Korte kenschets
Omgrachte middeleeuwse burcht met unieke overdekte weergangen, omgeven door bossen en lanen. Rondom de Hernense Molen, eikenhakhout, grove-dennenbos en ven. Verder graslanden en oude rivierlopen. Kasteel Hernen was de eerste bezitting van de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen.
Geo(morfo)logie
Hernen ligt op een hooggelegen rivierduin dat zich uitstrekt van Hernen tot Heumen. Het is is ongeveer 10.000 jaar geleden opgestoven uit de droogevallen rivierbeddingen van de Maas en de Rijn. Het complex wordt omgeven door rivierafzettingen, die zich over de lagere delen van de rivierduinen hebben afgezet. Alleen de duintoppen steken nu boven de rivierafzettingen uit. Onder die rivierafzettingen zijn de rivierduinen met elkaar verbonden: met het rivierduin van Bergharen (zie daar) en met de rivierduinen aan de oostzijde van de Maas.
Onder invloed van overexploitatie van de vegetatie is aan het eind van de Middeleeuwen een deel van de rivierduinen weer gaan stuiven. Het ven achter de Hernense molen is waarschijnlijk op die manier ontstaan, omdat zand in een droge periode wegstoof tot onder de grondwaterspiegel.
Het Hernense Meer is ontstaan door een rivierdoorbraak door het duincomplex. Aan beide zijden van het meer bevinden zich waaiers, bestaande uit doorbraakafzettingen.
Archeologie
In de omgeving liggen diverse terreinen van archeologische betekenis, waar vooral aardewerk uit de periode van bronstijd tot late middeleeuwen is gevonden. Van groot belang voor de bouwgeschiedenis van het kasteel zijn de veldovens op 600 meter ten noordoosten van het kasteel. Deze werden in 2002 blootgelegd. De ovens dateren uit de 14de eeuw en zijn aangelegd voor de productie van de vele duizenden bakstenen die nodig waren voor de bouw van het kasteel. Het was toen gebruikelijk dat deze stenen ter plaatse werden vervaardigd. De klei werd locaal gedolven en gebakken in de overdekte ovens.
Historische geografie
De eerste bewoning in dit gebied vond plaats op de stroomruggen en de rivierduinen. De rest van het land werd regelmatig door de rivieren overstroomd. Pas in de Middeleeuwen werd met een primitieve bedijking begonnen. In het land van Maas en Waal vond sluiting van de dijkring plaats in het eerste deel van de 14e eeuw. Vanaf die tijd werden ook de kommen ontgonnen. Er werden weteringen gegraven die het water uit de lage kommen moesten afvoeren. De ontwatering werd extra bemoeilijkt door kwel uit de hogere zandgronden en de hoger gelegen Waal.
De kommen waren daarom in gebruik als hooiland en op de hogere delen waren akkers, weiden, boomgaarden en de bebouwing.
Door verdergaande 'verbetering' van de ontwatering sinds de Tweede Wereldoorlog is het nu ook in de kommen mogelijk akkerbouw te bedrijven. Dit is echter ten koste gegaan van de natuurwaarden van de vochtige hooilanden.
Op het stuifduin bij Hernen staat een molen met een voormalige bakkerij ernaast. Rondom de molen waren grote oppervlaktes hakhout. Hout was nodig voor de ovens van de bakker, maar hoog opgaand bos was niet gewenst, want dan ving de molen geen wind meer.
Rondom het kasteel zijn relicten aanwezig van kerkepaden; paden waarover de bewoners van de omringende gehuchten naar de kerk liepen.
Cultuurhistorie algemeen
In 1369 is behalve van 'den huyse van Hyrnen' sprake van 'busch, moelen ende visscherien'. Dit zijn de oudste vermeldingen van het Hernense Bos, de molen en het visrecht van het Hernense Meer.
Verwervings geschiedenis
De oudste vermelding van de heren van Hernen dateert uit 1247. Een eeuw later was de heerlijkheid in bezit van het geslacht Van Driel. De bouw van het kasteel kwam hoofdzakelijk tot stand onder de familie Van Wijhe, eigenaren van 1406 tot 1646. In 1682 werd Hernen verkocht aan de familie Van Steenhuys en vererfde sindsdien in verschillende Zuidnederlandse families, die het voornamelijk door hun rentmeester lieten bewonen. In 1883 kocht mevrouw A.M. den Tex-Vriese het kasteel met omringende gronden. Haar dochter mevrouw A.M. Metelerkamp van Bronkhorst-den Tex schonk kasteel Hernen in april 1940 aan de Geldersche Kasteelen. Deze stichting was speciaal daartoe opgericht. In 1959 werd door aankoop van haar erfgenamen het Hernense Bos verworven, met het Hernensche Meer en de korenmolen. In 1968 volgde het heuvelterrein achter het kasteel. In 1989 is de Meergraaf verworven, een oude stroomgeul ten noordwesten van Hernen.
Kastelen en landhuizen
Kasteel Hernen is een zeldzaam voorbeeld van middeleeuwse architectuur, die in later tijd relatief weinig wijzigingen heeft ondergaan en nooit door belegeringen, oorlogsgeweld of andere rampspoed is geteisterd. Het gesloten karakter van verdedigbaarheid is daardoor zeldzaam goed bewaard gebleven. De kern van Hernen bestond uit een vierkante donjon, die rond het midden van de 14de eeuw werd gebouwd in opdracht van Alart van Driel. Tegen deze donjon werd een 2,50 m. dikke muur opgetrokken om een rechthoekige binnenplaats. Over deze muur liepen open weergangen. Deze raakten overdekt toen in de loop van de 15de en 16de eeuw woonvertrekken aan de binnenzijden van de ommuring werden gebouwd. Zo ontstonden door toedoen van de familie Van Wijhe de vier vleugels van het kasteel. Een wapensteen met de wapens van het echtpaar Van Wijhe-van Egeren uit 1555 boven de ingangspoort in de oostvleugel markeerde de voltooiing van dit bouwproces.
Het 16de-eeuwse karakter bleef goed bewaard, ondanks kleine wijzigingen zoals de vergroting van de ramen na 1682. Omdat de eigenaren er zo weing verbleven is het middeleeuwse kasteel nooit ingrijpend aan de smaak van de tijd aangepast.
Rond het midden van de 18de eeuw stortte de grote 14de-eeuwse donjon in. Alleen de kelderverdieping van de verdedigingstoren bleef bewaard. Omstreeks 1800 werd de gracht aan de voorzijde gedempt.
In 1917 werd in opdracht van het echtpaar Metelerkamp van Bronkhorst-den Tex verbouwingsplannen gemaakt door de architect M.A. van Nieukerken. Tot uitvoer is het echter niet gekomen. Net als het kasteel raakte ook de directe omgeving steeds meer in verval.
Na de verwerving in 1940 begon de restauratie in 1942. In 1957 kwam het herstel gereed.
Interieur/ collectie
In de hoge zaal in de noordvleugel zijn grote spaarbogen te zien, die behoren tot de 14de-eeuwse ommuring. Daarboven bevinden zich vier vensters, die in verbinding staan met de overdekte weergang. Deze zaal werd aan het einde van de 17de eeuw in gebruik genomen als schuilkerk voor de katholieke eredienst. Boven de deur naar de aangrenzende zaal hangt de originele wapensteen uit de voorgevel. Van deze steen met de wapens van het echtpaar Van Wijhe-Van Egeren uit 1555 werd op de oorspronkelijke plaats een kopie ingemetseld. De middeleeuwse muurtrap die vanuit de zaal op de noordwesthoek naar de overdekte weergang leidt werd tijdens de restauratie ontdekt. De toren op de noordoosthoek fungeerde als duiventoren en in de noordwestelijke toren is nog een ´sekreet´, een muur-wc die direct op de gracht loosde. In de kelderverdieping waren de keuken met bakoven, opslagruimten en de ´slachterij´ gevestigd.
Tuin/park
Een 18de-eeuwse tekening van kasteel Hernen uit het zuidwesten laat duidelijk een formele aanleg zien met in geometrische vorm geschoren hagen.
De huidige, gecomponeerde, vorm van de omgeving van het kasteel is tot stand gekomen in 1915 door een restauratie van de parkaanleg, ontworpen door Otto Schultz. Tot de afwisseling van lanen, boomgroepen en weilanden behoren twee evenwijdige lange waterpartijen, restanten van een oudere aanleg in landschapsstijl.
Bouwwerken
Ten zuidoosten van het kasteel staat bij het meer de Hernense molen De in baksteen opgetrokken beltkorenmolen werd, zoals de tekst boen de ingang beschrijft, in 1745 gebouwd door de toenmalige heer van Hernen, Jacob van Steenhuys. Mogelijk verving deze molen een oudere, aangezien al vanaf 1369 een molen aan het kasteel verbonden was.
Na deelrestauraties in 1965 en 1982-1984 werd de molen volledig gerestaureerd in 1998-2001. Sinds de molen weer maalvaardig is, wordt getracht deze met behulp van vrijwillige molenaars in bedrijf te houden.
Het bij de molen behorende Molenhuis en Bakhuis bleven bewaard. Het dichtst bij de molen staat het voormalige Bakhuis, dat in 1915 nog werd vernieuwd en tot 1940 in functie was. In dat jaar werd de bakkerij verplaatst naar het Molenhuis, het bakhuis werd pakhuis voor graan en is in 1951 tot woning verbouwd.
Het Molenhuis uit 1896 is vanouds de als boerderij gebouwde molenaarswoning. Deze boerderij is op de plaats gebouwd van een ouder Molenhuis dat in 1766 in handen was van Hendrik Janssen de Wilt. In het achterhuis en de schuur was stalling voor rundvee en twee paarden. In 1940 werd de paardenstal op de deel omgebouwd tot bakkerij.
Flora
Rondom het kasteel komt in de grand canals waterviolier voor. deze soort wijst erop dat er hier kwelwater aan de oppervlakte komt. De lindelaan voor het kasteel is oud en begint af te takelen. Daarom zijn van de bomen stekken genomen, zodat afstervende bomen in de laan te zijner tijd met exemplaren van hetzelfde genetische materiaal kunnen worden vervangen. Dit zal een aantal jaren op zich laten wachten om dat we de bomen pas willen vervangen als de stekken uitgegroeid zijn tot laanbomen van formaat.
Het ven dat midden in de bossen rond het kasteel ligt herbergt enkele drijftillen met veenmos. Ook komt hier veenpluis voor. Bij de opschoning van het ven zijn de drijftillen verkleind om dichtgroeien van het ven tegen te gaan. Ook in de wezelse plas zijn maatregelen genomen om de natuurlijkheid te bevorderen; er zijn populieren langs de oever geveld, waarna de oever een geleidelijker verloop heeft gekregen en er zijn veel besdragende struiken geplant zoals meidoorn, gelderse roos en sleedoorn.
Fauna
Het eikehakhout met zijn dichte ondergroei van bramen en klimop vormt samen met de omliggende graslanden een goed woongebied voor de dassen. Regenwormen vormen een belangrijk onderdeel van hun menu, maar ze eten evengoed insektenlarven, maďs, muizen, amfibieën en appels en ander valfruit. In het Hernense bos zijn enkele bewoonde dassenburchten aanwezig, wat het gebied voor dassen erg belangrijk maakt. Het Hernense meer is rijk aan vis. In de hogere bosgedeelten vinden we veel mierenhopen van de rode bosmier. De steenuil broedt in de holle bomen in het gebied en de watersnip vindt in de natte graslanden ruimte voor broeden en fourageren.
Visie/ toekomstbeeld
Hernen vormt een fraai samenspel van cultuur en natuur. Dicht om het kasteel en de molen worden de cultuurhistorische elementen zorgvuldig onderhouden, terwijl in de rest van het gebied de natuurwaarden overheersen.
Het bos heeft rond het kasteel een parkachtig uiterlijk, in de overige bossen wordt gestreefd naar een natuurlijk bostype. Rondom de molen zal hakhoutbeheer plaatsvinden. Dit is gunstig voor de das. In de Wezelse plas wordt de afwisseling van water, land, open en besloten in stand gehouden om er zoveel mogelijk planten- en diersoorten van te laten profiteren.
Bij de inrichting van een ecologische verbindingszone tussen Hernen en Bergharen, onder andere voor de das, zal veel aandacht worden besteed aan het oorspronkelijke cultuurlandschap.