inleiding

  
0,03 ha.  
terug naar natuurkaart  

Kasteelsche Hof te Ooy

regio: Rivierengebied en Zuid-Veluwe
gemeente: Ubbergen
plaats: Ooij
verwervingsjaar: 1950
Korte kenschets

Bijgebouwen van het aan het eind van de 18de eeuw verwoeste en afgebroken kasteel te Ooij.

Archeologie

Op het oorspronkelijke kasteelterrein werd in 1981 de fundering teruggevonden van de zware, vierkante, hoofdtoren of donjon, die een omtrek had van ruim 11 bij 11 meter. De fundering bleek deels opgebouwd uit Romeins bouwpuin. De gracht die de hoofdburcht heeft omringd is nog in het terrein zichtbaar.

Verwervings geschiedenis

In 1950 en 1951 werden de in deplorabele staat verkerende bijgebouwen, op dit moment bestaande uit 2/3 gedeelte van het uit de tweede helft van de 17de eeuw daterende stalgebouw en de losstaande duiventoren er achter, voor een symbolisch bedrag verworven. Het andere bijgebouw is het uit 1514 daterende knechtenhuis, dat ook wel gouverneurshuis wordt genoemd. In 1977 werd dit bijgebouw overgedragen aan de bewoner die het heeft laten restaureren.

Kastelen en landhuizen

De heren van Ooy komen al in 1088 voor, maar de eerste vermelding van hun leengoed dateert uit 1184. De toenmalige burcht, waarschijnlijk een motteburcht, was eigendom van Stephanus van Ooy. Het oudste deel van de hoofdburcht bestond uit een toren van elf bij elf meter, gebouwd op een omgracht rond terrein. Het complex kreeg gedurende een periode die tot het begin van de 16de eeuw duurde een onregelmatige plattegrond door toevoeging van een eveneens vierkante poorttoren en enkele rechthoekige woonvleugels waarin ook een kapel was ondergebarcht. Het van oorsprong middeleeuwse kasteel liep in de Tachtigjarige Oorlog schade op. Na de gedeeltelijke afbraak volgde herbouw in 1617, waarbij de tweede toren een renaissancebekroning kreeg. Via vererving kwam Ooy in 1633 in handen van het geslacht Van Bylandt. Na 1731 onderging de noordoostelijke hoek van het kasteel enige wijzigingen. Afbeeldingen uit het 18de eeuw tonen dat het kasteel behalve deze twee ´ongemeen zware torens´ ook twee sierlijke veelhoekige torens had gekregen ter weerszijde van de ingang van de voorburcht. De hoofdburcht was met een brug over de gracht verbonden met de voorburcht, die in later tijd aan het complex werd toegevoegd. In 1733 werd Ooy omschreven als ´een heerlijk slot of kasteel, waarlijk een der sterkste en cierlijkste van geheel Gelderland´. Toch heeft het sterke kasteel te weinig weerstand kunnen bieden aan de Franse troepen, die het kasteel in de jaren 1794-1795 hebben vernield. De eigenaar Otto W.H. graaf van Bylandt besloot niet in herstel te investeren. Hij liet het kasteel in 1798 afbreken, maar nadrukkelijk werd bepaald dat de voorburcht, de brug en de grachtmuur niet mochten worden afgebroken. De gespaarde voorburcht werd in het vervolg ´Kasteelsche Hof´genoemd. In de 19de eeuw vererfde Ooy op de families Van Balveren en Van Verschuer. De gebouwen en gronden werden echter verkocht. In 1922 werd de naburige steenfabriek eigenaar. Zowel stal als toren zijn direct na de verwerving in 1950/1951 gerestaureerd. Het stalgebouw werd na een brand in 1961 opnieuw hersteld.

Visie/ toekomstbeeld

Het complex van gebouwen en omgeving wordt als ensemble in stand gehouden. **?


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl