In het reservaat liggen twee graslanden, omgeven door houtwallen en/of stroken opgaand houtgewas. Het vormt een karakteristiek deel van het zogenaamde Schurvelingengebied, een gebied met uitgemijnde gronden die perceelsgewijs zijn omgeven door zandwallen (hoogten). De maaiveldverlaging bracht het grondwater dichterbij, hetgeen de teelt van gewassen mogelijk maakte. Het huidige graslandbeheer in het reservaat is dus geen oude traditie, maar draagt wel bij aan hogere natuurwaarden.