Glorie en verval
Van landgoed Sandwijck is al sprake sinds 1704. Oorspronkelijk was het terrein een uithof van het voormalige klooster Oostbroek. In 1834 heeft de toenmalig eigenaar, de familie Van Boetzelaer, het park door tuinarchitect J.H.J. van Lunteren in de Engelse landschapsstijl laten aanleggen. Daarnaast schonk hij het aan de overzijde gelegen park (het Van Boetzelaerpark) aan de gemeente De Bilt, met als achterliggende gedachte het behoud van het vrije uitzicht. De Universiteit Utrecht kocht het landgoed in 1964 aan om er de botanische tuinen te vestigen. Men kwam echter op dit besluit terug, waarna het landgoed in verval raakte. In 1984 vormde dit de aanleiding voor de oprichting van de Werkgroep Sandwijck. Een enthousiaste groep vrijwilligers nam het herstel voortvarend ter hand. Samen met Het Utrechts Landschap, dat het terrein in 1989 aankocht, heeft dit geresulteerd in een parklandschap dat doet denken aan de tijden van weleer: slingerende waterpartijen, glooiingen in het terrein, boomgroepen, een grote variatie aan boomsoorten en fraaie zichtassen.
Weilanden vol weelde
De weilanden op het landgoed zijn lange tijd in agrarisch gebruik geweest. In 1997 is het boerenbedrijf (boerderij Oost-Indiën) beëindigd, waarna de weilanden een natuurbestemming hebben gekregen. Zij worden gehandhaafd als open ruimtes in het kleinschalige landschap. Door de graslanden niet langer te bemesten, ontstaat een bloemrijke vegetatie met soorten als rode klaver en echte koekoeksbloem. Ook weidevogels als grutto, kievit en tureluur krijgen nu meer kans om te broeden. Op Sandwijck liggen ook nog enkele akkers. Deze akkers worden elk jaar ingezaaid met graan waartussen in de zomermaanden typische akkeronkruiden als klaproos, kamille en korenbloem bloeien. Naast de grote landschappelijke waarde vormen de akkers een voedselbron en geven ze dekking aan diersoorten als haas, ree, muis, patrijs en vele vlindersoorten. Tussen de weilanden bevinden zich sloten met natuurvriendelijke oevers, houtsingels en boomgroepen. Deze vervullen een belangrijke rol als ecologische verbindingszones. Verschillende diersoorten gebruiken deze landschapselementen als migratieroutes. Zo maken vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik van houtsingels, terwijl de weelderige begroeiing van de slootoevers belangrijk is voor amfibieën, libellen, kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) en de ringslang.
Folly
Landgoed Sandwijck staat bekend om de grote verscheidenheid aan bijzondere bomen die het herbergt zoals jeneverbes, ginkgo, moseik, sequoia, rode beuk en Chinese hemelboom. Verder is er een esdoornlaantje en een tunnel van taxus. Ook de stinzenflora is rijk vertegenwoordigd met soorten als adderwortel, vogelmelk, boshyacint en beemdooievaarsbek. Achter op het landgoed, aan de rand van een weiland, bevindt zich een bijzondere folly in de vorm van een (schijn)kapel. Een folly is een bouwwerk dat geen enkel nut dient oftewel een architectonische dwaasheid. De folly is in de jaren 90 van de vorige eeuw door Het Utrechts Landschap gerestaureerd.
Recreatieve voorzieningen
Honden zijn niet toegestaan.
Op Sandwijck staat een aantal monumentale gebouwen en bouwwerken. Naast het 18de-eeuwse landhuis zijn dit de boerderij Oost-Indiën, de portierswoning, de pergola, de schijnkapel, het koetshuis en huize Sluishoef.
Over het landgoed is een wandelroute uitgezet van 1,5 / 2 kilometer. De beschrijving van deze route is verkrijgbaar bij het informatiebord op het parkeerterrein.