
De oorsprong van het bergachtige natuurreservaat ligt een flink eind terug in de tijd, in de voorlaatste ijstijd om precies te zijn. Ruim 150.000 jaar voor Christus baanden metersdikke gletsjers zich via Scandinavië een weg naar zuidelijker oorden. Met ongekende kracht werden zand en grind door de gletsjers vooruitgeschoven. Ten oosten en westen van de huidige Lemelerberg kropen ijstongen langzaam omhoog. De gletsjers duwden als reusachtige bulldozers de bevroren grond opzij. Op die manier ontstonden in het landschap hoge stuwwallen, ontstaan door gekantelde bodemlagen, waaronder de Lemelerberg.
De Dikke Steen
Veel stenen die in het gebied liggen, zijn geboren in het oosten van Duitsland en in Scandinavië. Zij bewijzen dat er in Nederland inderdaad landijs is geweest. Het allermooiste bewijs is misschien de enorme zwerfkei die de toepasselijke naam Dikke Steen heeft gekregen. De steen - die meer weg heeft van een rots - ligt in een grote, door bomen omringde kuil aan de zuidzijde van de Archemerberg. Alleen de bovenkant van het gevaarte is zichtbaar. Onderzoek maakte duidelijk dat het gaat om een steen van een Zweedse granietsoort.
De wereld vergaat
Heel lang geleden wilde de toenmalige burgemeester van Ommen de Dikke Steen van de berg laten halen om hem voor het gemeentehuis te plaatsen. Dat was althans de bedoeling. Hij liet inderdaad arbeiders met paard en wagen de berg optrekken om de steen te halen. De mannen gingen meteen aan de slag, maar kwamen er al snel achter dat het toch wel erg veel werk was. Ze lieten de steen liggen, gingen naar beneden, maar moesten wel weer de burgemeester onder ogen komen. Een oplossing werd snel bedacht. De goedgelovige burgervader werd wijsgemaakt dat de arbeiders tijdens het graafwerk stemmen hadden gehoord die zeiden dat de wereld zou vergaan als iemand de steen zou verplaatsen. Sinds die tijd gaat het verhaal rond dat de steen wellicht behekst is.
Levende maaimachines
Wie de Lemelerberg nu bekijkt, kan het zich waarschijnlijk moeilijk voorstellen, maar honderd jaar geleden was het hier bijna kaal. Alles werd kort gehouden door de vele schapen die er rondliepen. Sommige stukken raakten zo verschraald dat er zelfs zandverstuivingen ontstonden. Als levende maaimachine gingen de schapen over het land. Ze aten zich vol en produceerden mest voor de boeren. Na de uitvinding van kunstmest was dat niet meer nodig. Zodoende verdwenen de schapen en groeide de berg geleidelijk dicht met bos.
Nu staan er de mooiste bossen met jeneverbes en zijn er vlaktes met heide. Overal valt struik-, dop- en kraaiheide te bewonderen. Struikheide overheerst en staat vooral hoog op de droge zandgronden. In de winter zorgt het voor veel verschillende bruine tinten, in de zomer kleurt het allemaal prachtig paars. Kraaiheide is een stuk minder vertegenwoordigd. Het bloeit rozerood, heeft kleine gitzwarte besjes en komt eigenlijk uit Scandinavië. De Lemelerberg is het meest zuidelijke verspreidingspunt van kraaiheide.
Om te zorgen dat het gebied open blijft en het gras niet te hoog groeit, heeft Landschap Overijssel sinds 1979 weer een schaapskudde rondlopen in het gebied. De ongeveer vierhonderd Veluwse heideschapen en hun herder blijven voortdurend in beweging - als wandelaar kun je er opeens tussenin staan - en zorgen systematisch dat de begroeiing binnen de perken blijft.
Om te zorgen dat het gebied open blijft en het gras niet te hoog groeit, heeft Landschap Overijssel sinds 1979 weer een schaapskudde rondlopen in het gebied.
Chinese moerascipressen
Dat de bijna tachtig meter hoge Archemerberg invloed heeft op het weer, is te zien aan de verschillen in begroeiing op de hellingen. Soms komen onweersbuien aandrijven, botsen tegen de berg en maken rechtsomkeer. Regen zorgt ook voor het ontstaan van de drie natuurlijke bronnen die in het natuurreservaat te vinden zijn. Een van de bronnen is enigszins door mensen in cultuur gebracht om een drinkplaats voor de schapen te vormen. Om deze bron te verfraaien, zijn er ooit prachtige Chinese moerascipressen en rododendrons omheen geplant. Vooral de gloed van de lichtgroene cipressen zorgt voor een bijzondere sfeer.
Een andere bron is wél zijn natuurlijke weg gegaan. Eromheen groeien bijvoorbeeld zonnedauw, veenmos, wollegras en witte snavelbies. Volgens veel mensen is het de mooiste plek van het hele gebied.
Witte Wieven
Jeneverbessen spreken tot de verbeelding. Zodra op de bergen de schemer invalt, lijken de jeneverbessen beangstigend veel op silhouetten. Natuurlijk zijn het de jeneverbessen, maar het spookachtige karakter heeft in vroegere tijden toch veel mensen schrik aangejaagd. De jeneverbessen komen dan ook veelvuldig voor in spookverhalen. Zo zouden ze 's nachts veranderen in 'Witte Wieven', die traag over de donkere heidevelden zweefden, op zoek naar jonge kinderen.
Canadees bos
Veelvoorkomend in dit gebied zijn jeneverbesstruwelen. De bomen groeien in kleine groepjes en zijn in de streek bekend onder de naam dampol. De paarse jeneverbesjes doen er drie jaar over om te rijpen en werden vroeger voor allerlei doeleinden gebruikt. Om de jenever te kruiden bijvoorbeeld, maar ook voor in de zuurkool en tegen allerlei kwaaltjes. De takken van de struik blijven altijd groen. Dat werd gezien als een teken van vruchtbaarheid; om die reden werden ze gebruikt om bij bruiloften een boog te maken. Omdat de jeneverbes dreigde te verdwijnen, is hij sinds de jaren zestig beschermd.
Wie op de zuidhelling struiken ziet met bessen die het midden houden tussen oranje en vuurrood, heeft te maken met de lijsterbes. De lijsterbes heeft een mooi blad dat bestaat uit een aantal kleine blaadjes. In de winter trekt hij veel kramsvogels, koperwieken en lijsters aan.
Op de oosthelling van de Archemerberg ligt het Canadese bos, vol grillige vliegdennen. In 1945 was dit het terrein van een Canadees militair kamp. Het terrein werd volledig omgewoeld door de tanks en bleek daarna een perfecte bodem voor de vliegdennen. De naam lag dus voor de hand.
Reuzen
Aan oude verhalen over het gebied geen gebrek. Volgens de overlevering woonde in Pruisen, tegenwoordig onderdeel van Duitsland, vroeger een familie reuzen. Op een goede dag gaf vader reus zijn zoon opdracht de Zuiderzee te dempen. De jongen pakte een enorme zak, stopte hem vol zand en ging op weg naar de Zuiderzee. Onderweg scheurde de zak en langzaam maar zeker liep al het zand eruit. Vlak bij Lemele merkte de jonge reus dat de zak steeds lichter werd en ontdekte het gat. Teleurgesteld schudde hij op die plek ook het laatste zand uit de zak. Het resultaat daarvan is de Lemelerberg.
Klapekster
Een natuurgebied als de Lemelerberg trekt vanzelfsprekend ook veel dieren aan. Wandelaars kunnen met een beetje geluk een ree, vos of steenmarter zien wegschieten. Iets groter is de kans een konijn of haas te signaleren. Ook veel vogels weten de weg naar de Lemelerberg te vinden. Roofvogels als de buizerd hangen geduldig in de lucht boven de heide, op zoek naar een muis of een ander slachtoffer. De raaf vliegt regelmatig over en zelfs de korhoen brengt af en toe een bezoek. Wie in de winter de boomtoppen goed in de gaten houdt, kan de bijzondere klapekster ontdekken. Deze kleine ekster - iets groter dan een merel - is zwart-wit-grijs gekleurd.
Het hoogste punt van de Archemerberg is een ideale plek om de vogeltrek waar te nemen. Ook steden als Almelo, Raalte, Deventer en Zwolle zijn vanaf dit punt te zien.
Bezoek de Lemelerberg
Op die manier ontstonden in het landschap hoge stuwwallen, ontstaan door gekantelde bodemlagen, waaronder de Lemelerberg.
Wandelen en fietsen in het gebied is een bijzondere ervaring. Er zijn verschillende fiets- en wandelroutes die het gebied doorkruisen. Aan het ruiterpad - want ook te paard valt het gebied te verkennen - staat een waterpomp om de paarden of honden te laten drinken. Op de Lemelerberg zijn twee wandelingen uitgezet. Het startpunt hiervan is eenvoudig te vinden vanuit Lemele: aan de Ledeboerweg, bij een parkeerplaats. Een korte wandeling (2 km) wordt aangegeven door blauwe paaltjes, terwijl de gele paaltjes een route van 3,5 kilometer begeleiden. Allebei voeren ze de wandelaars langs de mooiste plekjes van de berg.
Hét begin voor een wandeling over de Archemerberg vormen de parkeerplaats en aan de Oude Raalterweg en de Lemelerweg. De rode route is 4 km lang; de bronnenroute van 7,5 km wordt aangegeven door groene paaltjes. Fietsers kunnen gebruikmaken van de Archemerroute. De tocht is 47 km lang; routebeschrijving is te koop bij de fietsverhuur in Ommen.
Sinds eind 2002 is ook park 1813, het gebied tussen de Archemer- en Lemelerberg, in eigendom en beheer. Aan de zuidzijde is het restaurant Lemelerberg gelegen van waaraf een wandelroute gelopen kan worden.