Korte kenschets
Op Hagen vinden we deels op rivierduinen van de Oude IJssel gelegen gevarieerd bos met lanen, afgewisseld door vennen, heischrale graslandjes, weilandjes en akkers. Natuurontwikkelingsgebied Wittebrink bestaat uit natte graslanden met poelen en fraai elzenbroekbos.
Geo(morfo)logie
Tussen Doetinchem en Anholt (Duitsland) ligt op de oostelijke Oude IJsseloever een reeks van lage en hoge rivierduinen. Zo'n reeks van rivierduinen is zeldzaam en komt verder in Nederland alleen langs de oostelijke Maasoever voor. Buiten Nederland komen voor zover bekend dergelijke hoge en brede zones met rivierduinen niet voor. De duinen zijn ongeveer 10.000 jaar geleden ontstaan door opstuiving van zand uit de bedding van de Oude IJssel, die toen regelmatig droog lag.
Op een van de grootste en hoogste duinen, de Kruisberg, ligt het landgoed Hagen. Door overexploitatie van de vegetatie op sommige rivierduinen is het zand in vroeger eeuwen opnieuw gaan stuiven. Nu ligt het weer vast, door aangeplant bos, maar het voormalige stuifzand is nog goed te herkennen aan het onregelmatige relie"f van de stuifkopjes en de op grillig gevormde wortelstelsels steunende oude grove dennen.
Wittebrink ligt op een van de laagste plekken in het dekzandlandschap rondom de Kruisberg. Hier vormde zich veen.
Historische geografie
Op de eerste betrouwbare kaart van het gebied, uit 1783, is te zien dat de toppen van de berg bestonden uit heide en een enkel bosje. Langs de flanken waren akkers gelegen en in het dal graslanden. Hagen bestaat voornamelijk uit de voormalige heidegronden en Wittebrink uit de graslanden in het dal.
Deze onderdelen maakten deel uit van een landbouwmethode die gebruik maakte van het potstalsysteem, waarbij heideplaggen mest opvingen van het vee dat gevoed werd in de lage graslanden. Dit mengsel werd vervolgens op de akkers gedeponeerd als bemesting.
Omdat men door de toegenomen bevolkingsdruk uiteindelijk te veel heideplaggen stak ontwikkelde zich stuifzand op de toppen van de Kruisberg. In de loop van de 19de eeuw zijn het stuifzand en de heide bebost. Onder andere door de uitvinding van kunstmest was de heide niet meer nuttig.
In de vorige eeuw heeft er nog een verdere rationalisatie van het gebruik van het gebied plaats gevonden. De in afvoerloze laagtes ontstane veentjes werden afgegraven, de lage delen werden ontwaterd en de verkaveling werd gerationaliseerd.
Cultuurhistorie algemeen
Het terrein heeft behoord tot het 'adelycke huys ende havesaete Haegen'. Nadat Hagen vanaf 1680 in bezit was van de geslachten Van der Capellen en Van Rechteren, kwam het in de 19de eeuw aan de Van Pallandts. Daarmee werd het onderdeel van het grondbezit dat bij kasteel Keppel hoorde. In het begin van de 20ste eeuw werd de familie Beelaerts van Blokland eigenaar. In 1973 werd het landgoed van hen verworven, met uitzondering van de havezate en directe omgeving. De mogelijk 15de-eeuwse havezate is na een brand in 1934 gerestaureerd.
Landschap
Hagen bestaat vooral uit loofbos, hakhout en houtwallen. Daartussen liggen akkers en weilanden, een boerderijtje, heischrale graslanden, vennen en poelen, die het landschap bijzonder aantrekkelijk maken, met fraaie bosranden en verrassende doorkijkjes. Voor rolstoelgebruikers is er een aparte rolstoelroute met aangepaste picknicktafels.
Wittebrink heeft een heel ander karakter. Hier zijn lage, natte graslanden en bosjes langs de beek. Gezien vanaf Wittebrink zie je de bossen op de Kruisberg uit het vlakke land langs de beek oprijzen.
Flora
Vooral langs de randen van het landgoed komen geleidelijke overgangen voor tussen hoog en laag, droog en nat, voedselrijk en voedselarm - voorwaarden voor een rijke en gevarieerde flora. Zo vinden we niet ver van Langerak het Grote Ven, met een zeer soortenrijke begroeiing. Het gewone blaasjeskruid dat hier net als de kleine zonnedauw voorkomt is vleesetend. Met zijn peervormige blaasjes vangt hij onder water kleine kreeftachtigen. Ook bijzonderheden als drijvende waterweegbree en pilvaren komen hier voor.
In de natte rivierduinvallei die begin jaren negentig is uitgegraven vormt zich laagveen. 's Zomers is de vallei plaatselijk rood van de kleine zonnedauw. In een van de vennetjes heeft zich zelfs drijvende egelskop gevestigd. Door gefaseerd te maaien blijft er ruimte voor moeraswolfsklauw, wateraardbei en de zeldzame draadzegge. In de droge delen vestigde zich stekelbrem. Op een graanveldje dat wordt beheerd als wild- en onkruidakker, groeien vele akkerkruiden, waaronder het zeldzame akkerogentroost.
Op de Wittebrink vinden we een zeer fraai en waardevol elzenbroekbos met een goed ontwikkelde ondergroei van bijvoorbeeld tweestijlige meidoorn.
Fauna
Rond de vennetjes van de rivierduinvallei broedt geregeld de dodaars, de kleinste futensoort. Het Grote ven is een waar paradijs voor allerlei soorten amfibieešn. Op warme lenteavonden concentreren zich er honderden groene kikkers. Ook minder algemene soorten komen er voor. De heikikker, kamsalamander en de knoflookpad worden in Nederland alle drie als kwetsbaar en bedreigd beschouwd. Ze zijn afhankelijk van helder, visvrij water om in te leven en in voort te planten. De knoflookpad heeft daarnaast in de directe omgeving van het water plekken met weinig of geen begroeiing nodig, waar hij zich overdag in het rulle zand ingraaft. Rond de vennen en poelen kunnen we verder veel libellen aantreffen. Er zijn tweeešntwintig soorten geteld. Een aantal grotere libellensoorten wordt bejaagd door de boomvalk die hier ook broedt. Ook de raaf komt hier sinds enkele jaren voor. Een bijzondere dagvlinder is de aan kamperfoelie gebonden kleine ijsvogelvlinder. Op de Wittebrink maakt een vistrap migratie van vissen mogelijk.
Visie/ toekomstbeeld
Op Hagen streven we naar een zo fraai en gevarieerd mogelijk bosbeeld, met corridors, zomen en mantels voor onder andere dagvlinders en struweelvogels. Verlanden van de vennen en dichtgroeien van de moerassen en graslanden wordt tegengegaan. Runderen die deels op de graslanden en deels in het bos grazen verhogen de variatie.
Op Wittebrink ontwikkelen we soortenrijkere graslanden door verschralingsbeheer en geleidelijke overgangen naar het broekbos.