inleiding

  
24 ha.  
terug naar natuurkaart  

Cannenburch

regio: Noord- en West-Veluwe en de Gelderse Vallei
gemeente: Epe
plaats: Vaassen
verwervingsjaar: 1951
Korte kenschets

Kasteel met bijgebouwen uit de 16de tot 18de eeuw met oud parkbos met weilanden, lanen, vijvers en wandelpaden.

Verwervings geschiedenis

Nadat de Cannenburch in 1882 van de ondergang werd gered, werd in 1905 mevrouw F.A.F. Cleve-Mollard uit Berlijn eigenaresse. Dit heeft ertoe geleid dat na de Tweede Wereldoorlog de Cannenburch met het park als vijandelijk bezit in beslag werd genomen door de Staat der Nederlanden, die het in 1951 voor ƒ 1,- aan ons overdroeg.

Kastelen en landhuizen

De vroegste vermelding van de Cannenburch dateert uit 1365 en sedert 1402 was het een leengoed van de Gelderse hertogen. In 1543 kocht de legendarische Gelderse veldheer Marten van Rossem de restanten van een middeleeuws kasteel. Over de vorm van deze voorloper van de Cannenburch is weinig bekend. De rui"neuze resten konden goed dienen om er een statig slot van drie verdiepingen op te bouwen. De naar voren springende ingangstoren werd van natuurstenen ornamenten voorzien, die de renaissance-stijl in Gelderland introduceerden. In de kelderverdieping zijn nog sporen van het middeleeuwse complex bewaard. Na Martens dood in 1555 vererfde de Cannenburch aan zijn neef Hendrik van Isendoorn ą Blois die het bouwplan voltooide. Zijn nazaten bewoonden het kasteel driehonderd jaar lang. Elbert van Isendoorn breidde het kasteel in de jaren 1661-1664 aan de westzijde uit waardoor het zijn oorspronkelijke middeleeuwse omvang herkreeg maar waardoor de symmetrie van het 16de-eeuwse gebouw verloren ging. Zijn kleinzoon Frederik Johan en zijn vrouw Anna Margaretha gravin van Renessse van Elderen moderniseerden het complex rond 1750. Er verrezen twee grote bouwhuizen ter weerszijden van het voorplein, er kwam een nieuwe stenen brug over de gracht vanwaar de nieuwe ingangspartij toegang tot de hal bood. Deze werd voorzien van een betimmering waarin op doek geschilderde portretreeks van het echtpaar Van Isendoorn-van Renesse en hun voorouders werd opgenomen. Na het overlijden van de weduwe van de laatste Van Isendoorn in 1881 werd de fraaie inboedel verkocht en dreigde afbraak van het kasteel. Dit werd voorkomen doordat E. baron van Lynden kasteel Cannenburch in 1882 aankocht. De laatste particuliere bewoners waren het echtpaar Cleve-Mollard. Na de verwerving door Geldersche Kasteelen in 1951 werd kasteel Cannenburch als eerste kasteel van onze stichtingen opengesteld voor het publiek. In de jaren 1975-1981 vond de restauratie plaats.

Interieur/ collectie

Kasteel Cannenburch was het eerste kasteel dat door Geldersche Kasteelen werd opengesteld voor het publiek. Het streven was om het kasteel te tonen als een bewoond edelmanshuis. Alleen dankzij een sinds 1951 aanzwellende stroom van bruiklenen, schenkingen en legaten is het mogelijk geweest het kasteel in bewoonde sfeer in te richten. Tevens keerden door aankopen en schenkingen meubels en andere objecten uit de oorspronkelije inboedel na een afwezigheid van honderd jaar naar de Cannenburch terug. Tot deze stukken hoort de doopbeker van Elbert van Isendoorn uit 1601, gemaakt uit een in zilver gevatte kokosnoot. Een opvallend element in de interieurdecoratie is het grote aantal 18de-eeuwse familieportretten dat in de hal en in overige vertrekken is aangebracht. De portretten in de hal zijn in de eikenhouten betimmering opgenomen en als een kwartierstaat leden van de families Van Isendoorn en Renesse weergeven. De eetkamer heeft een 17de-eeuws, met wolken en vogels beschilderd balkenplafond. In de naastgelegen slaapkamer valt een 18de-eeuwse beddennis op, met een bijpassend ledikant.

Tuin/park

Al in de 15de eeuw is bij de Cannenburch sprake van een watermolen en een bos, genaamd Vogelhegge. Ten tijde van Marten van Rossem was er een tuinaanleg, compleet met kruidentuin en doolhof, waarvoor boompjes uit Luxemburg moesten overkomen. Het water van de nabijgelegen sprengen en beken is een belangrijk element gebleven, zowel om een molen aan te drijven, als ten behoeve van visvijvers, ten noorden van het kasteel. Het stelsel van molenbeken werd tussen 1660 en 1700 gerealiseerd. In het parkbos zijn rond 1739 ter verfraaiing drie regelmatige waterkommen gegraven. Gelijktijdig werd in de nieuwe bosaanleg een 1,75 kilometer lange, kaarsrechte middenlaan aangelegd. In de jaren zestig van de 18de eeuw volgden belangrijke verfraaiingen van de tuin, waarvan de cascade achter het kasteel een restant is. Aan het begin van de 19de eeuw zijn de waterkommen door de huidige slingervijvers vervangen. Aan het eind van die eeuw begon de Heidemij hier met forellenkwekerijen, die later naar Emst zijn overgebracht ('t Smallert). Overigens zijn de ingrepen in de 19de eeuw gering geweest, waardoor de 17de-eeuwse structuur van het park goed bewaard is gebleven.

Flora

Hoewel het park voornamelijk cultuurhistorisch van belang is komen er toch enkele belangrijke natuurwaarden voor. Bijzonder is het voorkomen van dubbelloof een varen met twee soorten bladeren, vandaar de naam. Het voorkomen van beekpunge en bittere veldkers duidt erop dat er sprake is van kwelwater in enkele watergangen.

Fauna

In dit schone water leeft ook een bijzondere vissoort, het bermpje, dat zeldzaam is en in de bovenlopen van beken met helder water voorkomt. De heldere beken hier vormen ook een goed fourageergebied voor de ijsvogel. Deze vogel jaagt op het zicht op visjes. Hij is vaak te vinden op een overhangende tak boven het water, uitkijkend naar zijn prooi. Ook de grote gele kwikstaart leeft langs het water van vijvers en sprengen. Tot de belangrijkste diersoorten in het park horen verder diverse vleermuissoorten. Er zijn zes soorten geteld. De rosse vleermuis heeft zijn kolonie in holtes in bomen. De gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de gewone grootoorvleermuis overwinteren op de zolders van het kasteel. Ook de zeldzame baardvleermuis is op de Cannenburch aangetroffen, maar het is niet bekend of die er ook een kolonie heeft. In het kasteel hebben ook gierzwaluwen hun nest en net buiten het park broedt een steenuil.

Visie/ toekomstbeeld

Kasteel en park vormen een eenheid. De laatste jaren is het accent vooral op het kasteel gelegd. Nu dat er weer piekfijn uitziet is het de beurt aan het park. Er zal een uitvoerig onderzoek worden verricht naar de (tuinkunst)geschiedenis van het park, waarna het park op een historisch verantwoorde manier gerestaureerd zal worden.


Voor meer informatie over Geldersch Landschap: www.mooigelderland.nl