inleiding

  
266 ha.  
terug naar natuurkaart  

De Haere

regio: Noord- en West-Veluwe en de Gelderse Vallei
gemeente: Elburg
plaats: 't Harde
verwervingsjaar: 1953
Korte kenschets

Uitgestrekt levend stuifzand omgeven door dennenbossen en heide met jeneverbes en kraaiheide.

Geo(morfo)logie

De Haere maakt deel uit van een smeltwaterterras tussen Nunspeet en Hattem, in de voorlaatste ijstijd gevormd door ijssmeltwater tussen het landijs en de stuwwal. In de laatste ijstijd is de oorpronkelijk steilere helling afgesleten tot de huidige flauwe helling. In die periode is er ook dekzand over afgezet. Onder invloed van menselijk handelen is dit dekzand later weer gaan stuiven. Het resultaat is een reliefrijk complex van grindrijke heuvels uit de voorlaatste ijstijd, onverstoven dekzandheuvels uit de laatste ijstijd en stuifzandheuvels die voornamelijk in de afgelopen 200 jaar zijn gevormd.

Archeologie

Op de Haere is rondom een blok graniet een concentratie van bewerkt vuursteen uit de middensteentijd (11.000-7.000 jaar geleden) gevonden. Kennelijk was dit een plek om vuurstenen voorwerpen te maken, door het blok als een soort aambeeld te gebruiken. De afgeslagen splinters en mislukte werktuigen bleven rond het blok achter. Ook in later tijden hebben er mensen in het gebied geleefd. Bij een inventarisatie is vroeg-middeleeuws aardewerk gevonden.

Historische geografie

Rond 800 ontstonden langs de randen van de Veluwe dorpen, zoals Doornspijk (796). Langs de noordwestrand van de Haere, in de buurtschap Wessinge, is de typische kampenverkaveling met zijn onregelmatige blokken, hoger gelegen enken en door houtwallen omgeven percelen nog goed herkenbaar. In de tijd waarin dit landschap ontstond behoorde de Haere tot de zogenaamde woeste gronden, waar plaggen werden gestoken en vee geweid. Naarmate de bevolking toenam nam de druk op de woeste gronden toe. Er werden te veel plaggen gestoken en de heide werd over begraasd. De heide kon zich niet meer herstellen en er ontstonden grote stuifzandgebieden. Toen met de uitvinding van de kunstmest de landbouw ingrijpend veranderde was de heide niet meer nodig. Vanaf 1850 werd de heide omgezet in grove dennenbos en aldus weer nuttig gemaakt. Het stuifzand liet zich niet zo makkelijk bedwingen. Het was arm en droog en het altijd bewegende zand bedreigde de jonge aanplant. Op plekken waar het zand geen grote bedreiging vormde voor boerderijen en landbouwgronden, zoals op de Haere, maakte men geen haast met het arbeidsintensieve temmen van het stuifzand. Daarom ligt dit stuifzandgebied er nog, al heeft de wind minder speelruimte gekregen door de bossen er omheen. Sinds de aanleg van de Flevopolders is het grondwaterpeil op de randen van de Veluwe flink gedaald en is het nog droger geworden op de Haere. De naar het stuifzand leidende Badweg duidt erop dat dat er vroeger zelfs open water aanwezig was, waarschijnlijk vennen in de heide, of plekken waar het zand tot op de grondwaterspiegel was weggeblazen.

Flora

De omstandigheden in het stuifzand zijn extreem, het kan er erg heet worden en door het bewegende zand kunnen planten moelijk wortelen. De planten die hier wel kunnen groeien zijn echte pioniers, zoals buntgras, heidespurrie en diverse soorten mossen en korstmossen. Als deze soorten het zand een beetje vast hebben gelegd dan kunnen er ook andere soorten groeien. Het stuifzand gaat dan geleidelijk over in heide. De heide op de Haere is rijk aan bijzondere soorten. In 2001 is er ijslands mos gevonden, de derde vindplaats in Nederland. Andere bijzondere soorten zijn borstelgras, dwergviltkruid, grondster, jeneverbes, kleine wolfsklauw en stekelbrem. Rond het stuifzand en de heide liggen vrij schrale dennenbossen. Hieronder groeit struikheide en kraaiheide. In het noordwesten van het terrein, waar op geringe diepte veen onder het dekzand zit, komt ook loofhout voor zoals eik, beuk, lijsterbes en berk. Langs de noordrand van het stuifzand groeit zelfs geoorde wilg, een teken dat het grondwater daar op geringe diepte zit.

Fauna

Op de heide komt de zandhagedis voor. In de bossen profiteert de boommarter van de holle bomen. Deze zijn ook van belang voor vleermuizen, die jagen boven de heide en de randen van het stuifzand. Op de Haere leven vogelsoorten die kenmerkend zijn voor stuifzand en heide, zoals tapuit, klapekster en grauwe klauwier. In het bos komen de groene specht en de raaf voor. De groene specht leeft van rode bosmieren, die hun mierenhopen in de opener delen van het bos hebben.

Visie/ toekomstbeeld

Het stuifzandlandschap met stuivend zand, heide en bosjes heeft hoge natuurwaarden. De heide en het stuifzand, die nu door een bosstrook van elkaar gescheiden zijn zullen met elkaar worden verbonden, zodat geleidelijke overgangen kunnen ontstaan tussen zand en heide. De heide wordt begraasd met Veluwse heideschapen, een zeldzaam huisdierras. Het eentonige grove dennenbos zal structuurrijker en soortenrijker gemaakt worden door er gaten in te kappen, waar dan spontaan berken en eiken kunnen opkomen.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl