inleiding
 route

  
728 ha  
Bezoekerscentrum De Wheem van 'Het Overijssels Landschap'  
Vrij toegankelijk  
Fietspad aanwezig  
Wandelroutes aanwezig  
Honden aan de lijn  
Bereikbaar per bus  
terug naar natuurkaart  

Reestdal

De Reest, ook wel de 'Grootvorstin van Drenthe's stromen' genoemd, is de 35 kilometer lange grensrivier tussen Drenthe en Overijssel. Traag stromend en slingerend voert de Reest haar water van Drogteropslagen bij Dedemsvaart naar Meppel. Het Reestdal heeft een geheel eigen karakter en is niet echt te vergelijken met de andere beekdalen in Drenthe. In feite rijgt de Reest landgoederen, heideterreinen, bossen, beekdalgraslanden en sfeervolle boerderijen, als parels aan een ketting, aaneen. De zuidzijde van het beekdal wordt beheerd door 'Het Overijssels Landschap'.
Geschiedenis

Het Reestgebied kende tot aan de Middeleeuwen nauwelijks bewoning. Het was toen een uitgestrekt, vrijwel ontoegankelijk veengebied met hier en daar moerasbossen. Archeologische vondsten uit de prehistorie of de Romeinse tijd ontbreken in dit deel van Drenthe dan ook geheel.

Pas in de loop van de Middeleeuwen ontgonnen individuele boeren en monniken van het klooster van Dickninge stukken grond tot akker of hooiland.
In dit uitgestrekte moerasgebied werden de boerderijen vooral gesticht op de drogere zandkoppen, ook wel horsten genoemd. Oude hoevenamen als De Schiphorst, De Lindenhorst, De Havixhorst en De Hoge Linthorst getuigen hier nog van. Met name langs de middenloop van de Reest ontstond op deze manier een landschap met verspreid liggende boerderijen, het zogenaamde hoevenlandschap. Het Drentse esdorpenlandschap, dat grote delen van Drenthe typeert, ontbreekt hier zelfs geheel. 
Vanaf de 60-er jaren zijn delen van het Reestdal verworven door de Het Drentse en Het Overijssels Landschap.

Plantenwereld

Het Reestdal is van nationaal belang als groeiplaats voor zeldzame moerasplanten, zoals Grote pimpernel, Noordse zegge, Stijf struisriet, en Draadrus. Orchideeën komen in het Reestdal niet voor, maar het zeldzame Moeraskartelblad wordt wel de "orchidee" van het Reestdal genoemd. Op de oude muren rond De Havixhorst groeit de zeldzame Muurvaren. In de tuinen van het landgoed Dickninge trekt de overdadig bloeiende Holwortel in het vroege voorjaar veel belangstellenden.

Dierenleven

Het uitgestrekte dal van de Reest biedt leefruimte aan de meest uiteenlopende soorten dieren. 
Het Reestdal is één van de schaarse plekken in Nederland waar Dassen nog een redelijk onbezorgd leventje kunnen leiden.
De vele bosjes en houtwallen in het beekdal bieden dit dier puike woonplekken. De vochtige graslanden leveren veel Regenwormen, wat voor deze nachtelijke scharrelaar een belangrijk voedsel is. Behalve wormen zitten er ook veel zeldzame Moeras- en Zompsprinkhanen in de natte graslanden.

Vanuit het ooievaarsbuitenstation De Lokkerij bij De Wijk vindt herintroductie van Ooievaars plaats. In het Reestdal bevindt zich tevens de laatste voortplantingsplaats van Boomkikkers in Drenthe. Het Reestdal is dan ook het enige gebied in Nederland waar zeldzame Boomkikkers nog "ouderwets" belaagd kunnen worden door eveneens zeldzame Ooievaars. Kerkuilen jagen daarentegen liever op muizen. In veel van de monumentale boerderijen in dit gebied brengen deze nachtelijke jagers hun jongen groot.

Beheer

Dit afwisselende landschap vraagt om een gevarieerde beheersaanpak. Een belangrijk deel van het beheerswerk borduurt in feite voort op de ouderwetse boerenbedrijvigheid. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het hooien van de natte madelanden langs de beek, het begrazen met schapen en runderen van de hoger gelegen heidegronden en het verbouwen van graan op de kleine kampen op de zandkoppen in het beekdal. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn vanzelfsprekend taboe, omdat de natuurwaarden op de eerste plaats staan.

'Het Drentse Landschap' besteedt ook veel aandacht aan het beheer van de gebouwen, om hiermee de cultuurhistorische waarden van het Reestdal in stand te houden.

Toegankelijkheid

Het 35 km lange beekdal is als fietsgebied bijzonder aantrekkelijk. Wandelmogelijkheden zijn eveneens aanwezig. Met name het landgoed De Havixhorst bij De Wijk en het uitgestrekte bos- en heidegebied Wildenberg-Rabbinge zijn uitermate geschikt voor wandelaars. Aan de Overijsselse zijde van de Reest vormt het bos- en heidegebied Haardennen een aantrekkelijk wandelgebied. In Oud-Avereest bevindt zich het bezoekerscentrum De Wheem van 'Het Overijssels Landschap'. Vanaf hier zijn verschillende wandel- en fietsroutes te starten. Ook is er volop informatie te krijgen over de vele aantrekkelijkheden van het Reestdal. Honden zijn hier, mits aangelijnd, toegestaan. Behalve op de door schapen begraasde terreingedeelten.

BESCHRIJVING VAN ENKELE DEELGEBIEDEN BINNEN HET REESTDAL
Wildenberg-Rabbinge

Op een deel van dit heide- en stuifzandgebied is in de loop van de tijd een aantrekkelijk bos tot ontwikkeling gekomen. Het deel van de heide dat tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven, grenst hier aan de beek. In het bos bevindt zich een fraai ven dat plaatselijk bekend staat onder de naam Spookmeer. Naar alle waarschijnlijkheid dankt het zijn naam aan de legendarische "witte wieven" die hier in de vroege ochtenduren boven het water komen dansen. Het bos grenst aan het kleinschalige cultuurlandschap dat aangeduid wordt met de naam Rabbinge. Vanuit één van de sfeervolle boerderijen wordt het beheer van het gebied verzorgd. Op deze beheersboerderij hebben de Limousinrunderen hun onderkomen. Ook de verzorging van de bloemrijke graanakkers wordt vanuit dit bedrijf ter hand genomen. De natte hooilanden langs de beek zijn in botanisch opzicht uitermate waardevol. Opmerkelijk is dat het gehele gebied alleen maar door zandwegen ontsloten is.

Dunningen 

'Het Drentse Landschap' is hier mede-eigenaar van enkele langs de Reest gelegen eikenhakhoutbosjes met reliëfrijke schraallanden, gelegen op de overgang van de Dunningeres naar het beekdal. In landschappelijk opzicht is sprake van een zeer fraai geheel. De drassige graslanden langs de Reest zijn hier bijzonder rijk aan Dotterbloemen.

De Havixhorst

Het riddergoed de 'Hauichorst' wordt in 1409 voor het eerst in het archief van de abdij Dickninge vermeld. Het huidige statige landhuis dateert uit 1753. De kern van het landgoed wordt gevormd door de Havesathe met haar bijgebouwen, gracht en het omliggende opgaande loofbos. Zandwegen voeren langs talloze bosjes en bloemrijke hooilanden omsloten door wallen en singels. De vele oude rietgedekte boerderijen geven het landschap ter plaatse een voor Drenthe ongewoon statige en rustieke beslotenheid. Het gebied rond de Havixhorst is een vrijwel ongeschonden voorbeeld van het oude hoevenlandschap. Mede door haar ouderdom bezit dit landschapstype in cultuurhistorisch, natuurwetenschappelijk en landschappelijk opzicht bijzondere waarden. Over dit landgoed is een gemarkeerde wandelroute uitgezet.

Dickninge

Naast De Havixhorst ligt de buitenplaats Dickninge. Op de plaats van dit landgoed heeft vroeger een Benedictijner abdij gestaan. Resten van dit klooster, dat omstreeks 1325 vanuit Ruinen hierheen verplaatst werd, zijn nog aan te treffen in de tuin van het landhuis. Het huidige landhuis is gebouwd in 1813.

 


Voor meer informatie over Het Drentse Landschap: www.drentslandschap.nl