Korte kenschets
Natuurontwikkelingsgebied langs de Egelbeek, fraaie afwisseling van natte graslanden en elzenbosjes.
Historische geografie
De meeste beken in deze streek zijn opgeleid. Dit houdt in dat ze bij de bron worden afgetapt en langs de hogere randen van het oorspronkelijke beekdal worden geleid, om elders gebruikt te worden voor het aandrijven van watermolens. Het hoogteverschil tussen de beek en het dal kan enkele meters bedragen.
De Egelbeek in het Korte Broek ligt vrijwel in het dal. Dit betekent dat hij relatief oorspronkelijk is of hooguit gebruikt voor het bevloeien van percelen grasland.
Het westelijk deel van het Korte Broek is tot begin 20ste eeuw 'broek' geweest. Hier komt kwelwater aan de oppervlakte, waardoor het er venig en nat is en bijna niet te gebruiken voor de landbouw. Inhet broek verzamelde zich het water, dat meer naar het oosten de Egelbeek zou vormen. Het oostelijk deel was door een stelsel van slootjes droger en was al voor 1850 in gebruik als grasland.
In het begin van de 20ste eeuw is ook het Broek drooggelegd en is het gehele gebied in agrarisch gebruik genomen.
Landschap
Het gebied bleef echter door de kwel behoorlijk nat en werd daarom aangewezen als natuurontwikkelingsgebied. In ** werd een natuurontwikkelingsplan uitgevoerd, waarbij een deel van de door bemesting verrijkte toplaag werd afgevoerd. Perceelssloten werden gedempt of minder diep gemaakt en de Egelbeek kreeg natuurlijker oevers. Nu is het een weids gebied, waarbij drogere en nattere vegetaties, beek en bosjes zich afwisselen.
Doordat er in het Korte Broek geen paden lopen en het gebied ook niet grenst aan de openbare weg is het niet beleefbaar voor recreanten.
Flora
Het Korte Broek is na de herstelmaatregelen nog volop in ontwikkeling. Op sommige plekken, vooral langs de beek, is een ontwikkeling gaande naar een Elzenbroekbos. De drogere en nattere graslanden bevinden zich in verschillende stadia van verschraling en vormen een mozai"ek met de pitrusvelden die plaatselijk zijn ontstaan.
Enkele bijzondere sooren die inmiddels teruggekomen zijn zijn draadzegge, zompzegge, gevlekte orchis, duizendknoopfonteinkruid, wateraardbei en klimopwaterranonkel.
Fauna
De pitrusveldjes, natte graslanden en de poelen langs de beek vormen een uitstekend leefgebied voor amfibieen. De meest bijzondere hiervan is de heikikker, die in Nederland erg kwetsbaar is en in maar weinig gebieden voorkomt. De eieren van deze kikker verschimmelen in Nederland gemakkelijk in de verzuurde heidevennen. Door de kwel in het Korte Broek is het water hier minder zuur en zijn de overlevingskansen veel beter.
Visie/ toekomstbeeld
In het Korte Broek zullen door middel van een mozai"ekbeheer, vernatting en extensief gebruik als hooiland of weide de natuurlijke potenties zoveel mogelijk worden ontwikkeld en zal een gevarieerd gebied ontstaan met hoge natuurwaarden.