Geschiedenis
In de omgeving van het terrein zijn diverse archeologische opgravingen gedaan. Uitgebreid onderzoek naar de overblijfselen van enkele boerderijen uit de late Bronstijd (1300-800 v Chr) leidde tot het ontstaan van het archeologische begrip Elp-cultuur. Eén van de belangrijkste kenmerken van deze cultuur was het zogenaamde drieschepige lange huis, waarvan hier de oudst gedateerde vondsten zijn gedaan. Behalve huizen zijn er ook enkele graven onderzocht waaruit onder meer bronzen naalden en een barnstenen kraal tevoorschijn kwamen. De mensen die deel uitmaakten van de Elp-cultuur waren primitieve boeren, die onder meer Emmertarwe en Gerst verbouwden. Gezien de grote stalruimte in hun huizen moeten ze over een aanzienlijke veestapel hebben beschikt.
Plantenwereld
In het heideterrein liggen enkele voormalige akkers, waarop zich een gevarieerde, schrale begroeiing aan het ontwikkelen is met onder meer Schermhavikskruid, Muizenoortje, Biggekruid en Paashaver. Na verloop van tijd zullen de grenzen met de omliggende heide verder vervagen. Het gebied is in de loop der tijd veel droger geworden waardoor veel vochtminnende planten zijn verdwenen. Klokjesgentianen zijn er gelukkig nog wel. Ook het, eveneens met blauwe klokjes getooide, maar juist aan droge en schrale omstandigheden gebonden Grasklokje komt hier voor. De meeste vochtminnende planten staan in het laagste deel van het terrein, zover mogelijk richting Westerbroeken. In dit lage deel zijn behalve Pijpestrootje en Dophei ook nog Veenbies, Blauwe zegge en Pilzegge aan te treffen.
Dierenleven
In de bosjes langs de randen van het terrein broeden vogelsoorten als Houtduif, Grote bonte specht, Boomkruiper, Gekraagde roodstaart en Grote lijster. In het open terrein zijn soorten aan te treffen als Graspieper, Veldleeuwerik en de in konijnenholen broedende Tapuit. De Wulp gaat hier in de omgeving als gevolg van de verlaging van de grondwaterstanden in aantal achteruit.
Beheer
Het beheer richt zich op het in stand houden van de overgang van een open heidegebied aan de kant van het beekdal, naar een besloten landschap tegen het dorp aan. Om de verdroging van het terrein tegen te gaan moet de waterhuishouding in het aangrenzende gebied aangepast worden. Om de fraaie Jeneverbessen te behouden, worden de zich spontaan uitzaaiende Eiken geregeld verwijderd. Het eikenbos buiten het schapenraster, tegen het dorp aan, ontwikkelt zich langs natuurlijke weg, zonder menselijk ingrijpen.
Vanwege de archeologische waarden van het gebied wordt er niet geplagd. Schoonebeker heideschapen houden hier het voedselarme karakter en de kenmerkende openheid in stand.
Toegankelijkheid
Om het gebied toegankelijk te maken voor wandelaars is het schapenraster voorzien van een drietal wildroosters. Hierdoor is het mogelijk om vanuit Elp een rondwandeling over het terrein te maken. Honden zijn niet toegestaan.