Korte kenschets
Graslanden die deel uit maken van een langgerekt natuurgebied langs de Oude Rijnloop en 2 zandwinningsplassen die natuurvriendelijk zijn ingericht.
Geo(morfo)logie
Tussen Kesteren en Ingen ligt het gebied de Mars met een groot aantal geulen van het Rijnsysteem. De Rijn heeft zich hier in de loop der eeuwen enkele malen verlegd, waardoor een opeenvolging ontstond van geulen en oeverwallen. De oude geulen zijn nog te herkennen aan de weteringen die er door lopen. De Oude Rijnloop (deels in ons beheer, deels bij Staatsbosbeheer) vlak onder de oude winterdijk is de meest opvallende. In de 18de eeuw werd de Marsdijk aangelegd en sindsdien loopt de Rijn vlak onder Rhenen langs en verplaatst zich nauwelijks meer. Het voorkomen van zandbanen (oeverwallen) en kleibanen in de ondergrond maakt het gebied interessant voor de grondstofwinning. Zowel Bonte Morgen als Marspolder zijn zo ontstaan. De terreinen zijn zodanig afgewerkt dat een mooi natuurgebied is ontstaan, met glooiende oevers en eilandjes.
Landschap
Vlak ten oosten van de Marspolder staat de molen 'de Mars'.
Flora
Omdat de terreinen relatief kort geleden als natuurgebied zijn ingericht moet de vegetatie nog tot ontwikkeling komen. Wel komen er al een aantal bijzondere plantensoorten voor, zoals driedistel, gewone agrimonie, goudhaver, kamgras en veldgerst. Vooral driedistel is bijzonder, omdat die in het Rivierengebied algemeen als verdwenen beschouwd werd.
Door de goede waterkwaliteit in de Marspolder is hier in de toekomst nog het een en ander aan bijzondere vegetaties te verwachten. De goede waterkwaliteit is te danken aan het feit dat de Marspolder hydrologisch volledig geisoleerd is. Er is alleen regenwater- en kwelwaterinvloed.
Fauna
De terreinen in Lienden zijn door hun afwisseling voor een groot aantal dieren van belang. Tot de meest bijzondere vogels die worden aangetroffen horen de ooievaar en de oeverzwaluw. De ooievaar leeft in een open landschap met een hoge grondwaterstand en is afhankelijk van een hoog voedselaanbod, zoals muizen, mollen, kikkers en grote insecten. Het voorkomen van de ooievaar betekent dus dat het met een heleboel andere dieren ook goed gaat.
De oeverzwaluw broedt in holen in steile wallen aan de oevers van rivieren. In 2002 werden in Lienden in een aangelegde steile wal maar liefst 111 nesten geteld.
Op een schiereiland in de Marspolder is een uitkijkpunt ingericht. Hier kunnen de vogels die op en rond het water verblijven geobserveerd worden.
Visie/ toekomstbeeld
De terreinen in Lienden hebben grote potenties door de afwisseling van grasland, water, oevers, ruigtes, etc. Door een gericht beheer en het bewaken van de waterkwaliteit zal deze variatie in stand worden gehouden, zodat deze potenties zich optimaal kunnen ontwikkelen.