
Halverwege de jaren negentig is het weidegebied ingericht. De belangrijkste ingreep was het omleggen van een afvoersloot die dwars door het gebied liep. Hierdoor kreeg de Blikken een eigen waterhuishouding. In de oude situatie werd het overtollige water meteen afgevoerd, nu wordt de regen opgevangen en blijft binnen het gebied. Dergelijke grote hoeveelheden water trekken in het winterseizoen veel eenden en ganzen. Met name de aantallen smienten kunnen flink oplopen. Samen met kolganzen grazen ze in grote groepen op de oevers. Soms vliegen ze plotseling massaal op en is het zoeken naar een jagende slechtvalk die zich met grote snelheid in de wolk eenden laat vallen. Langs de slikoevers scharrelen kleine steltlopertjes hun kostje bij elkaar. Vanaf maart nemen baltsende kieviten en grutto's bezit van het grasland. Hazen voeren een kleine veldslag uit in de vroege ochtenddauw. Minder opzichtig zijn de eenden. Het hele broedseizoen lijken ze afwezig maar als de jongen uit het ei zijn gekropen verschijnen ze weer op het water. Hoog in de lucht zingt een eenzame veldleeuwerik zijn steeds zeldzamer wordende liedje.
Als de meeste vogels al met opgroeiende jongen zitten komt de plantenwereld pas tot leven. Een drietal soorten vormt op de hogere delen de ruggengraat van de vegetatie: de laagblijvende witte klaver met daarboven de fraaie ijle grassen kamgras en veldgerst. De laatste twee zijn elders door intensieve bemesting in de landbouw sterk achteruit gegaan en op de Rode Lijst beland. Langs de droogvallende oevers in de zomer zijn veel meldes en ganzevoeten te vinden. Heel af en toe is ook zeekraal nog te vinden. Door het vasthouden van het zoete water komt er echter minder zout water aan de oppervlakte en daardoor heeft deze zoutplant minder kans.
Toegankelijkheid
De Blikken is vanaf de Ringdijk zeer goed te overzien.