
Van het mondingsgebied is nog zo'n 200 hectare schor overgebleven. Dit schor wordt aan de zeezijde begrensd door een duinenrij, en aan de landzijde door de in 1872 aangelegde Internationale dijk. De Zwingeul dringt het gebied binnen door een opening in de duinenrij. Direct achter de geulmonding liggen zandige strandvlakten, die verder landwaarts overgaan in meer slibrijke schorren. De schorren zijn belangrijk als broedgebied voor vogels. Naast een grote kokmeeuwenkolonie zijn als broedvogel o.m. tureluur, kluut en scholekster aan te treffen. Vanaf de zeedijk is de kleine zilverreiger bijna dagelijks waar te nemen tijdens zijn zoektocht naar voedsel in de na vloed achter gebleven plassen. Op het schor komt erg veel lamsoor voor, wat in België aanleiding gegeven heeft tot de benaming "Zwinblomme". Andere planten die op het schor talrijk zijn, zijn o.a. strandkweek en zoutmelde. In het vloedmerk komt veelvuldig de zeldzame zeebiet voor en langs de zeedijk is de gele hoornpapaver te vinden.
Het Zwin ligt voor 80 procent op Belgisch grondgebied. Het beheer vindt dan ook plaats in nauwe samenspraak met de Belgische beheerder.
Toegankelijkheid
Het gebied is vanaf het wandelpad op de zeedijk goed te overzien, van het Nederlandse deel zijn de stranden, de geulmonding en de strandvlakten vrij toegankelijk. Het schor is niet vrij toegankelijk, maar hier worden in het zomerhalfjaar regelmatig excursies georganiseerd. Vlakbij het gebied ligt het bezoekerscentrum 't Zwin. Informatie over openingstijden etc. is te verkrijgen bij de gemeente Sluis; tel. 0117-475500. Het bezoekerscentrum is bereikbaar onder tel. 0117 392221.