Korte kenschets
Saksische hoeve uit de 18de- en 19de eeuw, met oudere korenspieker, landbouwgronden en gevarieerd loofbos langs de Vennevertlose Beek. Het korenspieker is eigendom van de G.A. van der Lugt-Stichting.
Historische geografie
Ongeveer ten noorden van de Ratumse beek begon het grote heidegebied dat zich uitstrekte tot en rond Vreden. In dat heidegebied lagen in Ratum nog enkele enclaves, die wel ontgonnen waren en waar boerderijen stonden. Dit waren wat lagere delen, waar met water nog goede landbouwgrond gecree"erd kon worden. Rondom Kossink lag zo'n bebouwd gebied van enkele boerderijen, waaronder Kossink, Lutgenkossink, De Pas, Gribbroek en Smaalbraak. Kossink wordt in 1319 al als boerderij genoemd.
Rond de tegenwoordige Duitse grens lag als een soort vooruitgeschoven post te midden van de heide nog een bewoond gebied. Dit gebied werd Vennevertloo genoemd, naar de grootste boerderij. Andere boerderijen waren Damkot en Bollen aan Nederlandse zijde en Groot en Klein Vennwertloo aan Duitse. Vennevertloo is waarschijnlijk een stuk jonger dan Kossink en pas ontgonnen toen er behoefte was aan meer landbouwgrond.
Voor beide gebieden geldt dat op enkele dekzandwelvingen akkers lagen en in de lager gelegen delen bevloeide graslanden.
Het bevloeien van graslanden was een beproefd systeem uit de Middeleeuwen om de productie te verhogen. Door het bevloeien werden niet alleen voedingsstoffen aangevoerd, maar nog belangrijker was dat de grond in het voorjaar sneller opwarmde, waardoor het gras eerder begond te groeien en het groeiseizoen verlengd werd. Als laatste voordeel van bevloeien kan genoemd worden dat het onderdrukkend werkt op schadelijke bodemfauna.
De voormalige vloeivelden zijn nog goed herkenbaar in het veld. Het zijn door wallen omgeven percelen met afgeronde hoeken. De percelen liggen onder een kleine helling en aan de bovenzijde is een punt om water in te laten en aan de onderzijde een uitlaatpunt. In Vennevertloo en Kossink werd het water aangevoerd door de Vennevertlose beek en in mindere mate de Ratumse beek.
Landschap
In het verleden, toen het Masterveld nog een uitgestrekt heideveld was moeten Kossink en Vennevertloo hiermee een groot contrast hebben gevormd. Nu is dat minder het geval, doordat ook op het Masterveld landbouwgrond en bosjes liggen. Er is nu een aantrekkelijk coulissenlandschap ontstaan, waarin de Kossink en Vennevertloo voornamelijk nog herkenbaar zijn door een ander type verkaveling. Het Masterveld is rationeel verkaveld, met rechte lijnen. De oudere ontginningen zijn ronder en volgen meer het relie"f in het landschap.
Bouwwerken
Erve ‘t Kossink werd in de 18de eeuw gebouwd, maar dateert in haar huidige vorm uit 1836. De geschiedenis gaat op deze plaats echter terug tot in de 14de eeuw. In 1319 verkocht Arnoldus de Warmelo de hoeve Cosinkhuusen aan het Stift te Vreden.
De huidige hallehuisboerderij is in Winterswijkse stijl gebouwd, met een hoog, geknikt dak. In 1999 herkreeg de boerderij de voor de omgeving van Winterswijk karakteristieke houten topgevel, die ossenbloedrood is geschilderd. Ouder dan de boerderij is het korenspieker op het erf. Deze bewaarplaats voor graan, een rijzig pand met vakwerkgevels en een hoog zadeldak stamt uit de tweede helft van de 18de eeuw. Het is een van de twee korenspiekers die in de omgeving van Winterswijk bewaard is gebleven. Het spieker is eigendom van de G.A. van der Lugt Stichting die zich inzet voor het behoud van het karakteristieke in het Achterhoekse landschap. De door dezelfde stichting herbouwde bakoven is afkomstig van het Veenhuis in het Woold.
Flora
Op de vruchtbaarder delen langs de Vennevertlose Beek groeien slanke sleutelbloem, bosanemoon en bosandoorn. De bosgedeelten van het Kössink bestaan vooral uit oude eiken. Plaatselijk komen ook rijkere bostypen voor met essen en een keur aan struiken als inlandse vogelkers en tweestijlige meidoorn. In de kruidlaag groeien dalkruid en salomonszegel, op vochtige plekken komt massaal schaafstro voor. De stengels van schaafstro voelen zeer ruw aan door Siliciumkristallen in de stengelwand. Door deze eigenschap werd de plant vroeger gebruikt om de klankkasten van violen glad te schuren en te polijsten.
Fauna
Het gebied is rijk aan vogels, waaronder de ransuil die vooral op muizen jaagt langs bosranden, houtwallen en in weides en akkers. In het bos kan tussen april en juni de nachtegaal worden gehoord.
Visie/ toekomstbeeld
Kossink en Venevertloo zijn oude cultuurlandschappen, het beheer is daarom ook als zodanig. Wel proberen we door extensief beheer, ecologische landbouw en gei"ntegreerd bosbeheer de natuurwaarden te verhogen.