uit de impasse met een daad van grote gemeenschapszin. Hij kocht het landgoed aan op naam van zijn echtgenote, geboren barones van Balveren. Bij haar overlijden in 1944 liet mevrouw Van Verschuer Hoog Erf aan ons na.
Kastelen en landhuizen
De middeleeuwse kloostergoederen aan de noordzijde van Arnhem werden omstreeks 1650 verkocht aan particulieren. Deze zagen hun kans schoon om op de kale heidevelden een buitenplaats te stichten. Warnsborn kwam in handen van de Arnhemse burgemeester Everhard Everwijn. Over de vorm van het huis dat hij liet bouwen is niet bekend. Er volgden vele verschillende eigenaren. In de 19de eeuw was Warnsborn in handen van mr. J.N.W.A. baron van Hugenpoth tot Aerdt en mr. W. baron Roe"ll van Hazerswoude, waarna het verkocht werd aan drie broers De Bruyn, suikerraffinadeurs te Amsterdam. Waarschijnlijk gaven zij de opdracht tot de verbouwing van het huis in neo-classicistische stijl, dat mogelijk werd ontworpen door de Arnhemse architect W.A. Nicola. De familie De Bruyn bleef eigenaar tot 1896, waarna weer enkele eigendomswisselingen volgden. De terassentuin ontstond rond 1900 en is tien jaar later vervangen door de aanleg naar ontwerp van Hendrik Copijn. In 1912 kwam Warnsborn in handen van D.W.P. Wisboom en in 1916 werd het landgoed verkocht aan de Amsterdamse koopman M.P. Vou^te, de laatste particuliere eigenaar.
Het 19de-eeuwse landhuis brandde in 1945 af en werd vervangen door het huidige hotel Groot Warnsborn. Wel bewaard bleven de witgepleisterde, neogotische kapel en het koetshuis uit omstreeks 1850 en de oranjerie uit de tweede helft van de 19de eeuw. De oranjerie kreeg zijn definitieve vorm door verbouwingen in 1894 en 1910. De terrassentuin en oranjerie raakten echter rond de Tweede Wereldoorlog sterk in verval tot in 2000 het tij keerde en de restauratie van oranjerie en tuinaanleg van start kon gaan. Behalve de tuinaanleg werd de oranjerie hersteld en werden de druivenkas en orchideee¨nkas opnieuw aangebouwd, dankzij een bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. Net als in 1932 dient de gerestaureerde oranjerie nu weer als feestzaal.
Interieur/ collectie
Tijdens de restauratie van de oranjerie werden in de orchideeënkas vijf overgroeide ornamenten van ´cementrustiek´ ontdekt. Het zijn druipsteen-achtige plantenbakken en een groter ornament met takken en opschrift ´Flora´. Deze ornamenten worden toegeschreven aan de Utrechtse firma Moerkoert, die rond 1900 vaak samenwerkte met de firma Copijn.
Tuin/park
Het bos binnen de Cirkelweg heeft van oorsprong een typische rechthoekige verkaveling, kenmerkend voor landgoederen uit het begin van de 19de eeuw. Rondom Warnsborn werd aan het eind van de 19de eeuw het parkgedeelte aangepast in landschappelijke stijl, met kronkelende paden, vijvers en beekjes.
Bij de oranjerie van Warnsborn werd in 1910 een terrassentuin aangelegd, naar een ontwerp van Hendrik Copijn. De tuin heeft drie niveaus, overbrugd door gestapelde keermuren van zandsteenblokken. Hierbij werd handig gebruik gemaakt van het natuurlijke relief en de aanwezigheid van een spreng voor water.
Het omringende park is romantisch opgesierd in 'Klein Zwitserland'-stijl, met bruggetjes, paadjes, gemetselde 'rotsen' en watervalletjes.
De Vijverberg met zijn spreng en sprengebeek werd ook in de 19de eeuw parkachtig verfraaid in de landschapstijl, met beukenaanplant, slingerende paden, vijvers, watervalletjes en bruggetjes. De naam 'Vijverberg' kwam overigens pas daarna in zwang, aan het eind van de 19de eeuw.
Het sterrenbos op Hoog Erf werd aan het eind van de 19e eeuw weer ontgonnen tot landbouwgebied, alleen de lanenzesster bleef over. De lanenster bestaat uit vijf beukenlanen van twee of drie bomenrijen aan iedere kant en één eikenlaan. De onderlinge afstand van de bomen is één Rijnlandse roede (378 cm).
Bouwwerken
Omstreeks 1870 werden op Hoog Erf twee woningen met pensionuitbouw gebouwd, bekend als Pension Klein Warnsborn. Deze zijn nog steeds herkenbaar als onderdeel van de oorspronkelijk 19de-eeuwse bebouwing van het landgoed Warnsborn. Ze horen tot de bouwwerken die een functie vervulden bij het onderhoud, de exploitatie en de ontginning van het landgoed.
De fraai gelegen boerderij De Leemkuil dateert uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Links naast de dubbelwoning is een met bomen omzoomde kuil, waar de naam van de boerderij naar verwijst.
Zowel aan de Bakenbergseweg (bij nr. 257) als aan de Amsterdamseweg (bij nr. 226) markeren gietijzeren toegansposten de toegang tot Warnsborn. De witgeschilderde posten dateren van omstreeks 1870 en aan de Amsterdamseweg hebben ze nog hun authentieke goudschildering. Vergelijkbare toegansposten bleven ook bij landgoed Marie¨ndaal bewaard.
Van dezelfde bouwperiode is de sobere, maar karakteristieke woning Rust en Vreugde. Aanvankelijk als tuinmanswoning gebouwd, werd het pand later met het bedrijfsgedeelte achter het voorhuis uitgebreid tot boerderij. Bijzonder is het pomphuisje op het erf, dat oorspronkelijk op de zolderverdieping een waterreservoir bevatte. Het naastgelegen De Zevenster is waarschijnlijk als boerderij gebouwd, maar had in ider geval in 1897 de functie van boswachterswoning. Later heeft het pand gediend als pension. Van de 19de-eeuwse indeling en van de stallen bleef niets bewaard.
In 1873 werd woning De Vijverberg gebouwd, waarschijnlijk als pachterwoning. Opvallende elementen zijn de spitsboogvensters, die als neo-gotische elementen in de overigens bescheiden woning zijn opgenomen.
Flora
De rijkste bosflora treffen we aan rond het hotel met soorten als maagdenpalm, klimop, dalkruid, bosklaverzuring, lievevrouwenbedstro, bosandoorn en lelietje-der-dalen. Voor een deel zijn dit in het verleden hier naar toe gebrachte stinzeplanten.
Op de heide en schrale graslanden worden bijzondere soorten als jeneverbes, grondster, klein warkruid, stekelbrem, grote wolfsklauw, grasklokje en geel walstro aangetroffen. Langs en in de sprengen en beken staan oeverzegge, klimopwaterranonkel, waterdrieblad en duizendknoopfontijnkruid.
Voor het overige zijn de bossen en landbouwgronden voor planten van weinig belang. Wel zijn er zeer veel paddestoelensoorten, waaronder de pruikzwam.
Fauna
In de vijvers komt de laatste populatie rivierkreeften van Nederland voor. Het gaat evenwel goed met deze kreeften, zodat ze nu gebruikt worden om elders uit te zetten. De inheemse rivierkreeft is vrijwel uit Nederland verdwenen omdat hij niet bestand was tegen een parasiet die zijn Amerikaanse familielid bij zich droeg. Naarmate de Amerikaan zich verder uitbreidde over Nederland verdween de inheemse rivierkreeft. Alleen in geheel geisoleerde wateren, zoals in vijvers op landgoederen kon hij overleven.
De oude bossen op de landgoederen maken het gebied uitstekend geschikt voor boommarters. Boommarters hebben een groot leefgebied nodig met voldoende boomholtes om in te wonen.
Holle bomen, maar ook ijskelders zijn ook van groot belang voor vleermuizen, waarvan er vele op de landgoederen voorkomen. In de ijskelder van Warnsborn overwinteren jaarlijks ongeveer 95 vleermuizen, waaronder zeldzame, zoals de franjestaart en de vale vleermuis.
De grote afwisseling in de landgoederen maakt ze geschikt voor vele vogelsoorten, waaronder enkele zeldzame. Langs de sprengen en vijvers komen, dodaars, ijsvogel en grote gele kwikstaart voor, op de heideveldjes onder andere roodborsttapuit en geelgors. In de oude bossen komt de groene specht voor langs de akkerranden de patrijs.
Op Westerheide komt de hazelworm voor, een hagedis zonder pootjes, waardoor hij meer op een slang lijkt. Ook bijzonder op Westerheide is het voorkomen van de raaf.
Visie/ toekomstbeeld
Ten noorden van de Cirkelweg ligt het accent op de natuurwaarden. Hier wordt gestreefd naar een afwisseling van heide, inheems bos en heischraal grasland. Cultuurhistorische elementen als lanen, grafheuvels en de schaapsdrift houden we wel in stand.
Op de landgoederen ligt het accent op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden, zoals de gebouwen met parken, tuinen en landbouwgebieden er omheen. Daarbinnen willen we de natuurwaarden wel proberen te verhogen door bijvoorbeeld ecologische landbouw, geintegreerd bosbeheer en randenbeheer.