Geschiedenis
Het reservaat maakte tot in de dertiger jaren deel uit van het uitgestrekte Nolder- en Bazuinerveld. Dit werd door heideschapen begraasd.
Plantenwereld
In het vochtige, venige heidegebied is de dopheivegetatie met veel Blauwe zegge en hier en daar Lavendelhei en Veenbies heel mooi bewaard gebleven. Dat deze vochtminnende plantengemeenschap hier, ondanks de sterke landbouwkundige ontwatering nog steeds voorkomt, is te danken aan ondiep gelegen keileemlagen die het water in het midden van het gebied nog redelijk goed vast houden. Op de hoger gelegen delen en aan de randen van het terrein ontwikkelt zich een droger heidetype, gedomineerd door Struikhei en Bochtige smele.
Dierenleven
Het gebied is van belang als rust- en fourageergebied voor een groot aantal vogelsoorten. De geļsoleerde rustige ligging maakt dat het reservaat in trek is als slaapplaats voor doortrekkende steltlopers en andere vogelsoorten zoals Watersnippen, Wulpen en Tapuiten. Door de ligging in een keten van natuurgebieden tussen het Reestdal en het bosrijke gebied onder Zuidwolde vervult het gebied een belangrijke rol als verbindende schakel voor veel diersoorten.
Beheer
Het reservaat wordt sinds 1983 begraasd met Schoonebeker heideschapen. 's Zomers wordt hier rundvee ingeschaard. Dit begrazingsbeheer wordt periodiek aangevuld met het maaien van vergraste stukken.
Toegankelijkheid
Er bevinden zich geen paden in het gebied. Mede als gevolg van de geļsoleerde ligging en de geringe afmeting heeft het gebied geen recreatieve betekenis. 'Het Drentse Landschap' organiseert op verzoek rondleidingen voor geļnteresseerden.