inleiding
 kaart
 route

  
656 ha.  
Informatiecentrum 'De Wheem'  
Vrij toegankelijk  
Ruiterpaden aanwezig  
Paaltjesroutes (geel en rood)  
Topografische kaart aanwezig (22A - 21 F)  
Bereikbaar per bus  
Bereikbaar per trein  
terug naar natuurkaart  

Reestdal, Hardenberg/Staphorst

Op de grens van Overijssel en Drenthe slingert de Reest. Een smalle, op het eerste gezicht weinig indrukwekkende beek. Toch is deze veenbeek de levensader van een eeuwenoud cultuurlandschap met oogstrelende natuur. Een bewijs dat samenwerking van mens en zijn omgeving ook tot iets moois kan leiden. Niettemin kampt het Reestdal met hetzelfde probleem als zoveel natuur in Nederland: een ernstig tekort aan schoon water.

Ligging

Vanaf de weg Nieuwleusen-Balkbrug slaat u in Balkbrug linksaf richting Meppel. Het complex Haardennen/ Heuveltjesbos ligt achter het zwembad en het Hervormd Centrum Het Trefpunt. Het Carstenbos ligt nabij IJhorst. De overige bezittingen liggen verspreid over een uitgestrekt gebied tussen Balkbrug en Meppel. Een centrumfunctie in het geheel vormt het natuur informatiecentrum De Wheem in Oud Avereest.

Wandelen

In het Reestdal zijn door de stichting een tweetal wandelroutes uitgezet. Beide routes beginnen en eindigen bij het informatiecentrum De Wheem (Oud Avereest 22, tel: 05230-56721). De gele route duurt ongeveer 45 minutenen de rode route duurt ongeveer 1,5 uur. Bij de routes is een beschrijvend gidsje verkrijgbaar bij het informatiecentrum en bij kantoor van Landschap Overijssel. In de excursie folder 'Op stap met'  staan de aankondigingen vermeld en de openingstijden van De Wheem.

Beschrijving

Het stroomgebied van de Reest heeft een rijke historie. De oudste schriftelijke gegevens inzake het stroomgebied van de Reest dateren uit de eerste helft van de 12e eeuw. In het begin van de 14e eeuw werd de Benedictijnen-abdij te Ruinen op eigen verzoek overgeplaatst naar het hof Dickninge bij De Wijk. Dit klooster heeft een belangrijke stempel gedrukt op het Reestdal. Uit de stukken van het archief van dit klooster valt op te maken hoe de mens zich het eerst op de horsten vestigde en vanuit deze hooggelegen plaatsen vervolgens het eigenlijke stroomdal van de Reest onder zijn beheer wist te brengen. De horsten werden voor het overgrote deel in gebruik genomen als akkerland. De lagere gronden waren als weide of hooiland in gebruik. Vermoedelijk werden op de horsten als perceelsscheidingen veel hagedoorns (meidoorns) gebruikt. Veel namen van thans nog aanwezige boerderijen en gehuchten zijn te vinden in het archief der abdij te Dickninge zoals Avereesten (1421) en Westerhusen (1427). Kerkelijk behoort het zuidelijk gedeelte van Zuidwolde van oudsher tot Avereest. Hieraan herinneren de fraaie kerkpaden naar het kerkje in Oud Avereest.  Bodemkundig gezien liggen in het Reestdal overwegend veengronden. Dit veen is ontstaan in een tamelijk voedselrijk milieu, waarin soms moerasijzererts, zoals vivianiet en sideriet is gevormd.  Om de draagkracht van de veengronden te verbeteren, is op diverse plaatsen bezanding toegepast. De dikte van het veen pakket is afhankelijk van het reliëf van de zandgronden, soms is deze meer dan 120 cm dik. Waar het veen ontbreekt worden lage humuspodzolgronden aangetroffen; deze zijn in het veld vaak herkenbaar als kleine terreinverhogingen. De gronden binnen het winterbed van de Reest hebben een iets slibhoudende bovengrond. Naast de Reest ligt een strook met hogere zandgronden. Vanouds vinden wij hier de bedrijven en woningen. Een groot deel van deze zandgronden is dan ook reeds lang in cultuur. Door de eeuwenlange besmetting met plaggenmest is op die gronden de donkere bovengrond geleidelijk dikker geworden. De meest geaccidenteerde terreinen zijn nooit ontgonnen. In deze laatste komen vooral hoge en middelhoge humuspodzolgronden voor, plaatselijk hebben zich stuifzandterreintjes gevormd. Te midden van deze hogere zandgronden komen ook lage gedeelten voor, waarin veen is ontstaan. De Reest heeft tegenwoordig zijn oorsprong ten zuiden van de Drogter Opslagen en nabij de Ongelukswijk. Zij vormt tot bij Meppel de grens tussen Drenthe en Overijssel en mondt bij deze laatstgenoemde stad uit in het Meppelerdiep. De lengte van dit stroomdal bedraagt ongeveer 35 km, de breedte varieert tussen de 100 en 600 meter.

De begrenzing van het Reestdal is over grote afstanden vrij duidelijk gemarkeerd door een flauwe helling, die hoogteverschillen van 0,5 tot 2 meter met de dalbodem laat zien over dikwijls een betrekkelijk geringe afstand. Het bijzonder fraaie landschap van het Reestdal ontleent zijn betekenis aan de afwisseling van de lage oeverlanden en hoge randen en opduikingen, met daartussen de fraai kronkelende (meanderende) rivier. Zowel de rivier als de oeverlanden en de aansluitende gronden zijn van landschappelijke en natuurwetenschappelijke betekenis. Vanzelfsprekend vormt het in Overijssel gelegen gebied een eenheid met de in Drenthe gelegen delen, waar aansluiten veel bezittingen van de Stichting Het Drentse Landschap zijn gelegen. Het landschapstype houdt het midden tussen open en dicht. Er is een duidelijk verschil tussen het boven-, midden- en benedenstroomste deel. Het bovenstroomse deel ligt in een vlak veengebied met weinig houtopstanden. Het landschap heeft een wieds karakter. Het middenstrooms gedeelte (Den Huizen, Oud Avereest, Den Westerhuis) wordt gekenmerkt door zijn kleinschaligheid, veroorzaakt door het bodemreliëf  dat bepalend is (geweest) voor het grondgebruik. De hogere horsten zijn veelal in gebruik als bouwland, dikwijls omgeven door houtgewas of geheel begroeid met eikenhakhout. Op de overige hoge gronden, zoals de Haardennen, het heuveltjesbos en het Carstenbos vinden we de oude stuifheuvels. Deze zijn begroeid met opgaande grove den, loofbos met eik, berk, lijsterbes en soms hulst, fraaie begroeiingen van kraaiheide, struikheide en dopheide. In de drassige gedeelten vinden we hoogveenvegetaties met o.a. lavendelheide, klokjesgentiaan en beenbreek. Het Reestdal heeft hier een geheel eigen intiem karakter, mede door de geringe breedte van het beekdal en het reliëf. Oude nederzettingen, fraaie boerderijen, wegenpatroon, kerkepaden, bruggen etc. zijn een wezenlijk onderdeel van dit landschap en verlenen het bijzondere cultuurhistorische waarde. Het Overijssels Landschap bezit rond Oud Avereest een zevental boerderijen, waaronder de fraai gerestaureerde voormalige boerderij annex herberg De Wheem. Deze is ingericht als informatiecentrum. De grote variatie in bodem, hoog en laag, nat en droog, geeft een rijk geschakeerd landschap. De afwisseling van water, moeras, bouwland, grasland, hooilanden, hakhout, bos, heide en veentjes heeft vanzelfsprekend ook een rijd planten- en dierenleven tot gevolg. Het is dan ook een van de laatste gebieden waar de das nog voorkomt. Om een indruk van deze rijkdom te krijgen, kunt u het beste eens een wandeling onder leiding meemaken. Het reservaat is rijk aan amfibieën en reptielen. Bij inventarisaties zijn gedurende de laatste jaren meer dan 100 soorten vogels waargenomen. Er is in het Reestdal een uitgesproken rijkdom aan weidevogels en zangvogels. Ook de vlinderfauna is opvallend rijk aan aantallen en soorten. De algemene indruk is, dat het Reestdal ook een insektenrijk gebied is. Tenslotte is de Reest een voor ons land zeldzaam type rivier met stromend ijzerhoudend veenwater. Als zodanig is dit riviertje voor de hydrobiologie ( het planten- en dierenleven in het water) bijzonder belangwekkend.

 

 


Voor meer informatie over Landschap Overijssel: www.landschapoverijssel.nl