Geschiedenis
De cartografen in dienst van Napoleon gaven het Smilder Oosterveld op een kaart uit 1812 aan als 'Bruyeres Humides' oftewel natte heide. Tot in de tweede helft van de 19e eeuw maakte het Smilder Oosterveld dan ook deel uit van een uitgestrekt veen- en heidegebied. Pas tegen het eind van de 19e eeuw komt de ontginning van het gebied goed op gang. Vanaf de vaarten en de daarlangs gelegen verharde wegen rukte de ontginning steeds verder op. Het huidige Smilder Oosterveld bestaat uit enkele heiderestanten waarvan delen bebost zijn. Later zijn enkele voormalige cultuurlanden weer aan het reservaat toegevoegd. Bij de aanleg van de autoweg Drachten-Emmen in 1972 kreeg 'Het Drentse Landschap' de kans om de eerste stukken van het gebied aan te kopen. Binnen de begrenzing van het natuurgebied bevindt zich een voormalige zandwinplas, waarvan het zand gebruikt is bij de aanleg van de weg.
Plantenwereld
De oevers van het zandgat zijn onder meer begroeid met Knolrus en Waterbies. De ronde blaadjes van de Waternavel zijn hier een opvallende verschijning. In enkele diepe veenputten in het zuidelijk deel zijn meerdere soorten veenmossen te vinden. Omdat Veenpluis en Dophei beide van natte voeten houden, groeien ze vaak in elkaars gezelschap. Door invloeden vanuit het omliggende landbouwgebied hebben typische hoogveenplanten als Veenmos en Snavelzegge op enkele plekken plaats moeten maken voor cultuurlandsoorten als Riet, Lisdodde en Pitrus. Op landbouwgronden die aan het gebied zijn toegevoegd en nu ook worden verschraald, worden cultuurgrassen langzaam maar zeker vervangen door schraallandsoorten, zoals Schapegras en Reukgras. Op dit soort plekken zien zeldzame plantjes als Tormentil en Biggekruid weer kansen om hun bloemetjes te ontvouwen.
Dierenleven
De afwisseling van terreintypen is bepalend voor de gevarieerde samenstelling van de vogelbevolking. Bosvogels als Vink, Boomkruiper, Grote bonte specht en zelfs Appelvink hebben hier moerasvogels als de Bruine kiekendief, Watersnip en Kleine karekiet als naaste buren. Adders, Levendbarende hagedissen en Heikikkers worden zowel ten noorden als ten zuiden van de autoweg waargenomen.
Beheer
Al sinds 1973 wordt dit terrein door schapen begraasd. Het is dan ook het oudste begrazingsproject van 'Het Drentse Landschap'. Omdat de schapen niet in staat waren de vergrassing van de natste terreindelen afdoende te bestrijden, worden sinds 1987 ook runderen ingezet. Sinds enige jaren lopen hier enkele Schotse Hooglanders rond.
Door het dempen van sloten is het gebied weer natter geworden.
Uiteindelijk streeft de Stichting naar het tot stand brengen van een zo gevarieerd mogelijk heidelandschap, omgeven door boscomplexen en bloemrijk hooiland, doorsneden door goed ontwikkelde singels en lanen.
Toegankelijkheid
Er is een gemarkeerde wandelroute uitgezet in het deel ten zuiden van de autoweg. Het startpunt van deze route is te bereiken vanuit Hoogersmilde via de weg langs de televisietoren. Alleen het eerste deel van deze weg is verhard. Vanaf de parkeerplaatsen langs de autoweg is zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van het terrein te betreden. In dat geval moet men echter wel de moeite nemen om via een 'stecheltje' over de reewildkering te klimmen. Het noordelijk gedeelte is eveneens te bereiken via twee zandwegen. Eén vanaf de Drentse Hoofdvaart en één vanaf het Oranjekanaal. Het terrein is niet opengesteld voor honden.