Geschiedenis
In de Gasterse duinen bevindt zich een oude, afgesneden loop van de Drentse Aa. De doorstroming van deze voorloper van het Gasterense Diep werd vermoedelijk al in de Middeleeuwen door stuifzand geblokkeerd. Het verstuiven van het zand werd mede veroorzaakt door de nabijheid van de handelsroute Groningen-Coevorden. De vele door paarden voortgetrokken wagens reden de begroeiing kapot, waardoor de wind vat kreeg op het onderliggende zand. De diepe karresporen zijn nog steeds herkenbaar in het noordelijke deel van het heideterrein. Veel van de sporen zijn zo diep uitgesleten dat ze vaak onder water staan. De aanwezigheid van een doorwaadbare plaats in de rivier verklaart waarom de route hier langs kwam. In latere tijden verplaatste de verkeersstroom zich meer richting Hondsrug, waardoor het stuifzand weer tot rust kon komen. De afgesloten beekarm groeide dicht met veen. Later werd het veen ontwaterd en door de Gasterense bevolking afgegraven, waardoor er weer open water ontstond.
Plantenwereld
In de voormalige karresporen komen een paar opvallende plantensoorten voor, zoals Blauwe knoop, Klokjesgentiaan, Veldbies en Tormentil. In de droogste delen van het terrein zijn zeldzaamheden als Stekelbrem, Kruipbrem en Zandblauwtje aan te treffen. Langs het Achterste Veen bevinden zich stroeten (laagten waarin zich water verzamelt) met Veenmos, Lavendelhei en Kleine veenbes. Het water in het Voorste Veen is, door inwaai van meststoffen, veel voedselrijker dan in het Achterste Veen. Langs het Voorste Veen is dan ook een ruigere begroeiing aan te treffen met veel Riet, wilgen en Gele lis.
Dierenleven
Verschillende soorten kleurrijke sluipwespen zijn te bewonderen in de open zanderige delen langs de paden waar ze hun holletjes hebben. In deze holletjes bergen sommige soorten verlamde rupsen op waarop ze hun eitjes leggen. De larven die uit deze eitjes komen zijn verzekerd van een verse, immers nog levende, voedselvoorraad. Rond de veentjes nestelen onder meer Dodaars en Zomertaling. Ook de Nijlgans kan zo langzamerhand tot één van de vaste bewoners gerekend worden. Deze van oorsprong uit Noord-Afrika stammende vogel vestigt zich de laatste jaren op steeds meer plaatsen als broedvogel.
Beheer
Dankzij een beheer van plaggen, maaien en begrazing is de viltige grasmat op veel plaatsen teruggedrongen. Hierdoor is er weer meer ruimte ontstaan voor de plantensoorten die hier van oorsprong thuishoren.
Om het waterpeil in het Achterste Veen te verhogen, is er een stuwtje aangelegd. Hierdoor kan de veenvormende plantengroei in de nabijgelegen stroeten zich beter ontwikkelen. Omdat het voedselrijkere water uit het Voorste Veen het voedselarme karakter van het Achterste Veen dreigde te verstoren, is de verbinding tussen de beide veentjes verbroken. Zij wateren nu gescheiden af.
Een deel van het terrein wordt begraasd door Schoonebeker heideschapen en enkele Schotse Hooglanders.
Toegankelijkheid
Door het gebied is een gemarkeerde wandelroute uitgezet. De noordelijke helft van het terrein is vanwege de aanwezigheid van schapen en runderen niet toegankelijk voor honden. Een deel van het Voorste veen is 's winters in gebruik als ijsbaan.
Het gebied ligt aan de weg van Gasteren naar Oudemolen.
Gasterse Holt
Dit oude boscomplex ligt op de overgang van de es van Gasteren naar een zijdalletje van de Drentse Aa. Doordat de bodem deels uit potklei bestaat, is sprake van een zeer goed ontwikkelde en voor Drentse begrippen bijzondere kruidlaag met soorten als Gele dovenetel en massaal voorkomende Bosanemonen. Het aangrenzende wallenlandschap bestaat uit een vochtig weidegebied, dat een klein zijstroompje van de Drentse Aa voedt. Dit stroompje slingert zich dwars door het Gasterse Holt een weg naar de hoofdstroom van de Drentse Aa. In en rond het bos bevinden zich enkele poelen waarin onder meer de Alpenwatersalamander werd gevonden.