Korte kenschets
Stroken loofbos langs kronkelige, oude watergang en enkele natte schrale graslanden.
Historische geografie
De Kraaigraaf of Blinde Beek is gegraven om de natte graslanden aan de voet van de oeverwal te ontwateren. De boerderijen en akkers liggen hoger op de oeverwal. Bij Twello liggen drie zandruggen evenwijdig aan elkaar en aan de IJssel, met daartussen gegraven beken om de laagtes te ontwateren.
De Kraaigraaf ligt op de grens van twee ontginningsfasen. De oudste ontginning ligt op en direct langs de oeverwal en is te herkennen aan de onregelmatige blokvorm van de verkaveling en dateert waarschijnlijk uit het begin van de middeleeuwen. De jongere ontginningen zijn van veen- of broekland, herkenbaar aan de strokenverkaveling en dateren uit de 14de-17de eeuw.
In 1993 is langs de Kraaigraaf een natuurontwikkelingsproject uitgevoerd, waarbij de graslanden zijn geplagd en diverse poelen zijn gegraven.
Landschap
Het gebied bestaat nu uit de kronkelige oude watergang met langgerekte stroken bos en enig schraal grasland.
Flora
Het bos bestaat uit populier met een struiketage van diverse inlandse loofhoutsoorten zoals zoete kers en haagbeuk. De kruidlaag is rijk aan soorten die gedijen op vochtige wat voedselrijker bodems; braam, hondsdraf en gele lis.Hier komt ook het zeldzame muskuskruid voor.
Na de uitvoering van een natuurtechnische maatregel in aangrenzende weilanden is in korte tijd een bijzondere plantengroei gerealiseerd, met vele soorten van vochtig/natte, schrale groeiplaatsen. Biezeknoppen, holpijp, rietorchis en brunel komen voor, en ook grote ratelaar in groten getale.
Fauna
In het bosje vinden vele vogelsoorten een goede broedplaats of uitvalsbasis. Tjiftjaf en roodborst zijn in het voorjaar regelmatig te horen. In het aangrenzende moerasgedeelte komen veel kikkers en andere amfibieen voor. Omdat het bosje vrij geisoleerd tussen de landbouwgronden ligt, wordt het regelmatig als vluchtplaats gebruikt voor reeen.
In de zomer wemelt het gebied rond het bosje van de sprinkhanen. De vele soorten planten bieden vele vlinders een goed voedselplaats, waaronder distelvlinder, zwartsprietdikkopje en bruin zandoogje. Langs de poelen komen ook vele waterjuffers en libellen zoals de weidebeekjuffer voor.
Visie/ toekomstbeeld
Voornaamste doel voor de Kraaigraaf is het verhogen van de botanische waarden door een verschralingsbeheer van de graslanden. Het bos mag zich spontaan ontwikkelen.