Korte kenschets
Oude buitenplaats. Het park rond het huis is aangelegd in landschapstijl. Het oostelijk deel bestaat uit bos met beukenlanen en eikenhakhout.
Geo(morfo)logie
Net als de Sysselt ligt ook Hoekelum op de stuwwal Wageningen-Lunteren (zie bij de Sysselt).
Historische geografie
Het bos van Hoekelum maakte deel uit van het Moftbos (zie ook de Sysselt), dat al in 996 wordt genoemd als eigendom van het Klooster Elten. Dwars door Hoekelum ligt een wal, dit is de oude wildwal Wageningen-Lunteren, die het Moftbos moest scheiden van de landbouwgebieden ten westen ervan. Tot in de 17de eeuw is de wal de grens van het landgoed Hoekelum geweest.
Hoekelum was een leen van de hertog van Gelre, met als bijzonderheid dat hieraan het erfelijke ambt van Jagermeester van de Veluwe en het Rijkswoud verbonden was. De eerst bekende jagermeester was Randolf de Jeger (ca. 1325); zijn opvolgers werden later aangeduid als Van Hokelum en rond 1400 werd de naam Van Hoeckelum als geslachtsnaam aangenomen. Aan het eind van de 15de eeuw ging het ambt van jagermeester voor de familie verloren en daalde het aanzien van Hoekelum.
Door een te intensief gebruik verdween het bos grotendeels en in de 16de en 17de eeuw bestond Hoekelum vooral uit bouwland, weide, hakhout en heide.
Ten oosten van de Laarder Allee of Oude Wageningseweg, een markante noord-zuid lopende beukenlaan, herinneren eikespaartelgen en oude eikestoven aan het hakhout.
Landschap
De inrichting van het terrein voor het landhuis is geheel gericht op de beleving vanaf de weg Ede/Bennekom. Vanuit beide richtingen is de blik eerst gericht naar het westen, want daar is de ruimte open. Voor Hoekelum wordt die blik opeens gestuit door een strategisch geplaatst bos, waardoor de blik zich automatisch naar de andere kant van de weg keert. Langs een boomgroep wordt de blik dan aan het einde van een grote weide opgevangen door het kasteel Hoekelum in al zijn glorie. Aan de andere kant van de boomgroep is er nog net even tijd voor een tweede blik op het gebouw, voor het weer achter bos verdwijnt.
Verwervings geschiedenis
Hoekelum werd in 1988 gekocht van mevrouw J.C. Iddink, baronesse van Wassenaer.
Kastelen en landhuizen
De geschiedenis van Hoekelum gaat tot de 14de eeuw terug en het ontstaan is nauw verbonden met de jacht. Hoekelum zou van oorsprong een eenvoudig houten jachthuis zijn geweest. In 1396 werd Hoekelum door de hertog van Gelre in leen gegeven aan de jagermeester van de Veluwe, welke functie een erfelijke ambt was. Aan het eind van de 15de eeuw ging dit ambt voor de bewoners verloren en daalde het aanzien van Hoekelum. Het goed werd in 1542 verkocht aan Hendrik van Poelwijck, die mogelijk een nieuw huis liet bouwen, waarvan de keldergewelven ten dele bewaard zijn gebleven. In de 17de eeuw ging Hoekelum enkele keren in andere handen over. Nadat Hessel van Lawick in 1695 de nieuwe eigenaar werd, ging Hoekelum gedurende bijna drie eeuwen door vererving over op de families Van Balveren (1723) en Van Wassenaer (1819). Vermoedelijk lieten Sibilla E. van Balveren en haar echtgenoot Jacob van Lawick omstreeks 1735 met gebruikmaking van oud muurwerk een nieuw huis bouwen. Haar wapen werd in het fronton aan de voorgevel aangebracht. In 1846-1849 liet Otto baron van Wassenaer van Catwijk wijzigingen uitvoeren. Het huis kreeg een nieuw dak en er werd een nieuwe ingangspartij met een torentje aan de voorgevel toegevoegd naar ontwerp van de Arnhemse architect Fromberg. Een ingrijpende verbouwing naar plannen van J.W. Hanrath volgde in 1914. De hoofdvorm van het huis en de middenpartij van de voorgevel bleven gehandhaafd, maar het huis werd verbreed en van een nieuwe indeling en interieurdecoratie voorzien.
Interieur/ collectie
Het interieur van het huis draagt het stempel van een ingrijpende modernisering naar ontwerp van architect J.W. Hanrath in 1914. Alleen de zaal met stucdecoraties in Lodewijk XVI-stijl door de Tiroler stucwerker J.M. Rieff uit 1787 en een schoorsteenbetimmering van circa 1700 werden in het vernieuwde interieur opgenomen. Sinds 1946 is het huis niet meer door de familie Van Wassenaer bewoond, maar is het verhuurd aan de stichting Luthers Buitencentrum. Een deel van de inboedel -portretten van de families Van Wassenaer en Van Balveren, meubels en porselein- bleef op het huis bewaard.
Tuin/park
Op een kaart uit 1678 is te zien dat de directe omgeving van het huis toen een rechtlijnig patroon vertoonde. Aanwezig waren onder andere een moestuin, siertuin, boomgaard, gracht, singel, houtgewas en een konijnenwarande.
Aan het eind van de 18de eeuw is sprake van een sterrebos achter het huis, maar het is onbekend hoe dat er precies uitzag. De opzet vanhet landgoed was nog steeds strak en formeel.
Op de kaart van De Man uit 1802 is een eerste landschappelijke aanleg te zien. In het bos zijn kronkelende wandelpaden aangelegd langs een eveneens kronkelende spreng. Er is een lange zichtas aangelegd van het huis naar de top van de heuvel aan de oostgrens. Het park lijkt in een overgangsfase tussen strak-formeel en gebogen-romantisch. Het gehele terrein achter het huis bestaat nu uit bos of hakhout.
Een kaart van Hoekelum uit 1891 toont ingrijpende veranderingen. Er zijn vele gebogen paden in het bos aangelegd, die aan weerszijden met bomen waren beplant. In de weiden worden boomgroepen geplaatst. In het landschappelijke park waren vele attractiepunten gelegen. Op de heuvel was waarschijnlijk een uitzichttoren gelegen, getuige de naam Torenallee voor het pad erlangs. Verder waren aanwezig: vijvers en waterlopen met bruggetjes, een vervallen kapelletje en een theekoepel.
Bouwwerken
Het koetshuis dat gelijktijdig ook als oranjerie diende stamt uit 1850. Uit dezelfde tijd dateert ook de ijskelder. Omstreeks 1890 werd in het park het prieel gebouwd. Deze in chalet-stijl uitgevoerde “folly“ valt op met zijn achterwanden die gedecoreerd zijn met stammetjes die in een patroon zijn aangebracht.
Rond 1900 werd voor de kinderen van de familie Van Wassenaer het speel- of rotshuisje gebouwd. Het huisje heeft twee vertrekjes: een keukentje en een kamertje. De naam “rotshuisje“ verwijst naar het rotstuintje dat er om heen lag. In 2000 werd het speelhuisje gerestaureerd.
De boerderij Hoekelum werd in 1910 gebouwd, ongeveer op de plaats van een 18de-eeuwse voorganger. Sinds 1946 wordt op de boerderij kaas gemaakt. Het bijbehorende bakhuis met de bijzondere ovale ramen en de schuur zijn in de eerste helft van de 19de eeuw gebouwd. De naastgelegen woning Kleine Dal werd in het tweede kwart van de 19de eeuw gebouwd als boswachterswoning en heeft een opvallende voorgevel met inzwenkende zijkanten en een spitsboogvenster.
Flora
Het gebied wordt gekarakteriseerd door naaldbossen en zware beukenlanen. In de bosranden groeit in de halfschaduw kamperfoelie en op een enkele plaats groeit in het bos dalkruid. De breedbladige wespenorchis komt ook hier en daar voor. De wintereik komt vrij veel voor op Hoekelum. Het centrale deel van het terrein heeft een parkachtig karakter, het is een open terrein met boomgroepen van oude loofbomen. De enk wordt verpacht en als akkerland gebruikt. Hier staan akkerviooltje en hanepoot.
In enkele lanen die recent verjongd zijn is goed te zien dat het bodemtype vrij rijk is; wilgenroosje, robertskruid en braam domineren hier de vegetatie. De beek staat grotendeels droog omdat de sprengen door grondwateronttrekking zijn opgedroogd om toch water voor de vijvers te krijgen wordt water opgepompt. De oevervegetaties en planten van nattere plaatsen zijn langs de spreng toch grotendeels verdwenen. Hiervoor in de plaats groeien hier nu thym, grasklokje en muizeoortje. De oude muur van de tuin wordt gesierd door muurleeuwebekjes.
Fauna
Hoekelum vormt een belangrijke ecologische verbinding tussen de Veluwe en Geldersche Vallei. Dit is speciaal belangrijk voor das, boommarter en ree. De sperwer broedt in het vrij jonge naaldhout in het oostelijk deel van Hoekelum. Ook de zeldzame wespendief broedt hier af en toe. Het parkgedeelte van het terrein herbergt enkele havikshorsten en de groene specht vindt hier voldoende oude bomen. Door de aanwezigheid van grote bomen met holten in het gebied is het een interessant gebied voor vleermuizen. Na de restauratie van de ijskelder biedt het gebied nu ook weer een geschikt winterverblijf. Dit is ook te zien aan de aanwezigheid van vleermuizen, deze beginnen na de reatauratie weer in aantal toe te nemen.
Visie/ toekomstbeeld
Doelstelling bij het beheer van Hoekelum is duurzame instandhouding en waar nodig herstel landgoedkarakter. Daarnaast is het openhouden van de groene wig tussen Ede en Bennekom een belangrijke doelstelling.
Het landgoed is naast het economische nut, mede aangelegd ten behoeve van de mens, om te wandelen en om zich te (laten) vermaken, daarom worden daar ruime mogelijkheden voor geboden. De weide voor het huis is regelmatig het toneel voor evenementen, zoals het traditionele Concours Hippique op Hemelvaart en diverse landgoedfairs.