
De natuur van de inlagen
De meeste inlagen op Noord-Beveland bevatten zoet water. Vooral de inlagen die grotendeels uit open water bestaan, zijn het gehele jaar zeer rijk aan vogels, vooral eenden, meeuwen en steltlopers. In de inlaag 's Gravenhoek is in 1990 een vogeleiland aangelegd. Jaarlijks broeden hierop ondermeer 100-150 paar visdieven, kokmeeuwen en enkele geoorde futen. In 2001 zijn er in deze inlaag nog twee extra vogeleilanden aangelegd. In de inlaag Vlietepolder zijn uitgestrekte rietvelden aanwezig, waarin plaatselijk (zeer bijzonder voor Zeeland!) veenmos aanwezig is, dat drijftillen vormt. Meestal zijn de moerassige gebieden in Zeeland te brak voor veenmos. In de inlaag Keihoogte, ontstaan in 1980, zijn nog lage duintjes aanwezig, waarop de zeldzame blauwe zeedistel groeit. Deze duintjes zijn nog overblijfselen uit de tijd dat getij en zandverstuivingen hier vrij spel hadden.
Toegankelijkheid
Vanaf de omringende dijken zijn de inlagen goed te overzien. Ter hoogte van het midden van de inlaag Keihoogte staat een vogelobservatiehut, die bijna altijd uitzicht biedt op vele kustvogelsoorten. Bij de inlaagdijk van de Keihoogte staat een infopaneel, en daar begint ook het wandelpad naar de kijkhut. Op de inlaagdijk van de inlaag 's Gravenhoek is een simpel uitgevoerd uitkijkpunt aanwezig, van waaraf de drie vogeleilanden goed te observeren zijn. Een heel mooi uitzicht is er vanaf het punt waar de inlaagdijk van de inlaag 's Gravenhoek en de inlaag Oesterput op de Oosterscheldedijk aansluit. Binnendijks zijn de twee inlagen te zien, met daarachter het uitgestrekte landbouwgebied, en buitendijks de voormalige inlaag Oesterput. In de inlaag Oesterput is achterin een schor tot ontwikkeling gekomen; voorin zijn nog de restanten van een historisch landbouwhaventje aanwezig.