inleiding
 kaart
 route

  
197 ha.  
Molen van Frans  
Vrij toegankelijk  
Topografische kaart aanwezig (28 F)  
Excursies  
Bereikbaar per bus  
Bereikbaar per trein  
terug naar natuurkaart  

Dal van Mosbeek

Beschrijving

In het noordoosten van Twente ligt het Dal van de Mosbeek. Het is een van de mooiste en meest afwisselende bezittingen van Landschap Overijssel. Heuvels en dalen bepalen het beeld van dit reservaat en de sfeer doet denken aan een vakantiebestemming in het buitenland. Het gevarieerde landschap en de rijke flora en fauna maken het Dal van de Mosbeek tot een ideaal wandelgebied voor natuurgenieters.

Het Dal van de Mosbeek kent een lange ontstaansgeschiedenis. Volgens geologen was Twente enkele miljoenen jaren geleden een ondiepe zee. Later kwamen de ijstijden, die een belangrijk stempel drukten op het landschap. Enorme ijsmassa's schoven zand, leem, en grind voor zich uit. Zo ontstonden de stuwwalcomplexen van Ootmarsum en Vasse, met als hoogtepunten de Kuiperberg en de Galgenberg.
Na de ijstijden werd het klimaat milder en het gebied werd door de mens beetje bij beetje in cultuur gebracht. Dat ging niet eenvoudig, want er waren veel natte plaatsen in het dal. De weinige droge plaatsen werden gebruikt om te wonen en om gewassen als rogge en spelt te verbouwen. Op deze manier ontstond een fijnmazig patroon van dorpen, landbouwgronden, houtwallen, heidevelden en natte hooilanden. Aan deze vorm van landbouw dankt het Dal van de Mosbeek zijn kleinschalige karakter. Op de topografische kaart zijn veel van deze oude landschapstypen nog te herkennen. Namen als veld (heideveld) en esch (akker) wijzen op de vroegere landbouwfunctie en het grondgebruik in deze streek.

Voor de wandelaar is er in het Dal van de Mosbeek volop te beleven. Wie hier in het voorjaar rondloopt kan genieten van klaterend water, de eerste zang van een tjiftjaf, verscholen beekjes en geheimzinnige bronbossen.

Ligging

Dit reservaat is gelegen ten noorden van het dorpje Vasse. Vanaf Ootmarsum slaat u voor de R.K.-Kerk in Vasse rechtsaf de Hooidijk op. Bij de splitsing, bij de Liskoel, gaan we linksaf de Oosteriksweg op. We vinden nu vrij snel lijks de aanduiding naar de molen van Bels, alwaar zich een ruime parkeerplaats bevindt.
De stichting bezit hier naast de boerderij en molens van Bels en Frans, beekgeleidende gronden langs de Mosbeek waaronder brongebieden. In de noordelijke Manderheide bestaat het eigendom uit percelen heide, bos, de Galgenberg, kleinschalige cultuurgronden langs het Dal van de Eendenbeek en het saksische boerderijtje de Gommer. Ten westen van Mander vinden we de Mandermaten, een gebied met houtwallen en hooilanden.

Wandelen

Het reservaat wordt doorsneden met enkele openbare wegen en enkele wandelpaden, waaronder het langs de Nederlandse-Duitse grens lopende Kommiezenpad en een wandelpad dat naar het prehistorische graf van de Man van Mander leidt, alle paden zijn vrij toegankelijk. Een aantal zandwegen in de Manderstreu zijn voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. Betreding van de brongebieden kan gezien de kwetsbaarheid niet worden toegestaan.  Regelmatig worden vanaf de molens excursies gehouden onder leiding van medewerkers of natuurgidsen. Zie hiervoor de excursiefolder 'op stap met'.

Molen van Frans

In de Molen van Frans treffen we een permanente expositie aan. Deze handelt over de geschiedenis van de molen, de prehistorie, flora en fauna en het landschap van het Dal van de Mosbeek. Openingstijden: juni, juli en augustus; woensdag van 10:00-17:00 en zondags het gehele jaar van 10:00-17:00. de Molen van Frans vinden we aan de Oosteriksweg 26 te Vasse net voorbij de Molen van Bels. In Bels vinden naast de theeschenkerij ook een permanente expositie over molens ingericht door de stichting De Overijsselse Molen.

Vlas

Het Dal van de Mosbeek is van oorsprong een nat gebied. Dit komt door de bijzondere gelaagdheid en de samenstelling van de bodem. Deze bestaat uit een afwisseling van zand, grind en leem. Op veel plekken op en rond de heuvels komt spontaan water uit de bodem opwellen. Dit kwelwater kan moeilijk wegzakken door de lemige bodem en vormt daardoor kleine stroompjes. Op sommige heuvels is het natter dan in de dalen.

Uiteindelijk zakt dit water, vaak in minibeekjes, af naar de laagst gelegen delen, waar het uitkomt in de Mosbeek. Even ten noordoosten van de molen van Frans is een voorbeeld van een vijver met kwelwater te vinden; de 'Reuterij'.
Landschap Overijssel groef hier in 1988 de vijver opnieuw uit. Het resultaat was verbluffend. Er groeien rond de vijver weer bijzondere planten, zelfs soorten die hier in jaren niet meer gezien waren. Landschap Overijsel deed hier nog een belangrijke ontdekking. Men vond op deze plek restanten vlas die herinnerden aan het oude gebruik van de vijver. De 'reutenboer' legde zijn bundels vlas in de reute om het zacht te maken. Ook de Mosbeek had hierin een belangrijke functie. De beek werd daarom ook wel 'vlasbeek' genoemd.

Papiermolens

Langs de beek stond vroeger een drietal molens waar papier werd gemaakt. Uiteindelijk hebben alleen die van Frans en Bels de tand des tijds doorstaan. Beide molens zijn nog steeds maalvaardig, maar produceren geen papier meer. De molen van Bels is nu ingericht als theeschenkerij en restaurant. In het gebouw is ook een tentoonstelling te zien over wind- en watermolens in Overijssel. In de molen van Frans is een permanente expositie ingericht over de geschiedenis van de molen, de ontstaansgeschiedenis van het reservaat en de flora en fauna. Op gezette tijden worden er maaldemonstraties gegeven.

Vanaf de molens is een wandeling te maken langs de meest markante punten in het reservaat. Er is te zien hoe de Mosbeek in de loop der eeuwen een erosiedal heeft uitgesleten. Bij het Bekkenscheid (Twentse benaming voor het scheiden van de beek) vindt men een fraai staaltje van bevloeiingstechniek. In de negentiende eeuw werd hier een kunstmatige beek gegraven die de droge delen van de marke Mander van water moest voorzien.

Even verderop vervolgt de beek zijn weg richting het dorpje Mander en het gebied de Mandermaten. Deze naam duidt op natte, laaggelegen gronden. Deze graslanden waren vroeger weinig productief en werden vooral gebruikt voor de hooiwinning. Kenmerkend zijn vele houtwallen die vooral bestaan uit eiken, hazelaar, sleedoorn en wilde rozen. Landschap Overijssel beheert deze gronden extensief, waardoor er veel bijzondere planten groeien als koekoeksbloem, ouderwetse grassen, margriet en vogelmelk.

Galgenberg

Heel anders zijn de hoger gelegen gebieden ten noorden en oosten van de Mosbeek. Hier liggen ondermeer de Manderheide, de Cirkels van Jannink en de Galgenberg. Deze 'berg' is met ruim 75 meter een van de hoogste punten in de omgeving. Het hoogteverschil ten opzichte van de Mandermaten bedraagt ruim veertig meter! Men kan hier op heldere dagen ver in westelijke richting kijken en van bovenaf het kleinschalige coulissenlandschap overzien. Het verhaal wil dat op de Galgenberg terechtgestelden werden opgehangen, een ietwat luguber idee heden ten dage. Niettemin kan men al wandelend genieten van de verschillende doorkijkjes naar het omliggende landschap. Bossen worden afgewisseld door heidevelden, weilanden en houtwallen. Deze intieme en schilderachtige sfeer maakt het Dal van de Mosbeek tot een populair wandelgebied.

Dit kwelwater kan moeilijk wegzakken door de lemige bodem en vormt daardoor kleine stroompjes: De bron van de Mosbeek. 
Kwetsbaar

Landschap Overijssel heeft de afgelopen jaren met succes op verschillende plaatsen herstelwerkzaamheden voor de flora en fauna uitgevoerd. De Cirkels van Jannink zijn enkele jaren geleden omgetoverd van maïsland in (hei)schraal grasland. Kunstenaar Paul de Kort heeft ervoor gezorgd dat de kenmerkende cirkelvormen herkenbaar blijven in het landschap. Het doel is om hier in de toekomst weer heide terug te krijgen. Daarvoor moest men echter wel de bemeste bovenlaag verwijderen.

Deze ontwikkelingen zullen vogels als boomleeuwerik en geelgors ten goede komen. Met enig geluk kan men deze dieren op een mooie voorjaarsdag zien of horen. De geelgors heeft een kenmerkende zang, die doet denken aan het begin van de vijfde symfonie van Beethoven.
Ook nabij de bron van de Mosbeek heeft Landschap Overijssel via dezelfde methode aansprekende successen geboekt. Bij een van de nabijgelegen weilanden werd de oorspronkelijke voedselarme laag weer blootgelegd. Zeldzaamheden als Parnassia en vetblad sieren nu weer de natte schraallanden rond de bron van de Mosbeek.

Vanwege de kwetsbaarheid is dit gebied niet toegankelijk voor publiek. Een bezoek is ook anders niet aan te raden. De argeloze wandelaar loopt het risico diep weg te zakken in het soppige veen.

Bijna niet gekocht

Het had trouwens niet veel gescheeld of Landschap Overijssel had dit stukje niet eens gekocht. Vlak na de Tweede Wereldoorlog ging een groep afgevaardigden kijken of de bron van de Mosbeek kon worden aangekocht. Men was niet echt onder de indruk, maar de dames in het gezelschap gingen overstag vanwege de uitbundige bloei van moerasvergeet-mij-nietjes. Zij drongen er bij de heren op aan om het gebied toch te kopen.

Flora en fauna

Het Dal van de Mosbeek kent door de vele afwisseling een rijke flora en fauna. Juist in het voorjaar kan men veel planten en dieren goed bekijken, omdat er nog weinig blad aan bomen en struiken zit. De voorjaarsflora is vooral te vinden op en langs houtwallen en bossen. Het speenkruid is een van de eerste planten die begint te bloeien. In maart en april bedekt deze plant grote oppervlakten. De naam is afgeleid van de verdikte worteldelen, die lijken op spenen.
In dezelfde periode begint ook het goudveil te bloeien. Het zal echter meer speurwerk kosten om deze plant te vinden. De plant komt verspreid in het dal voor en groeit langs de natte beekoevers en zompige bronbossen. Plantenkenners knielen er graag voor neer, want in Nederland is het een zeldzaamheid. Daar waar het groeit kan het flinke oppervlakten bedekken.

Meer trefkans bieden de bosanemoon en de dotterbloem. Deze sierlijke planten staan in april uitbundig te bloeien in het beekdal. De bosanemoon is vooral te vinden in de houtwallen in de buurt van de beide molens. Daar wordt het begeleid door andere bijzondere planten als muskuskruid en bosklaverzuring. Dotterbloem is een plant van vooral natte graslanden, maar groeit in de Mosbeek ook in natte bronbossen.
In de houtwallen vindt men, in tegenstelling tot veel andere houtwallen in Overijssel, veel soorten bomen en struiken. Naast eik groeien hier ook zoete kers, haagbeuk, es en Gelderse roos. Dit wordt veroorzaakt door de vochthoudende, voedzame leembodem die hier aan de oppervlakte komt.

Overstekende padden

De ochtend is een mooi tijdstip om het gebied te bezoeken. In de buurt van de molens is het rond die tijd een komen en gaan van padden. Deze dieren trekken op zachte voorjaarsdagen naar hun paaigebieden. Het zijn vooral nachtdieren, maar ook op de vroege ochtend zijn veel padden nog actief.
Eind maart of begin april kan men ook de eerste boerenzwaluwen rond de molens zien vliegen. Deze vogels gelden als een typische voorjaarsbode. Een andere opvallende vogel is de grote gele kwikstaart. Het dier is vooral te vinden langs de oevers van de Mosbeek.

Bij zonnig en zacht voorjaarsweer is de kans groot dat men ook de eerste vlinders ziet vliegen. Vooral citroenvlinder is een van de vroegste en opvallendste soorten. De geel gekleurde vleugels zijn al op grote afstand te herkennen. Ook overwinterende soorten als kleine vos en dagpauwoog komen in het voorjaar weer te voorschijn. Ze zijn vaak te vinden op warme beschutte muren of de zonnige randen langs een houtwal.


Voor meer informatie over Landschap Overijssel: www.landschapoverijssel.nl